
Zoals belooft en om onze site helemaal compleet te maken nu dan toch echt ons allerlaatste verhaaltje.
Geschreven op 27 april
Zaterdagochtend nadat we het vorige reisverhaal geschreven hadden gingen we met de bus naar de stad. Nu we de auto verkocht hadden was het tijd om te gaan kijken hoe we de laatste anderhalve week in Cairns gaan invullen. Één van de hoogtepunten van onze reis stond nog op het programma: het Great Barrier Reef. We namen rustig een paar uur de tijd om bij verschillende boekingskantoren en informatiecentra langs te gaan. Er waren een aantal dagtochten die ons aanspraken en ook een driedaagse tocht waarbij je op de boot verblijft. Deze laatste boot vult hun laatste plaatsen goedkoop op. Omdat we toch nog alle tijd hadden wilden we mooi weer afwachten. Toen we toch nog een extra boekingskantoortje inliepen veranderde onze plannen. We kwamen namelijk nog iets leuks tegen. Dit was een hotelboot die meerdaagse tochten naar het rif aanbied en een zogenaamd hostie programma heeft. Dit houdt in dat je een gedeelte van je reis betaald en als gast verblijft en dat je een ander gedeelte werkt op de boot. Voor dit werk krijg je accommodatie, eten en tijd om te snorkelen. Na een telefoontje van het boekingskantoor bleek dit programma slechts voor drie dagen beschikbaar te zijn. Wij waren echter heel erg enthousiast en lieten duidelijk blijken langer te willen. De aardige man van het boekingskantoor kende de eigenaar en zou nog even kijken wat hij voor ons kon regelen. Ongeduldig wachtte we een uur af en keerden vervolgens terug naar het boekingskantoor waar we goed nieuws kregen. We konden in totaal 7 dagen/ 6 nachten op de boot blijven. De eerste drie dagen als gast en daarna als hostie. Woensdag zouden we vertrekken. Wat een mooie invulling van de laatste week van onze reis! De rest van de dag brachten we bij de lagoon en voor de tent door.
De volgende dag begon met de teleurstelling dat onze cheesecake, waarmee we ons wilde verwennen, uit de gemeenschappelijke koelkast op de camping was gestolen. We besloten de hele dag op de camping te blijven. Verder is er weinig te vertellen over dag. Het was dan misschien ook wel de minst productieve dag van het afgelopen half jaar.
Maandagochtend, toen Robert met onze laptop op internet wilde bij een Nederlander die vast op de camping woont, bleek het beeldscherm van de laptop nu toch echt kapot te zijn. Gelukkig kunnen we nog wel een extern beeldscherm aansluiten, zodat we nog wel bij onze bestanden kunnen. Aan het begin van de middag namen we de bus naar de stad waar we onze boottrip betaalde en nog wat informatie haalden. Verder boekten we een hostel voor dinsdagavond, gingen we op internet en boekten we de shuttlebus naar het vliegveld voor volgende week. 's Avonds gingen we in de stad pizza eten.
Vanochtend moest de tent ingepakt worden. Omdat we woensdagochtend vroeg vertrekken zouden we die nacht in een hostel in het centrum pakken. Door de regen die ochtend hadden we in eerste instantie moeite met het inpakken van de spullen. Gelukkig ging de zon later die ochtend schijnen, zodat we de natte spullen over de waslijn te drogen konden hangen. Toen we eindelijk alles ingepakt hadden schrokken we van de hoeveelheid. Zoveel extra spullen hadden we afgelopen half jaar toch niet verzameld? In de stad aangekomen brachten we de helft van de spullen naar het boekingskantoor waar we ze achter konden laten. Deze spullen hadden we niet meer nodig en halen we weer op voordat we naar het vliegveld gaan. Vervolgens checkten we in bij het hostel, sloten we onze Australische bankrekening en keken we op internet nog even naar onze vluchtgegevens. 's Avonds aten we - met onze voeten over de rand van de boulevard bungelend - onze afgehaalde fish & chips. Heerlijk! Voordat we gingen slapen liepen we nog even naar de haven om te kijken naar de boot waarmee we de volgende dag zouden vertrekken. We hebben er zin in!
Geschreven op 20 mei
De nacht voordat we met de Reef Encounter vertrokken naar het Great Barrier Reef sliepen we voor de eerste keer in een hostel. En dat was ons - op het brandalarm dat midden in de nacht afging - verrassend goed bevallen. 's Ochtends stonden we vroeg op om ons voor half acht te melden bij de boot. Deze boot - die voornamelijk dagjesmensen meenam - zou ons afzetten op de hotelboot waar we een week zouden verblijven. Onderweg kreeg Marieke helaas al snel last van zeeziekte. Het was natuurlijk ook al te vaak goed gegaan... De snelle catamaran bracht ons in anderhalf tijd uur naar het rif waar we met een klein bootje werden overgebracht naar de andere boot. Hier kregen we eerst een briefing voordat we onze kamer in konden. Helaas voelde Marieke zich nog niet lekker en bracht de rest van de middag in bed door. Robert maakte gebruik van verschillende snorkelsessies die middag om het fantastische Great Barrier Reef te ontdekken. Hij zag hierbij onder andere een rifhaai en natuurlijk het geweldig mooie koraal. Wat is het hier mooi! Tussen het snorkelen door werd Marieke opgezocht die zich - hoe zielig - nog niet lekker voelde en op bed bleef liggen.
De volgende dag hadden we een volle dag op zee. Eerst snorkelde Robert nog bij hetzelfde rif als de dag er voor, daarna zocht de boot een andere plek van het rif op: Michaelmas Cay. Een eilandje dat eruit zag als een soort zandbank. 's Middags voelde Marieke zich al wat beter en ging dan ook mee snorkelen. Helaas was het hier minder mooi dan Robert het eerder had gezien. Wel zagen we een schilpad. 's Middags verhuisde de boot weer naar een andere plek op het rif. Ook 's avonds ging het met Marieke een stuk beter en dus brachten we de avond in de bar van de boot door. Met één van de bemanningsleden bespraken we alvast het probleem van Marieke haar zeeziekte; we waren bang dat we niet op de boot zouden kunnen gaan werken de volgende dag.
Toen ook Robert zich de volgende dag niet lekker voelde werd de knoop definitief doorgehakt: we zouden niet op de boot blijven werken maar die dag met de dagboot terug gaan naar het vaste land. Vooral 's ochtends voelde we ons beide slecht. Het was dan ook geen pretje om onze spullen in te pakken en te verhuizen naar een andere kamer. Toch lieten we het snorkelen niet helemaal aan ons voorbij gaan, je bent tenslotte niet iedere dag op het Great Barrier Reef. Na de lunch werden we naar de andere boot overgebracht. Robert voelde zich gelukkig al wat beter en ook Marieke had minder last van zeeziekte. Vanaf de dagboot hadden we nog een laatste keer de gelegenheid om te snorkelen voordat we terug richting Cairns voeren. Vooral Marieke was opgelucht toen we weer in Cairns met beide benen op vaste grond stonden. En wat vonden we het allebei een teleurstelling dat we eerder terug moesten. Het was zo'n mooie invulling van de laatste week in Australië. Voordat we terug naar de camping liepen haalden we onze achtergelaten spullen op bij een kantoortje en liepen vervolgens naar de camping. Dit bleek met al onze spullen een beetje te ver wandelen te zijn waardoor we in twee keer onze spullen moesten brengen. Uiteindelijk zette we in het donker ons tentje op.
De volgende ochtend werden we wakker in Cairns in plaats van op de boot. Tegen de planning in hadden we nog zo'n vijf dagen voordat we naar huis vlogen. Echt veel deden we deze dagen niet. Iedere dag gingen we wel even bij de lagoon in Cairns langs die op loopafstand van de camping lag. Hier lazen we vaak een boek en genoten van het mooie weer. Verder haalden we 's avonds nog een keer een pizza af en aten we de laatste dag - vlak voordat we naar het vliegveld gingen - fish & chips in een cafeetje. Omdat we 's ochtends om kwart voor zes vlogen besloten we de avond van te voren al naar het vliegveld te gaan en daar te overnachten. De reis naar huis was vervolgens een lange. Eerst een drie uur durende vlucht naar Sydney waar we acht uur overstaptijd hadden. Daar was het plan om Sydney in te gaan en onze reis af te sluiten met een heerlijke lunch bij Darling Harbour. Dit ging helaas niet door, omdat de prijs van de treinkaartjes naar het centrum van Sydney belachelijk hoog was. Ach ja, we hadden Sydney natuurlijk ook al heel mooi gezien een aantal maanden terug. Aan het eind van de middag vlogen we vervolgens via Bangkok naar Londen; ruim 22 uur vliegen. De vlucht naar Amsterdam stelde vervolgens natuurlijk niks meer voor.
Op Schiphol werden we ontvangen door de moeder van Robert en een complete familie Michielsen. We dronken een kopje koffie op het vliegveld en gingen vervolgens terug naar ons huisje dat we in goed staat aantroffen.
Inmiddels zijn we alweer tweeënhalve week thuis. En ondanks onze geweldige reis hadden we het alweer heel snel naar ons zin in Nederland. We genieten van ons knusse huisje en vinden het leuk om alle vrienden en familie weer te zien.
Verder denken we natuurlijk regelmatig terug aan alle mooie dingen die we gezien en gedaan hebben. Om te beginnen ons gezellige afscheidsfeestje op De Flaasbloem en het afscheid op Schiphol. Vervolgens de lange vlucht naar Australië en de eerste dagen in Perth dat we ons zo ellendig voelde van de vlucht en het tijdsverschil. Ook hebben we het nog vaak over onze zoektocht naar de auto en het inbouwen van het bed langs de kant van de weg. Daarna het mooie ‘ommetje' in het Zuidwesten van Western Australia met de mooie bossen en kustlijnen. De bushcamping in het West Cape Howe National Park waar we de eerste week twee nachten sliepen zullen we ook zeker niet vergeten. Misschien wel de mooiste camping van de hele reis. Ook denken we nog vaak aan de tocht van Perth naar Katherine. Het snorkelen in Exmouth, de dolfijnen in Monkey Mia en natuurlijk het spectaculaire Karijini National Park met zijn diepe kloven zullen we zeker nooit meer vergeten. In het noordelijke gedeelte van het Northern Territory waren we vervolgens even uit het droge gebied met al het rode stof. In dit deel van onze reis is het Litchfield National Park ons hoogtepunt geweest. Lekker zwemmen in verschillende watervalletjes en 's avonds op je eigen kampvuur in de bush je eten klaarmaken. Onze reis ging verder in zuidelijke richting; dwars door de outback. We kwamen uit bij de MacDonnell Ranges waar we genoten van het landschap dat Australië zo typeert: rode aarde en drooggevallen rivierbeddingen met River Gums. Ook de weg naar het verlaten mijnstadje Arltunga zullen we niet snel vergeten. Wat was die weg slecht en wat was het daar verlaten, echt ongelofelijk. Natuurlijk verdient ook Ayers Rock een plaatsje in deze terugblik. Een rots zo groot dat je hem op een afstand van zo'n 40 kilometer al kan zien. Heel indrukwekkend was dat. Ook denken we nog wel eens aan de brutale Emu op de camping daar die een brood uit onze auto had gehaald. Vanaf deze rots was het nog een slordige anderhalf duizend kilometer rijden voordat we weer terug in de bewoonde wereld waren: Port Arthur. Onderweg zagen we de verrassend mooie Breakaways en de uitgestrekte zoutmeren. Na alle droogte dachten we weer wat groen tegen te komen langs de kust in South Australia. Hierover hadden we ons echter slecht ingelezen. Dit gedeelte van Australië is namelijk ook droog. En de dagenlange hittegolf met temperaturen van net boven de 40 graden maakte het alleen maar droger. South Australia bestempelde we al snel als minst mooiste staat en we waren dan ook binnen een week in Victoria. Daar kwamen we op onze route de Great Ocean Road tegen. Ook zeker iets om nooit meer te vergeten: het mooie regenwoud, de lichtgevende larven die we in het donker in het bos opzochten en natuurlijk de klifformaties. Vlak voor Melbourne brachten we de auto naar de garage; onzeker wachtten we af... Bij een speciaal bedrijf lieten we een nieuwe uitlaat onder de auto zetten; weg weekbudget. Maar de auto was wel helemaal klaar om met ons op de boot naar het mooie Tasmanië te gaan. De mooie bushcamping bij Cockle Creek, de vele mooie wandelingen en alle slangen maken Tasmanie tot één van de hoogtepunten van onze reis waar we vaak aan terugdenken. Niet te vergeten onze tweedaagse wandeling op het Freycinet Peninsula waarbij we direct achter het strand in ons tentje overnacht hebben. Terug op het vast land moesten we weer even de draad oppakken. Maar dat lukte snel toen we bij het Wilsons Promotory National Park aankwamen. Heerlijk gerelaxt hebben we daar. Victoria eindigde we met de hoge bergen in het Alpine en Snowy River National Park. Beide heel mooie parken, maar als we eraan terugdenken hebben we het vooral over de onophoudelijke regen. En niet te vergeten de gigantisch smalle onverharde bergweggetjes. Bijna onvoorstelbaar dat er nog zulke wegen bestaan. We kwamen aan in New South Wales dat in onze herinneringen eigenlijk overal mooi was; heuvelachtig en groen. Al snel bereikten we de geweldige stad Sydney. We herinneren ons drie slopende dagen waarop we niet stil gezeten hebben. Één van de avonden pakten we de boot naar Manly om daar in de supermarkt ingrediënten voor lekkere wraps te halen die we vervolgens met een biertje op het strand in elkaar zette en opaten. Hmmm... Hierna gingen we naar de Bleu Mountains maar daar denken we niet meer zoveel aan terug. Wel aan de mooie regenwouden die we tussen Sydney en de grens met Queensland aantroffen. Zeer indrukwekkende natuur en veel regen. Één van de kampeerplekken waar we helemaal alleen stonden deed ons aan Zwitserland denken. Bergriviertje, loslopende koeien en bergen. 's Ochtends maakten we een kampvuurtje aan de rand van het watertje en lazen een boekje. Genieten natuurlijk. Dit was ook het gedeelte van de reis waar we kennis maakte met de bloedzuiger. Ach ja, daar zouden we wel aan wennen. Al vrij snel was Fraser Island vervolgens aan de beurt. Het is bijna niet te doen - maar als we iets moeten kiezen als aller leukste van reis dan was dat het misschien wel. We reden drie dagen met onze gehuurde Suzuki Jimny over de zandwegen op het eiland. Kraakheldere riviertjes en meren, mooi regenwoud en een ruim 100 km lang strand dat ook als weg fungeert. Aan ons bezoek aan Mon Repos denken we niet heel vaak terug, maar was toch ook zeker iets heel speciaals. Op het strand zagen we namelijk onder leiding van een ranger een nest met schildpadden uitkomen. Heel bijzonder. We vervolgden onze weg naar het noorden en strandde drie dagen in Rockhampton in afwachting van een cycloon die voor de kust lag. Nadat deze was weggetrokken vervolgden we onze weg en kwamen uit bij de door de cycloon getroffen Whitsundays, helaas moesten wij deze eilandengroep toen overslaan. Maar zouden later wel terugkomen. Al snel waren we vervolgens in Townsville waar we een uitstapje maakte naar Magnetic Island. Hier sliepen we een nacht in een hostel. Ook al zoiets om nooit meer te vergeten. Op weg richting Cairns kwamen we terecht in het tropische noorden van Queensland. We herinneren ons hiervan vooral veel regen, spectaculaire watervallen en vele leuke plekjes om midden in de natuur te zwemmen. In eerste instantie reden we Cairns voorbij richting Cape Tribulation waar we ook nog vaak aan terugdenken. We genoten hier enkele dagen van het mooie regenwoud en wandelingentjes. Ook de rivercrossing van de Cooper Creek zal ons nog wel even bijblijven. Nadat we het meest noordelijke puntje van onze reis ‘gehaald' hadden keerden we terug naar de Whitsundays voor een cruise met de Pacific Sunrise. Vooral doordat we normaal vrij basic leefden was de fantastische verzorging op de boot zo'n bijzondere. We genoten dan ook met volle teugen van de service, het eten en onze mooie kamer. Natuurlijk was deze trip niet compleet geweest zonder het mooie snorkelen en de vele groene eilandjes. Na deze boottocht keerden we vrij snel weer terug naar Cairns waar een paar dagen later de auto te koop stond. Drie dagen later was hij voor een mooie prijs verkocht. En dat was wel even afkicken - zonder auto. Het voelde als het einde van de fantastische reis. Maar het Great Barrier Reef stond nog op het programma, dus boekten we een paar dagen later een boottocht van een week naar het rif. Hier snorkelden we in de schitterende wateren van het grootste rif ter wereld. Helaas ging het plan om na drie dagen als gast verbleven te hebben te gaan werken niet door vanwege zeeziekte. Eerder dan gepland waren we dan ook weer terug op het vaste land. De eerste grote teleurstelling van de reis. De laatste dagen in Cairns wenden we alvast aan het idee dat we snel weer naar huis zouden terugkeerden. Het stiekem plannen van een vervolgreis door Australië moest ons hierbij helpen.
Een half jaar Australië
Dat was het dan, de auto is verkocht. Na de verkoop van de auto afgelopen donderdag hadden wij nog bijna twee weken. Zaterdag zijn we opzoek gegaan naar een mooie invulling voor de laatste tijd in Cairns. Het Great Barrier Reef stond nog op het programma. Na even rondneuzen hebben we weer iets heel leuks gevonden. Woensdag vertrekken we voor een week met de Reef Endeavour naar het Outer Great Barrier Reef. Op de boot verblijven we eerst twee betaalde nachten als gast, daarna vier nachten als hostie. Dit houdt in dat we gratis verbijven en in ruil daarvoor moeten werken. Zo hebben we dus in totaal zeven dagen op het rif om te snorkelen. Want naast het werken krijgen we overdag genoeg tijd om te snorkelen. De boot zal iedere dag verschillende plekken op het rif bezoeken. Uiteraard hebben we veel zin in deze afsluiting van onze trip. Zodra we terug komen van de boot vliegen we bijna direct terug naar Nederland.
Omdat onze laptop het half heeft begeven kunnen we hier geen stukjes meer op typen. Dit betekent dat dit het laatste berichtje is vanuit Australie. We blijven natuurlijk wel schrijven (met pen en papier) en zullen de site compleet maken zodra we in Nederland zijn.
We vonden het heel leuk om de verhalen te schrijven en alle reacties te lezen. Tot over twee weken in Nederland!
Geschreven op 24 april
Woensdag begon de dag met het schrijven van een reisverhaal en het lezen van een boek. Rond 10 uur werden we gebeld door de man die de avond ervoor een proefrit in de auto had gemaakt. Zijn ex-vrouw zou die dag naar Cairns komen om de auto te bekijken en hij zou later bellen om een afspraak te maken. Nadat we dit telefoontje hadden gehad hadden we er vertrouwen in dat we de auto snel zouden verkopen. Daarom ook het laatste beetje van de spullen uit de auto gehaald, zodat hij gelijk door een koper meegenomen kon worden. Omdat het tijd was geworden om de e-mails weer te lezen en een reisverhaal te publiceren gingen we vervolgens naar de Mac. Onvoorstelbaar dat je altijd en overal een McDonalds kan vinden als je er naar op zoek bent. Helaas was de internetverbinding bij de eerste Mac waar we waren slecht. Daarom maar verder gereden en uiteindelijk uitgekomen bij een McDonalds in een groot winkelcentrum. Ook hier zat het niet mee, omdat de accu van de laptop inmiddels op was. Wij dus opzoek naar een betaalde internetverbinding. En hier snel de hoognodige dingen gedaan. Op de camping aten we boterhammen en vervolgens reden we de auto naar de Esplanade. We hadden gehoord dat hier meer mensen hun auto wegzetten om hem te verkopen. Daar aangekomen zagen we inderdaad meerdere auto's van backpackers staan. We parkeerden de auto op een mooi plekje en liepen vervolgens even rond om te kijken wat de andere voor hun auto vroegen. Nog steeds zijn we van mening dat onze auto een mooie prijs heeft. We stelden ons verdekt op en keken van een afstandje wat er ging gebeuren. Zo brachten we de rest van de middag door. Het viel niet tegen dat er binnen een paar uur flink wat mensen een korte blik op de auto hadden geworpen en een groepje backpackers duidelijk geïnteresseerd was. We dachten dat ze ons telefoonnummer hadden opgeschreven en waren dus klaar om de telefoon op te nemen. Het telefoontje bleef helaas uit. Aan het einde van de middag teruggereden naar de camping. Niet veel later ging de telefoon. Aangezien we nog steeds aan het wachten waren op het telefoontje van de man die de dag ervoor een testrit had gemaakt, dachten we dat hij het misschien wel was. Het bleek echter iemand anders te zijn. Waarschijnlijk één van de meisjes die wij op de parkeerplaats hadden gezien. We maakten voor de volgende dag om 4 uur 's middags een afspraak. De avond brachten we voornamelijk in de campkitchen door met twee Nederlandse meisjes. Nog steeds geen telefoontje van de andere man. Wij konden dus lekker nog een nacht in onze auto slapen.
De volgende dag poetste Robert 's ochtends nog even de auto en reden we daarna terug naar de Mac bij het winkelcentrum, nu met volle batterij. Naast de gebruikelijke internetactiviteiten werd de auto te koop gezet op twee websites. We wilden niet al onze hoop vestigen op de afspraak die middag, omdat het natuurlijk nog onzeker was of we de auto zouden verkopen. Vlak voordat we klaar waren op internet kregen we weer een telefoontje, nu van een vrouw, waarschijnlijk Australisch, die ook naar de auto wilde komen kijken. Ze zou die middag nog terugbellen voor een afspraak. Aan het begin van de middag reden we vervolgens de auto weer naar de Esplanade waar hij geparkeerd werd. Wij probeerden bij de lagoon een boek te lezen, maar konden onze aandacht er niet echt bijhouden en dachten vooral aan de telefoon en de auto. Robert maakte voor de afleiding een wandelingetje. Om vier uur hadden een afspraak met ene Mia. Dit bleek een Deens meisje te zijn die samen met Emma - een Zweedse - opzoek was naar een auto. Ze waren duidelijk erg geïnteresseerd in de auto en gaven al snel aan dat ze de auto wilde laten nakijken bij een garage. Dit had enige haast, omdat zij niet de enige geïnteresseerde waren. Robert ging daarom die middag nog met Mia opzoek naar een garage terwijl Marieke met Emma bij de lagoon bleef wachten. Het koste moeite om een garage te vinden die er direct naar wilde kijken. Uiteindelijk nam Mia genoegen met een hele korte, onserieuze keuring. Ze voelde duidelijk aan dat ze misschien wel niet konden wachten tot de volgende dag omdat er andere geïnteresseerden waren. Terug bij de parkeerplaats werd er na kort overleg tussen de twee meiden besloten de auto te kopen. We namen een aanbetaling in ontvangst en zouden de volgende dag de rest regelen. De Australische vrouw werd vervolgens teruggebeld dat de auto al verkocht was en ook een Nederlandse jongen moesten we later teleurstellen. Hij was verkocht!!! Wij helemaal blij natuurlijk. Al hadden we bijna het gevoel dat we hem wel voor meer hadden kunnen verkopen. Aangezien we hadden besloten uit eten te gaan als de auto verkocht was, gingen we terug naar de camping om ons om te kleden. Vervolgens zochten we een leuk restaurantje uit in de stad waar we heerlijk hebben gegeten.
Gisterochtend zouden Mia en Emma ons bellen om een afspraak te maken voor die middag. Op de camping moesten wij echter tot 2 uur die middag wachten op het telefoontje. We vermaakten ons tot die tijd met het lezen van een boek. Uiteindelijk waren we om 4 uur weer terug op de parkeerplaats bij de Esplanade. Hier werden de nodige papieren ingevuld, het geld overhandigd en nog wat laatste dingetjes uitgelegd. Toen was het toch echt zover... Tijd om afscheid te nemen van ons huis. Toen we vanaf een bankje toekeken hoe ‘onze' auto de parkeerplaats afreed en we dachten aan alle mooie herinneringen met de auto kreeg Marieke het een beetje moeilijk. Als troost haalde we een klein softijsje. Vervolgens zat er niks anders op dan de bus terug te pakken naar de camping. 's Avonds op de camping dachten we terug aan de mooie plekjes waar de auto ons naartoe gebracht had, aan het inbouwen van het bed in de auto en aan de onzekere uurtjes die we in spanning doorbrachten als de auto bij de garage stond. We vinden het jammer dat hij weg is al waren we ook blij dat we hem voor een redelijke prijs hebben kunnen verkopen. Zeker als we denken aan de verschillende keren dat we gehoord hebben dat er backpackers zijn die hun auto op het vliegveld achter moeten laten, omdat ze hem niet verkocht krijgen.
Inmiddels is het de volgende ochtend en gaan we snel nog de laatste dingentjes regelen. Daarna gaan we relaxen en kijken hoe we zo leuk mogelijk de laatste anderhalve week in Australië in gaan vullen. Één van de hoogtepunten van Australië staat in ieder geval nog op het programma: het Great Barrier Reef.
Wij zijn aangekomen op onze eindbestemming Cairns. De auto staat te koop en dat betekend dat iedere nacht in de auto de laatste zou kunnen zijn. Wij wachten in spanning af...
Geschreven op 18 april
Donderdag - de dag na de terugkomst van onze fantastische zeiltrip - genoten we nog even na in Airlie Beach. 's Ochtends namen we de tijd om ons reisverhaal over de Whitsundays te schrijven. Tegen half 11 namen we de auto en reden naar de haven waar we de auto parkeerden. Vanaf hier liepen we naar de lagoon in Airlie Beach waar we ons de rest van de dag vermaakten. Vooral met lezen en zwemmen. Aan het eind van de middag dachten we na over de planning voor de komende dagen. We wilde eigenlijk naar een nationaal park waar je een goede kans hebt om vogelbekdieren te zien. Dit nationale park was echter nog 150 kilometer verder naar het zuiden - uit de richting dus - en dat zat ons gevoel dwars. Ook al waren we vanuit Cairns speciaal voor de Whitsundays terug naar Airlie Beach gereden, om alleen voor de vogelbekdieren nog eens 150 kilometer verder uit de richting te gaan was te veel van het goede. Daarom besloten we nog een nachtje in Airlie Beach te blijven slapen.
De dag erna vermaakten we ons weer in de lagoon in Airlie Beach. Lekker zwemmen, relaxen en lezen. Omdat het tegen drie uur begon te regenen en de regen niet leek weg te trekken, vertrokken we wat eerder dan de planning was weer terug naar het noorden. We reden nog een kleine 300 kilometer en parkeerden uiteindelijk de auto op de rest area achter de BP in Townsville. Omdat we hier al twee keer eerder twee nachten hadden overnacht werd het al de vijfde nacht dat we hier zouden slapen. Op de camping in Perth na is er geen enkele andere plek waar we tijdens onze reis zoveel nachten hebben doorgebracht.
Gisterenochtend werd de auto direct na het ontbijt ingepakt en waren we vroeg opstap. De eerste stop die dag was bij de MacDonalds in Townsville. We namen de tijd om mails te versturen, de site te updaten en onze bankrekening te checken. Daarna reden we naar de Woolworths waar we boodschappen kochten voor de komende dagen. De planning was om nog z'n vier à vijf dagen de tijd te nemen om in Cairns te komen. We hebben alles al gezien onderweg maar en zijn nog een aantal plekken waar we nog een keer naartoe terug willen en bovendien zijn we anders te vroeg in Cairns. De eerste plek waar we nog naartoe wilden was het Paluma Range National Park. We reden terug naar de Big Cristal Creek. Hier vonden we een plek in de rivier waar je kon zwemmen die we de vorige keer gemist hadden. Mooi plekje waar het gezellig druk was met mensen die van de natuurlijke glijbaan van het ene meertje in het andere gleden. Na een verfrissende duik genoten we van een lekkere lunch van de barbecue. Door het weekend was het ook op de picknickplaats gezellig druk met voornamelijk Australiërs. We sloten we de middag af met een duik in de rivier op de plek waar we zo'n drie weken geleden ook gezwommen hadden. Aan het einde van de middag reden we naar de iets verderop gelegen Jourama Falls om te kamperen. Hier hadden we drie weken geleden een mooie bushcamping gezien maar niet gekampeerd.
Geschreven op 21 april
Afgelopen zondag begonnen we de dag met een kleine wandeling naar de swimminghole onder de Jourama Falls waar we een aantal weken geleden ook al gezwommen hadden. Dit was een erg mooie plek dus daar gingen we met plezier nog een keer naar toe terug. Helaas liet het weer ons in de steek en begon het niet veel later te miezeren. Hier lieten we ons door wegjagen en niet veel later zaten we dan ook alweer in de auto naar Tully. Onderweg werden onze plannen omgegooid; we zouden de volgende dag al naar Cairns gaan om de auto te koop te zetten. Oorspronkelijk was het plan nog enkele dagen in het gebied rondom Cairns te blijven hangen. Het verslechterde weer was één van de redenen dat de plannen werden omgegooid. Vooral Robert gaf er daarnaast de voorkeur aan om snel naar Cairns te gaan. Eerst maar eens de auto verkopen; daarna kijken hoe we zo leuk mogelijk onze laatste tijd in Cairns gaan besteden. Wel gingen we die middag nog naar Alligators Nest. De floodway die vlak voor Alligators Nest overgestoken moest worden bleek duidelijk dieper dan de vorige keer. Toen Robert - éénmaal aan de overkant - toegaf dat hij inderdaad best diep was had Marieke het niet meer. Daarom, en ook omdat we bang waren dat de floodway door de regen nog hoger kwam te staan, maar besloten om direct de auto weer door de rivier te rijden en aan de andere kant te parkeren. Vanaf daar te voet over de floodway naar Alligators Nest dat maar een klein stukje lopen was. Hier aten we heerlijke wraps met: sla, tomaat, bacon van de barbecue en mayonaise. We stelde het zwemmen na de lunch uit vanwege de regen en brachten een aantal uur lezend door. Aan het einde van de middag vlak voordat we weer verder gingen nog wel even een snelle duik genomen. Uiteindelijk overnachtten we op een rest area vlakbij Innisfail. Op deze plek hadden we ook overnacht op weg naar de Whitsundays. Met de gedachte dat we bijna definitief in Cairns zijn had vooral Robert het moeilijk. 's Avonds verbaasde we ons weer een keer over de regen. Uren achter elkaar komt het loodrecht naar beneden. En zodra je denkt dat het onderhand toch echt wel een keer moet stoppen gaat het een kwartier lang nóg harder regenen dan het daarvoor al deed. Echt ongelofelijk hoeveel regen hier kan vallen.
Maandagochtend toen we wakker werden bleek het nog steeds een beetje te regenen. We vroegen ons af of het 's nachts een keer droog was geweest. Niet dat wij hebben gemerkt in ieder geval. We pakte snel de auto in en gingen naar onze eindbestemming; Cairns. Eerst maar even bij het vistors centre langs om te vragen naar de goedkoopste camping. Dit bleek een lastige vraag aangezien we naar de dichts bijzijnde camping werden gestuurd in plaats van de goedkoopste. En aangezien we nog ruim twee weken in Cairns op een camping zullen staan loont het wel de moeite om naar een goedkope te zoeken. Al snel vonden we, met behulp van een foldertje dat we bij het visitors centre gekregen hadden, een camping die maar vijftien dollar per nacht kost. Kijk, daar waren we naar opzoek. Voordat we naar de camping reden gingen we langs bij de bank om de verzekering van de auto stop te zetten. Een meevaller was de we nog geld terugkrijgen voor de zes maanden verzekering die we niet hebben gebruikt. Ook gingen we langs bij de Australische wegenwacht waar bleek dat de nieuwe eigenaar van de auto nog een half jaar gebruik kan maken van onze wegenwachtservice. Op de camping aangekomen werd - net zoals in Perth - de tent opgezet. Verder hielpen we twee Duitse backpackers die net een auto in Cairns hadden gekocht maar problemen hadden met de accu. Nadat hun auto met behulp van onze auto en startkabels weer liep informeerden we naar het aanbod op de backpackautomarkt in Cairns. Dit gaf ons moed aangezien we begrepen dat er veel voor de auto's gevraagd wordt. Wel scheen er veel aanbod te zijn volgens hun. We zouden blij zijn als we voor onze auto de prijs krijgen die zij voor hun auto betaald hadden. En dat terwijl onze auto volgens ons toch meer waard moet zijn. Om zo goed mogelijk voor de dag te komen met onze auto werden de meeste spullen van de auto in de tent overgeladen, zodat de auto er gelijk al netter uit zag. Ook knipte Marieke het muggennet uit de auto dat de auto veel ruimtelijker maakt. Daarna was het tijd om de auto te wassen. We reden eerst naar een wasstraat waar de auto helemaal gezogen werd. Vervolgens weer terug naar de camping om de binnenkant van de auto te wassen. Alles werd gesopt - tot de deurrubbers en bekleding van de stoelen aan toe. Natuurlijk moest ook de buitenkant van de auto mooi schoon worden dus reden we weer terug naar de wasstraat waar we de auto weer lieten glimmen. Voor het eten reden we toch nog even snel bij twee hostels lang om te kijken wat voor auto's er voor welke prijs worden aangeboden. Veel backpackers durven in onze ogen erg veel voor hun auto te vragen en dat is natuurlijk in ons voordeel. Zeker omdat onze auto nieuwer is dan alle andere auto's die worden aangeboden en er duidelijk beter uitziet. Wel heeft hij al een hoop kilometers gereden maar dat zal met veel andere auto's ook het geval zijn aangezien in veel advertenties niet vermeld wordt hoeveel de auto gereden heeft. We besloten die avond om de auto de volgende dag voor AUD 2.900,- te koop te gaan zetten. Dit is meer dan we verwacht hadden terug te krijgen voor de auto maar vergeleken met de andere auto's die worden aangeboden een goede prijs. We zullen zien.
De volgende dag gingen we vol goede moed verder met het verkopen van de auto. Op de camping werden nog een aantal foto's van de auto gemaakt en vervolgens werd in de camp kitchen op de laptop een mooie advertentie in elkaar geknutseld. We lieten deze vervolgens in kleur afdrukken zodat we opvallen tussen alle zwart-wit advertenties. De hele middag waren we vervolgens zoet met het ophangen van de advertenties in hostels. In totaal werd er in twaalf verschillende hostels een advertentie opgehangen op een publicatiebord. Nu maar afwachten. Het ene moment hebben we het gevoel dat we een duidelijk betere prijs en auto hebben dan de meeste andere backpackers en de auto zo kwijt zouden moeten zijn. Het andere moment zakt ons de moed in de schoenen als we zien hoeveel advertenties er hangen. Maar we waren nog niet terug op de camping of er was al tijd voor actie. We werden gebeld door een Australiër die onze advertentie had gezien in één van de hostels. Kort daarna reden we naar het centrum van de stad waar we afgesproken hadden. De man was duidelijk geïnteresseerd, vond de auto er goed uitzien, de prijs redelijk en maakte een proefrit. Hij zou 's avonds zijn ex-vrouw bellen die in de auto zou gaan rijden. Ook wij konden een telefoontje van hem verwachten die avond had hij gezegd. Inmiddels is het de volgende ochtend en hebben we nog niks gehoord (wel hadden we een gemiste oproep van gisterenavond laat). We wachten af, maar in ieder geval heeft het ons vertrouwen gegeven dat er iemand een proefrit gemaakt heeft. Een Australiër zelfs. Dat hadden we niet verwacht aangezien hij de auto nog zal moeten laten overschrijven naar een Queensland registratie - en dat kost hem extra geld. Geduld dus...
Wij hebben weer ons best gedaan om onze avonturen zo goed mogelijk te verwoorden. Nu aan jullie de taak om het allemaal weer te lezen. In dit stukje lees je onder andere over onze zeiltrip naar de Whitsundays. Uiteraard hebben we weer mooie foto's bijgevoegd!
Geschreven op 11 april
Afgelopen donderdag namen we de hele dag de tijd om het gebied rondom Cape Tribulation te verkennen. Marieke sliep een keertje uit, dit houdt in tot half 8..., daarna vertrokken we na het gebruikelijke ochtendritueel. Het was maar een klein stukje rijden naar Marrdja waar we een wandeling maakten. Korte, maar wederom mooie wandeling grotendeels door de mangroves. We waren de eersten die dag die de wandeling liepen en deden het stil aan in de hoop wat wildlife te spotten. Net zo als de dag ervoor genoten we op ons gemak. De wandelingen zijn kort maar over een aangelegd pad waardoor je goed om je heen kan kijken. Vaak maken we langere wandelingen waarbij je goed moet opletten waar je loopt en eigenlijk alleen om je heen kan kijken als je stilstaat. De korte wandelingen zijn een leuke afwisseling. Door het rustig aan te doen vermaken we ons iedere keer toch een hele tijd. Na de wandeling verder gereden richting Thornton Beach waar we een stukje over het strand liepen. Het was die dag heerlijk weer en dus genoten we volop. Eenmaal uitgekeken bij Thornton Beach reden we naar een andere baai waar we ook even over het strand liepen. Daarna reden we naar Jindalba waar we lunchten en nog een wandeling op het programma stond. Dit keer door het regenwoud. Eerst liepen we een korte wandeling. De lange wandeling die aangegeven stond bleek toen we hem gelopen hadden eigenlijk alleen voor bevoegde mensen te zijn. Avontuurlijke tocht waarbij we de lintjes volgenden omdat het pad slecht te zien was. Onderweg deden we ons best om een Southern Cassowary te spotten, zonder succes. Deze grote vogel - die vliegen verleerd is - we graag nog een keer willen zien. We sloten de dag af bij een uitkijkpunt waar we mooi uitzicht hadden over het regenwoud, de Daintree river en de oceaan. Toen we weer in de auto zaten besloten we last minute die avond uit eten te gaan. Het was even zoeken, maar uiteindelijk vonden we een leuk restaurantje. Omdat de keuken nog niet open was reden we eerst naar het strand waar we ons voorgerecht aten - een kopje soep. Daarna terug naar het restaurantje waar we heerlijke Barramundi gegeten hebben met als toetje een lekker ijsje. Het was een gezellige avond.
De volgende dag maakten we nogmaals bij Marrdja de wandeling door de mangroves. Ook vandaag lieten de salties zich niet zien. Doordat het ook vandaag mooi weer was was het waterpeil in de Cooper Creek flink gedaald. Geen sensatie op de terugweg dus. We pakten de ferry terug over de Daintree river en reden terug naar Cairns over de mooie Captain Cook Highway langs zee. Door het mooie weer leek alles tien keer zo mooi als op de heenweg. We aten onderweg ergens onze boterhammen en gingen vlakbij Cairns in een bibliotheek op internet. In Cairns aangekomen liepen we een informatiecentrum binnen om wat informatie over de Whitsundays te halen. De Whitsundays liggen zo'n 650 km terug naar het zuiden en hebben we een aantal weken geleden overgeslagen in verband met de cycloon. We hebben nog zo'n 2 weken ‘over' en het leek ons een leuk idee om hier toch nog naar toe terug te gaan. Bij de informatiecentra werden we niet veel wijzer, maar na een telefoontje naar Airlie Beach hadden we besloten om te gaan. Het is er nu ideaal weer en er zijn nog mooie last minutes beschikbaar. Om de kosten voor een camping te besparen reden we die avond alvast 1,5 uur naar het zuiden naar een rest area. Wat we precies zouden gaan doen wisten we nog niet, maar we hadden er al heel veel zin in.
De volgende morgen zaten we om 7 uur in de auto naar het zuiden. We wisselden regelmatig van chauffeur en waren voor 3 uur in Airlie Beach. In Airlie Beach aangekomen gingen we snel naar het boekingskantoor dat ons telefonisch al een aantal keer goed geholpen had. Hier vroegen we naar de beschikbare last minutes. Het plan was om zo'n drie dagen te gaan zeilen. Eén van de last minutes sprak ons extra aan, vooral dat deze boot ook naar het ‘outer reef' zou gaan. Doordat de last minutes erg aantrekkelijk zijn hebben we de mogelijkheid om vrij goedkoop met een luxe boot mee te gaan die maar een kleine groep meeneemt. Na even onderhandelen hadden we een fantastische boot geboekt die 30% goedkoper was dan normaal. Dit was allemaal binnen twee uur geregeld en we zouden de volgende dag al vertrekken. Na het boeken snel een camping opgezocht waar we lekker in het zwembad gezwommen hebben.
Inmiddels is het zondag en vertrekken we vanmiddag om 4 uur met de Pacific Sunrise voor een zeiltocht van 3 nachten, 4 dagen naar de Whitsundays en het Bait Reef. We hebben er ontzettend veel zin in!
Geschreven op 15 april
Afgelopen zondag waren we allebei wat ongeduldig. We zouden die dag 's middags namelijk vertrekken voor een 4 daagse zeiltocht. Halverwege de ochtend verlieten we de camping en parkeerden we de auto bij het centrum van Airlie Beach. We checkten in - en betaalde onze reis - bij het kantoortje van Whitsunday Adventure Cruises. Hier kregen we nog wat informatie over de zeiltocht. Toen we dit gedaan hadden reden we met de auto naar een winkelcentrum net buiten het stadje. We kochten twee goedkope strandlakens - de enige handdoeken die we bij ons hebben zijn sporthanddoekjes van zo'n 50 centimeter groot en het leek ons toch wel fijn om voor deze trip grote strandlakens te hebben. Nadat we geluncht hadden keken we voor Marieke nog even naar een mooie jurk - en kochten er ook één. Vervolgens namen we een duik in het zwembad van Airlie Beach en konden we richting de boot. We vonden snel een parkeerplekje en waren daarom veel te vroeg op de verzamelplaats. Vooral Marieke begon erg ongeduldig te worden. Wat voor gasten zouden er met ons op de boot zitten? Om iets voor drieën was de groep compleet en werden we door twee bemanningsleden opgehaald op de kade. Aan boord aangekomen maakten we - onder het genot van afternoon tea - kennis met de andere gasten. Er was een ouder en een jong Zwitsers stel, een Amerikaans echtpaar en een groepje van vier vrienden die in Australië een trouwerij gehad hadden. In totaal een groep van twaalf personen. Voordat we vertrokken hield de kapitein een praatje en stelde de bemanningsleden voor. De vijfkoppige bemanning bestond uit: een matroos, duikinstructeur, kok, gastvrouw en de kapitein. Nadat we de haven uit gevaren waren werden we door gastvrouw Jenn naar onze kamer gebracht. Een ontzettend mooie, ruime kamer op het benedendek van de boot met eigen badkamer. Nadat onze spullen uitgepakt waren genoten we van de trip naar de eerste overnachtingsplek. We liepen onder andere even bij de kapitein binnen voor een praatje. Hij liet ons zien waar we naartoe gingen de eerst avond. Ook vertelde hij dat we niet naar het Bait Reef konden, omdat de boei waar de boot normaal aanmeert door de cycloon verwoest is. Een kleine teleurstelling. Wel zou de kapitein nog proberen radiocontract te maken met een andere boot om te kijken of we hun boei konden gebruiken. Na een mooie zonsondergang kwamen we aan in Blue Pearl Bay waar we voor anker gingen. Er werd een glaasje welkomstchampagne geserveerd met borrelhapjes - de verzorging was echt geweldig. Ook het avondeten dat later geserveerd werd was één grote verwennerij. Heel smaakvol drie gangenmenu dat ook nog eens erg mooi gepresenteerd werd. Tijdens het eten vermaakten we ons bovendien goed met de gezellige groep. In het donker zagen we die avond verschillende dolfijnen rondom de boot zwemmen. Al met al een fantastische eerste dag. Dat beloofde wat voor de rest van de reis. We gingen slapen en konden niet wachten op het snorkelen de volgende dag.
De volgende ochtend werd om acht uur het ontbijt geserveerd - laat voor ons doen. Robert was dan ook al eerder wakker en genoot en alle rust van de mooie baai waarin de boot voor anker lag. Het ontbijt bestond uit een buffet, die ochtend naar wens aangevuld met bacon en roerei. Na het ontbijt gaf de kapitein een snorkelinstructie. Daarna was het tijd voor actie. Onze wetsuits werden aangetrokken (in verband met de gevaarlijk box jellyfish) en we stapten vanaf de Pasific Sunrise in een klein motorbootje dat ons naar de snorkelplek bracht. We lieten ons over de rand in het water glijden en genoten vervolgens van de mooie onderwaterwereld. Op deze eerste snorkelplek zagen we vooral ontzettend veel en verschillende soorten vis, maar ook het koraal was erg mooi. We boften ontzettend met het weer: het was zo goed als windstil en de zon scheen volop. Ideaal snorkelweer. Door al het slechte weer dat de eilandengroep hiervoor had gehad was het water in maanden niet zo helder geweest. Het leek erop dat we op precies het goede moment waren teruggekomen naar de Whitsundays. Al snorkelend werd je continu in de gaten door één van de twee motorbootjes en teruggebracht naar het zeilschip als je dat wilde. Als laatste kwamen we het water uit - helemaal onder de indruk van de mooie onderwaterwereld. Terug aan boord stond de ‘morning tea' klaar en hielp de kapitein Robert met het identificeren van een vreemd slakachtig beestje dat we hadden gezien. Tijdens de lunch voeren we om Hook Island heen naar Mackerel Bay North. Na een inspectie van de kapitein en zijn matroos bleek het water hier niet helder waarna we ons geluk gingen beproeven bij Mackerel Bay South. Even later lagen we weer in het water te snorkelen. We werden afgezet bij een koraalwand die we zo'n twee honderd meter volgde naar de plek waar we weer opgepikt zouden worden. Minder helder water dit keer en ook minder vis, maar des te mooier koraal. Marieke was er helemaal van onder de indruk. En Robert had het nooit zo mooi verwacht rondom de eilanden. Als het ‘outer reef' nog mooier is dan beloofd dat nog wat! Tijdens deze zeiltrip zouden we hier trouwens niet meer komen, maar deze teleurstelling waren we door het mooie snorkelen allang weer vergeten. Ook zagen we die middag tijdens het snorkelen maar liefst zeven keer een schilpad. Na het snorkelen stond de afternoon tea al weer klaar en zette de kapitein koers naar Border Island waar we de nacht zouden doorbrengen. Tijdens het varen vermaakten we ons met relaxen en wisselde we snorkel- en duikervaringen uit met andere gasten. Natuurlijk lieten we de borrelhapjes en het avondeten ons weer goed smaken. Wat een verwennerij.
De volgende morgen kregen we bij het ontbijt een lekkere omelet. Vervolgens konden we weer het water weer in om te snorkelen. Weinig vissen gezien die keer maar misschien wel het mooiste koraal. Helaas was het die dag bewolkt waardoor het zicht onder water en de kleuren minder waren. Na deze laatste snorkeltrip vertrokken we in de richting van Whithaven Beach. Op dit strand werden we gedropt en hadden we zo'n drie uur de tijd om te relaxen. We maakten eerst een behoorlijke wandeling over het mooie strand en gingen vervolgens nog even lezen. Tegen vier uur werden we weer opgehaald met één van de kleine motorbootjes. Een mooi gezicht om de zeilboot te zien vanuit de rubberbootjes. Terug aan boord keken we snel op het menu voor die avond en gingen douchen zodat we weer op tijd voor de borrel op het achterdek waren. Wat een leven! Er was inmiddels genoeg wind om één van de zeilen te hijsen en zo voeren we half zeilend, half op de motor varend naar de plek waar we voor anker gingen voor de nacht; Macona Inlet, Hook Island.
De volgende morgen was het alweer de laatste ochtend van de zeiltrip. Voor het ontbijt pakten we onze spullen in en dropten deze in de bibliotheek. Tijdens het ontbijt zette de kapitein koers terug naar Airlie Beach dat nog zo'n twee uur varen was. Op het bovendek genoten we nog even van de zon en het varen door de eilanden. Voordat we in Airlie Beach de haven in voeren hield de kapitein nog even een praatje en werden er foto's gemaakt van de bemanning en passagiers. We hadden ontzettend genoten van de geweldige trip en hadden - terug aan land - allebei moeite om ons ‘gewone' leventje weer op te pakken. Niet alleen de shock om weer terug te zijn van zulke leuke dagen maar ook het feit dat het verkopen van de auto inmiddels wel heel dicht bij begint te komen vonden we maar moeilijk. Gelukkig was het mooi weer en vermaakten we ons de rest van de dag goed in het ontzettend fraai aangelegd openbare zwembad direct aan zee. Aan het einde van de middag zochten we een camping op. We reden een aantal kilometers Airlie Beach uit en bespaarde zo vijf dollar campinggeld.
De zon schijnt weer in Australie!! In dit reisverhaal lees je onder andere dat we zelf warm water zwembad hebben gegraven en met de auto door een spannende rivier zijn gereden. Vergeet ook de foto's niet te bekijken! Veel leesplezier.
Geschreven op 05 april
Vrijdagochtend werden we wakker op de mooie camping te midden van het regenwoud. Nadat we het reisverhaal geüpdate hadden, ontbeten hadden en de auto was ingepakt reden we verder over de Palmerston Highway. De weg klom langzaam door het regenwoud naar de Atherton Tablelands. De Tablelands is een hoogvlakte en de overgangszone van regenwoud naar outback. We maakten er een toeristisch rondje met de auto langs drie verschillende watervallen. Mooie watervallen, maar wij vinden het toch leuker om deze te zien tijdens een wandeling in plaats van de auto ernaast te parkeren, 100 meter te lopen en vervolgens weer verder te rijden. Wel is het echt ongelooflijk hoeveel watervallen en rivieren er hier zijn. En de hoeveelheid water die hier vanaf komt. We reden verder naar Ravenshoe waar we het thuisfront smsten en reden vervolgens door naar de Millstream Falls. Wederom mooie waterval waar we lunchten. Na de lunch verder over de Kennedy Highway het binnenland in gereden. We konden toen goed zien hoe smal de natte kuststrook is. De strook met regenwoud langs de kust is nog geen 40 km breed en daarachter wordt het bos steeds droger. Bij de Innot Hot Springs aangekomen merkten we door de vliegen dat we op de rand van de outback zaten. De Innot Hot Springs had Marieke zich wat romantischer voorgesteld; een kleine teleurstelling. Het waren geen natuurlijke baden maar zwembaden op het terrein van een camping. Gelukkig zagen we een aantal andere mensen in het riviertje naast de camping badderen. Dit wilden wij ook wel. Met een schep die we van de buren kregen gingen we aan de slag om ons eigen zwembadje te graven. Kunst hierbij was om het koude rivierwater in de juiste verhouding te mengen met het hete bronwater dat door het zand omhoog kwam. We namen de stank voor lief en gingen lekker in ons badje zitten waar we ons enige tijd hebben vermaakt. Echt rustig zitten was er niet bij omdat er regelmatig in een keer heet water omhoog kwam. Toen we uitgebadderd waren reden we terug naar de rest area die we onderweg hadden gezien. Het was goed te merken dat de bergen die verder naar het oosten liggen alle regen opvangen want het was de hele avond en nacht droog gebleven.
Ook de volgende ochtend leek het mooi weer te worden. De zon scheen zelfs. Vol goede moed pakten we de auto in en reden we na het ontbijt terug naar de Atherton Tablelands. Hier aangekomen was het direct weer begonnen met miezeren. Opvallend hoe strak die scheidingslijn hier is. Onze eerste stop was het Mount Hypipamee National Park. Hier maakten we een korte wandeling naar een diepe krater. Het is onbekend hoe diep deze krater is doordat hij grotendeels vol staat met water. We reden vervolgens verder naar Atherton waar we bij de Mac op internet zaten. Ook kochten we een vervangende stoel omdat Marieke eerder die week door de stoel gezakt was. We wisten dat deze stoeltjes niet duur waren (5 euro) en daar hebben we weer veel zitplezier voor. Later die dag werd onze andere stoel gerepareerd met het verpakkingsmateriaal van de nieuwe. Hoe creatief. Na de lunch en boodschappen gedaan te hebben gingen we terug naar de Mac om op internet een bushcamping te boeken. Helaas bleken alle campings rondom een meer waar we naartoe wilden vol te zitten in verband met Pasen, maar we vonden toch nog een mooie bushcamping even verderop. Onderweg maakten we een stop bij Lake Eacham, een krater meer met helder blauw water. We zagen hier schildpadden en maakten een wandeling rondom het meer. Vervolgens verder gereden naar de Goldsborough Valley waar we de bushcamping geboekt hadden. Alweer een mooie camping in het regenwoud. 's Avonds lekkere hamburgers gebakken.
Toen we de volgende dag het dal uitreden was tot onze verbazing - zoveel regen was er niet gevallen - het waterpeil in de rivieren en floodways behoorlijk gestegen. We moesten met onze auto een paar keer het water door, maar gelukkig was dit nog net te doen. Waarschijnlijk is er vooral hoog in de bergen veel regen gevallen die nacht. Veel hebben we verder die dag niet gedaan. Voornamelijk omdat het de rest van de dag niet droog is geworden. We reden voorbij Cairns - onze uiteindelijke eindbestemming - en reden via Kuranda door naar het Barron George National Park. Hier vonden we een mooie bushcamping waar we schuilend onder ons grondzeil de middag hebben doorgebracht.
Nu is het de volgende ochtend en voorlopig lijkt het droog te blijven.
Geschreven op 8 april
Afgelopen maandag begon de dag voor ons met een ochtendwandeling door het regenwoud. Vanaf de bushcamping, die aan de rand van het nationale park lag, begonnen diverse wandelingen. We zochten een mooi rondje uit. Omdat de wandeling meer leek op een ontdekkingsreis door de jungle zouden we niet ver komen; over een stuk van nog geen drie kilometer deden we tweeënhalf uur. Onderweg bleven we allebei tot bloedens toe vastzitten aan een palmachtige boom met scherpe weerhaken. Terug bij de auto aangekomen was het weer begonnen met regen. We dronken een kopje thee en aten daarbij koekjes. Tot lunchtijd bleven we lezen en daarna pakte we de auto in om vervolgens naar het toeristische Kuranda te rijden. Hier liepen we even door het stadje en keken onder andere bij een fototentoonstelling en een galerij met aboriginal kunst. Ook keken we op het station van de toeristische trein en kabelbaan die het stadje zo populair maken. Nadat we uitgekeken waren reden we naar de vlakbij gelegen Barron Falls. De korte wandeling er naartoe was verrassend leuk. We deden het rustig aan en lazen alle informatiebordjes die we tegenkwamen. Des de langer we in Australië zijn des te leuker gaan we het vinden om wat meer te weten te komen over de dingen die we zien. Zo lazen we dat de palm waar we die ochtend aan waren blijven haken zijn weerhaken gebruikt om zich aan een andere boom omhoog te trekken. Ook lazen we over een Strangler Fig die in de kruin van een andere boom begint te groeien en vanaf daar wortels langs de stam van de gastboom naar beneden maakt. Uiteindelijk gaat de gastboom dood, rot weg, en is de Strangler Fig sterk genoeg om alleen te blijven staan. Maar we kwamen voor de waterval en die was, door alle regen, erg mooi en groot. Na het uitstapje naar de waterval reden we naar een uitkijkpunt waar we eerst even gewacht hebben tot het droog werd. Vervolgens terug naar de camping gegaan en daar lekker gebarbecued. Vlak voor het slapen reden we de auto weer onder het opgehangen grondzeil. Deze nieuwe tactiek gebruiken we de laatste tijd vaker om er voor te zorgen dat we ook met regen 's nachts een raam op een kier kunnen laten staan zonder dat het naar binnen regent.
Donderdag was weer een echte dag uit het regenseizoen; onophoudelijke regen en miezer. Al snel nadat de auto ingepakt was reden we over de Captain Cook Highway naar Mossman. Hier liepen we eerst binnen bij een kantoor van de nationale parken van Queensland om een vergunning te halen voor de camping op Cape Tribulation. De medewerkers was niet echt enthousiast en snapte niet dat we nu wilde gaan kamperen; regen, geen schuilplaats, vele muggen, etc. We werden er een beetje door ontmoedigd maar waar moesten we dan naartoe? Het regende tenslotte overal. Dus werd gewoon volgens plan besloten om de volgende dag voor twee nachten te gaan. In Mossman ligt de Mossman Gorge dat onderdeel is van het Daintree National Park. We kwamen in de stromende regen aan. Omdat het niet droog wilde worden en omdat onze poncho's zelfs aan de binnenkant nat waren reden we terug naar het stadje om dan toch de paraplu's te gaan kopen waar we al vaker over getwijfeld hadden. Met onze gloednieuwe plu's liepen we vervolgens de mooie korte wandeling door het dal. Mooi regenwoud en een beek die meer op een wilde rivier leek. Na de wandeling een camping opgezocht. Robert ging nog even zwemmen in het zwembad en liep een rondje door het stadje. Verder de dag lezend afgesloten bij de auto.
De volgende ochtend leek het redelijk weer te worden en daarom besloten voordat we vertrokken nog even wat kleren te wassen. Deze namen we vervolgens nat mee om ze later die ochtend op te hangen op de bushcamping. Na het wassen en het inpakken van de auto deden we nog even een kleine boodschap voordat we naar de ferry reden die ons naar de overkant van de Daintree River zou brengen. Het Daintree National Park rondom Cape Tribulation staat bekent om het mooie regenwoud dat doorloopt tot aan de Coral Sea. Je kan er alleen per ferry of 4WD komen en dat maakt het extra leuk. Voordat we het nationale park gingen verkennen wilde we eerst naar de camping om de was op te hangen. Totdat we bij de Cooper Creek kwamen. De ‘floodway' bij deze rivier stond erg hoog en stroomde bovendien snel. We waren al heel wat floodways overgestoken maar niet zo één. We durfde er zeker niet zomaar doorheen en wilde eerst een andere auto zien gaan. Al snel kwamen er verschillende 4WD aan die de rivier overstaken. Zag er best heftig uit. Een half uur later stonden er nog een stuk of zes gewone auto's. We hoorde dat het waterpeil snel kon stijgen en dalen en besloten een kop thee te zetten en nog even af te wachten. Niet veel later gingen er twee gewone auto's vanaf de andere kant door het water. Één van hen had aan de andere kant al drie dagen vastgezeten. Blijkbaar had de rivier hiervoor nog veel hoger gestaan. Nadat beide auto's aan de overkant waren gekomen gingen de meeste wachtende auto's ook - de rest draaide om en wij bleven alleen achter. We vertrouwde het toch nog niet helemaal. Het water was zo'n 30 centimeter diep en stroomde aan één kant helemaal tegen de zijkant van de auto's aan die overstaken. Daarbij was het best vermakelijk om te kijken. Na het groepje gewone auto's dat overgestoken was draaide iedereen zonder 4WD om. We hoorde heel verschillende dingen: de ene zei dat het ook voor onze auto geen probleem moest zijn de ander draaide zelfs in zijn 4WD om. Uiteindelijk toen bleek dat het waterpeil toch niet wilde zakken zijn we ook gegaan achter een oud minibusje van Wicked aan. Na deze sensatie reden we naar de camping om de was op te gangen. Vervolgens reden we verder totdat we bij Cape Tribulation waren. Het meest noordelijk puntje van onze reis aan de oostkust. Een korte maar heel mooie wandeling door een moerasgebied met regenwoud en mangroves liepen we rustig aan. Tevergeefs zochten we naar boomslangen die we zo graag nog willen zien. Wel zagen we verschillende vissen, krabben, een klein schildpadje en vogels. Nadat we een stukje over het strand gelopen hadden liepen we de wandeling nog een keer. Aan het eind van de middag reden we nog naar een ander strand waar we ook even wandelde. 's Avonds bij de auto dachten we na over de planning voor de komende weken. Na Cape Tribulation hebben we alles gezien - voor zover je in Australië alles gezien kan hebben - en hebben we nog zo'n twee weken de tijd voor we in Cairns willen zijn om te auto te verkopen. We hopen in ieder geval op mooi weer, want we hebben sowieso nog wat ideeën die alleen met mooi weer kunnen. Wordt vervolgt.
In het onderstaande reisverhaal kunnen jullie weer onze avonturen van afgelopen week lezen. Volgende keer proberen we weer foto's toe te voegen.
Geschreven op 29 maart
Zaterdagochtend was het dan toch echt tijd om definitief Townsville te verlaten. We hadden inmiddels twee keer twee nachten op de rest area bij de BP overnacht. Door het onverwachte resultaat van de autokeuring de dag ervoor hadden we onze plannen met betrekking tot de verkoop van de auto bijgesteld. We gingen de auto pas later verkopen. En dat betekent dat we nog langer hebben om van onze auto met bijbehorende vrijheid en reisplezier te genieten. Helemaal niet erg dus. De Bruce Highway volgde we vanaf Townsville een slordige 60 kilometer naar het Noorden voordat we linksaf sloegen het Paluma Range National Park in. Eerst werd er nog even vanuit een telefooncel gebeld naar de Queensland Parks en Wildlife Service. Dit duurde in totaal een half uur; een kwartier in de wacht en vervolgens een kwartier aan de lijn met een medewerker. En dat allemaal voor een campingvergunning voor één nacht. Voor ons echt heel onhandig dat je veel bushcamping in de nationale parken niet op de camping zelf kan betalen in Queensland maar van te voren moet bellen of via internet moet boeken. Het Paluma Range National Park bestaat grotendeels uit regenwoud. Onze eerste stop was bij een riviertje waar we niet veel meer deden dan even kijken. Vanuit het gehucht Paluma maakte we twee wandelingen door het regenwoud. Onderweg hadden we het over de verkoop van de auto. Ook bedachten we dat we - nu we de auto langer in ons bezit zullen hebben - we zelfs met de auto nog terug naar de Whitsundays kunnen rijden om daar op één van de tropische eilanden te kamperen. Natuurlijk genoten we ook van de mooie natuur. Na de wandelingen reden we naar een kampeerplaats die vlakbij Big Cristal Creek lag. 's Avonds dachten we terug aan alle mooie kampeerplekjes die we op onze reis al gehad hadden. We konden ons - zonder de hulp van een kaart of de reisverslagen - 93 verschillende kampeerplekjes herinneren.
De volgende ochtend begon met een heerlijke duik in het riviertje dat naast de camping lag. Daarna werd de auto weer gepakt en reden we naar de Jourama Falls die verderop in het Nationale park lagen. Hier liepen we eerst naar een uitzichtpunt vanaf waar we uitkeken over de mooie waterval. Één van de mooiere die we tot nu toe hadden gezien. Vanaf het uitzichtpunt konden we ook goed uitkijken over de heuvels waarbij je goed het verschil kon zien tussen de eucalyptusbossen en het regenwoud. Op de terugweg naar de auto stopten we bij een plek waar je in de rivier kon zwemmen. Fantastische plek. Helemaal alleen tussen de rotsen zwemmen in een rivier omgeven door regenwoud en met uitzicht op de waterval. Toen we uitgezwommen waren bracht onze auto ons naar hier iets noordelijker gelegen Girringun National Park. Mooie rit door het regenwoud, hier raken we niet op uitgekeken. Het was inmiddels weer begonnen met regenen en daarom werd - het was even puzzelen - het grondzeil zo opgehangen dat wij droog konden zitten én dat de auto er gedeeltelijk onder kon staan. Op die manier kon er 's nachts een raam open blijven staan. 's Avonds aten we pasta, dronken we een wijntje en lazen we; niks bijzonders dus.
Helaas werden we ook vanochtend in de regen wakker. Omdat het er niet naar uit zag dat het zou stoppen, pakte we de auto in de regen in. Daarna regen we naar de Wallaman Falls die vlakbij de camping lagen, hiervoor waren we tenslotte de 50 km lange weg het nationale park ingereden. Helaas wilde het weer niet meewerken en konden we de hoogste waterval van Australië alleen horen. We wachtte nog even af of de wolken voor ons wilde wegtrekken maar dat was ons helaas niet gegund. We reden terug naar de Bruce Highway en slogen linksaf. Nog even getwijfeld waar we naar toe zouden gaan en uiteindelijk doorgereden naar Mission Beach. Voordat we een camping opzochten maakte we nog een wandeling door het regenwoud. Andere begroeiing dan we tot op heden in de regenwouden hadden gezien. Minder hoge bomen en vooral veel palmachtige bomen met waaiervormige bladeren. Wel weer erg mooi. De zeldzame Southern Cassowary die hier moet zitten voorlopig nog niet gezien. Inmiddels staan we op een goedkope gemeentelijke camping direct aan zee. We hebben net weer gebarbecued, dit was alweer een week geleden. Veel te lang dus. Nu zijn we moe en gaan zo dus lekker slapen.
Geschreven op 2 april
Afgelopen dinsdagochtend dachten we na over de planning voor de komende twee dagen in
Mission Beach. We wilde zowel het regenwoud gaan bekijken als - met redelijk weer - een uitstapje naar Dunk Island maken. We besloten die dag te beginnen met het regenwoud en de dag erna naar Dunk Island te gaan. Na het ochtendritueel op stap. We reden naar het iets noordelijker gelegen Bingil Bay waar we een wandeling maakten naar de top van een heuvel. We waren duidelijk de eersten die dag want het wandelpad hing vol met spinnenwebben. Om te voorkomen dat we de webben met bijbehorende 10 centimeter grote spinnen in ons gezicht kregen pakten we een tak om daarmee voor ons uit te zwaaien. Een beproefde techniek. Onderweg hadden we verder een oplettend oog voor de Southern Cassowary. Deze grote vogel zagen we helaas niet, maar wel hadden we vanaf de top van de heuvel een mooi uitzicht over de kustlijn en het daarachter liggende regenwoud. Teruggekomen van de wandeling gingen we langs bij de watertaxi die ons de volgende dag naar Dunk Island zou kunnen brengen voor wat informatie. We sloten de middag af met een tweede wandeling door het regenwoud. Ditmaal voerde de wandeling ons langs een riviertje. Erg mooi. We waren niet al te laat terug op de camping en hadden dus alle tijd om: een boekje te lezen, te borrelen, te barbecuen en te genieten van het mooie plekje vlak aan zee.
De volgende dag zag het weer er wel redelijk uit, op naar Dunk Island dus. We pakten de spullen in bij de auto en lieten op de camping wat spullen achter, omdat we daar toch die middag terug zouden komen. Voordat we naar de watertaxi gingen deden we nog even een kleine boodschap: water en ijs om de spullen in onze koelbox koud te houden. Om half negen stapten we gewapend met een ‘stingersuit' aan boord. De combinatie van hoge golven en een klein bootje zorgden voor een wilde overtocht van 20 minuten. Op het eiland werden we afgezet op een strand vlakbij een resort. Op dit resort met bijbehorende landingsbaan na is er op het eiland geen bebouwing. Voordat we met wandelen begonnen smeerden we ons in tegen muggen. Plan was om een rondje over het eiland te lopen waarbij we ook de hoogste berg (lees: heuvel) van het eiland opgingen. Na een uurtje of wat gelopen te hebben zagen we vanaf de kant een zeeschildpad in het water zwemmen. Daarna kwamen we aan bij Coconut Beach waar we even gezeten hebben. Vervolgens verder gelopen over het eiland dat grotendeels bedekt is met regenwoud. Vanaf het uitzichtpunt op de top van de heuvel hadden we een mooi uitzicht over Dunk Island, omliggende eilandjes en het vaste land. Terug beneden liepen we naar een klein strandje. Helaas is het water nog steeds te troebel om te kunnen snorkelen. We hopen dat dit snel beter wordt aangezien we vanaf Cairns toch echt een aantal keer met mooi weer willen snorkelen. Niet veel later was het alweer tijd om terug te keren naar het strand vanaf waar de watertaxi ons weer kwam oppikken. Aangekomen op het vaste land keerden we terug naar onze mooie spot aan zee.
Gisterenochtend gelijk na het ontbijt de auto ingepakt. We vulden de auto bij met benzine en kochten twee broden, daarna waren we klaar voor vertrek. Toen we Mission Beach door het regenwoud uitreden zag Robert in een flits aan de kant van de weg een Southern Cassowary. We keerden vervolgens om maar de vogel was alweer vertrokken in het regenwoud. Onze eerste bestemming die dag was Alligator Creek dat net in het bos achter Tully lag. Voordat we daar aankwamen moesten we eerst met de auto door de rivier naar de overkant. Het bleek een fantastisch mooie plek te zijn waar je in de rivier kon zwemmen. Eerst helemaal alleen - later met twee andere reizigers - vermaakten we ons met het touw waarmee je vanaf de kant in de rivier kan zwieren. Toen we uitgespeeld waren reden we met de auto naar het Wooroonooran National Park dat een stukje naar het binnenland ligt. Vlakbij Henrietta Creek gingen we op de bushcamping staan die vlak lang de weg in het regenwoud ligt. Na de lunch maakten we een mooie wandeling van zo'n tweeënhalf uur. Verrassend mooi en indrukwekkend waren de Nandroya Falls op het eindpunt. Verder zagen we weer mooie vlinders en een aantal vogels. Om de paar honderd meter stopten we om onszelf te controleren op bloedzuigers. Het waren er velen maar gelukkig hadden we ze allemaal te pakken voordat ze zich echt hadden vastgezogen. Terug bij de auto dronken we een lekker colaatje voordat we weer terug het regenwoud in gingen. We wilde namelijk vogelbekdieren gaan spotten. Deze schuwe dieren laten zich het best tijdens schemer zien. Tevergeefs stonden we bij de rivier een half uurtje te spotten. Wel zagen we een soort hagedis met een kam op zijn kop en een meterlange, aalachtige vis in het water. Toen we in het donker terug naar de auto liepen zagen we insecten met een knipperend ‘lichtje'; welkom in de wondere wereld van het regenwoud. Uitgeput van het drukke programma die dag gingen we 's avond slapen.
Lees in ons volgende verhaal hoe wij ons vermaakt hebben in Rockhampton in afwachting van cycloon Ului en dat onze auto niet door de keuring voor een Queensland nummerbord is gekomen.
Geschreven op 23 maart
Afgelopen zaterdag zaten we nog een dagje vast in Rockhampton. Maar als we ons net zo goed gingen vermaken als de dag daarvoor zou dit helemaal niet erg zijn. We begonnen de dag met het lezen van een boekje bij de auto en vermaakten ons hiermee tot een uur of tien. Daarna gebruikten we onze tijd om ‘ons huis' schoon te maken. Dit wilde vooral Marieke al veel eerder doen en die dag was het er een mooie dag voor. Van binnen deden we alles af met een doekje en ook de buitenkant werd meegenomen. Even later was de auto weer helemaal schoon. Er moest alleen nog gestofzuigd worden en dat zouden we die middag doen. Vervolgens reden we naar de McDonald's om de cycloon te volgen. Weinig nieuws, behalve dat hij van de op één na zwaarste categorie is afgezwakt naar twee categorieën lichter. We reden hierna naar het centrum van de stad om daar rond te kijken. Helaas bleken alle winkels zaterdagmiddag gesloten te zijn waardoor het er niet echt gezellig was. Voordat we terug naar de camping reden deden we een kleine boodschap en reden we langs een wasstraat om de auto te stofzuigen. Terug op de camping merkten we dat het lagedrukgebied rondom de cycloon dichtbij kwam. We kregen die avond veel regen. Tussen de buien door zagen we toch kans om een heerlijke maaltijd te koken die we vervolgens voor in de auto opgegeten hebben. Verder brachten we de avond lezend door. Ook zondagochtend veel regen. De auto werd ingepakt waarna we weg wilden rijden richting de botanische tuin. Toen we de camping afreden voelden we de auto door de modder glijden en twee seconden later konden we geen kant meer op. Helemaal verbaasd. We hadden al zoveel slechte onverharde wegen gehad en dan kom je vast te zitten op de uitrit van een camping... Nog geen minuut later stopte de eerste auto die voorbij kwam rijden om ons te helpen. In de tijd dat hij een sleepkabel ging halen stopte ook de tweede voorbijganger om te vragen of we hulp nodig hadden. Wat dat betreft zijn Australiërs heel behulpzaam. Nog geen vijf minuten later stonden we weer op de verharde weg. Daarna alsnog naar de botanische tuinen gereden. Omdat het maar bleef regenen nog maar een keer scones gegeten in het cafeetje daar. Even later tussen de buien door een rondje gelopen door de tuinen. Was best mooi. Toen het weer begon te regenen de auto ingestapt en rond 12 uur naar de Mac gereden. De cycloon bleek inderdaad die ochtend vroeg aan land gekomen te zijn in de buurt van de Whitsundays en het gevaar was geweken. We konden dus verder naar het noorden. Bestemming was Airlie Beach vanaf waar we naar de Whitsundays wilden gaan. Hier hadden we lang naar uitgekeken. Iets ten noorden van Mackay stranden we op de parkeerplaats van een benzinestation. Onderweg konden we de eerste sporen die de cycloon had achtergelaten al zien. Vooral omgewaaide bomen en de elektriciteit die op veel plekken uitgevallen was.
De volgende dag vroeg opgestaan en we zaten dan ook al voor 7 uur in de auto. Twee uur later kwamen we aan in Airlie Beach. Onderweg weer veel omgewaaide bomen en wateroverlast. Gelukkig valt de schade aan gebouwen mee. Airlie Beach was op het eerste gezicht een heel leuk stadje. Ze waren druk bezig om de rotzooi op te ruimen. Ook hier geen elektriciteit. Hierdoor was het meeste gesloten. We liepen binnen bij een boekingskantoor voor informatie over de Whitsundays. Het weer bleek goed genoeg te zijn de komende dagen voor de boten om uit te varen, maar het probleem was dat de boten hun voorraden niet konden bijvullen omdat er geen elektriciteit was. Het was onduidelijk wanneer er weer elektriciteit zou zijn. Ook hoorden we zoals verwacht dat snorkelen niet mooi was in verband met troebel water. Dat het nog wel een week zou kunnen duren voordat het water weer helder was hadden we echter niet verwacht. Ook zaten veel mensen in dezelfde situatie als wij waardoor veel volgeboekt is. Hierdoor zouden we iets al lang van te voren moeten boeken zonder het weer af te kunnen wachten. Met dus de kans dat je met slecht weer daar zit. Zeker doordat deze uitstapjes allemaal niet goedkoop zijn uiteindelijk besloten om verder te rijden. Dit ws wel een teleurstelling, maar voor ons zeker de beste keuze. Met in ons achterhoofd dat we altijd over een paar weken nog terug kunnen komen, richting Townsville gereden. Vanaf hier naar het noorden is weer ontzettend veel te doen en te zien. Dit in tegenstelling tot het gebied tussen Rockhampton en Townsville waar we afgelopen twee dagen in één keer doorheen gereden zijn. Onderweg vooral suikerriet plantages gezien. Helaas hadden we weer een verschrikkelijke ervaring bij het visitors centre en gingen we zo snel mogelijk met wat folders weer weg. We reden de auto naar het centrum en liepen daar even rond. Ook keken we nog even naar de mogelijkheden om naar Magnetic Island te gaan. Daarna liepen we naar de boulevard. Fraai aangelegd park aan de zee. Ondanks de regen erg gezellig. Om te slapen reden we de auto naar een groot benzine station. Het zou die avond niet meer stoppen met regenen.
Geschreven op 27 maart
Dinsdagochtend begonnen we met een ritje naar de Mac. Op internet wilden we een hostel opzoeken dat een aantrekkelijke aanbieding had op Magnetic Island. We beginnen overigens steeds meer onze vraagtekens bij het Australische weerbericht te zetten. Tegen de voorspelling in leek het mooi weer te worden die dag. En over het weer gesproken; in de krant lazen we die dag dat er de avond ervoor meer dan 100 mm regen gevallen was in 3 uur tijd en meer dan 200 mm in 24 uur tijd. De aanbieding van het hostel voor drie nachten vonden we toch wat te duur maar later die middag boekten we wel een kamer voor één nacht. We vonden het zonde om die dag nog te vertrekken aan het einde van de middag en besloten de volgende ochtend gelijk te gaan. Verder deden we die dag niet veel bijzonders. Er werd nog even een boek geruild in een ‘book exchange shop' en we namen een duik in het zoutwaterzwembad vlak aan zee. 's Avonds sliepen we weer bij de BP even buiten de stad.
Woensdagochtend gelijk na het opstaan werden de spullen ingepakt die we mee zouden nemen naar Magnetic Island. Even later parkeerde we de auto op een plek waar hij voor ons gevoel twee dagen veilig zou staan en daarna liepen we naar de boot. Uiteraard kozen we voor de goedkopere - maar langzamere - autoferry die ons 40 minuten later bij Nelly Bay op het eiland zou droppen. Vanaf daar liepen we naar het hostel dat eenzaam aan de andere kant van de baai lag. We checkten in in een tweepersoonskamer met eigen badkamer; wat een luxe. De kamer bleek een vrijstaand huisje te zijn direct aan zee. Van binnen eenvoudig maar wel met een vijf sterrenuitzicht. We genoten eerst even van de kamer en daarna liepen we naar het even verderop gelegen Picnic Bay. Hier zou een met netten afgezet stuk zee moeten zijn waar je veilig in kan zwemmen. Nu we in het tropische noorden van Queensland zijn is het anders niet mogelijk om zonder beschermende kleding in zee te zwemmen vanwege een gevaarlijke kwal; de Box Jellyfish. Dit net bleek er echter niet te zijn en verder was het dorpje ook maar een beetje doods, daarom de bus gepakt naar Arcadia waar we een zeer fraaie baai vonden om de middag door de brengen. Na de middag vooral lezend doorgebracht te hebben zochten we een fish & chips zaakje op dat we in de Lonely hadden gevonden, die onderhand heilig begint te worden. Gezellig tentje met inderdaad ‘finger-lickin' fish & chips. We bestelden Barramundi en een vis die we niet kenden. De Barramundi blijft favoriet. Met de bus reden we vervolgens weer terug naar het hostel waar we een biertje dronken aan de bar. Omdat bier hier (lees: overal in Australië) een vermogen kost lieten we het bij één biertje om vervolgens de dag af te sluiten met zelf meegebrachte wijn op ons balkon.
Het echt bed was ons voor een keer wel goed bevallen. Schone lakens en lekker de ruimte. Heerlijk. 's Ochtends maar een keer lekker uitgeslapen. Na een douche lazen we bij het zwembad nog even een boek om daarna onze spullen te pakken en uit te checken. We pakten de bus naar Horseschoe Bay dat aan de andere kant van het kleine eiland ligt. Daar op het strand gerelaxt en een duik genomen in zee (hier wel een net tegen kwallen). Halverwege de middag nog een kleine wandeling gemaakt naar een verlaten baai om het eiland verder te verkennen. Na dit wandelingetje pakten we de bus weer naar het hostel om onze backpack op te halen. We liepen daarna terug naar de boot. Om iets voor zeven pakten we de laatste boot terug naar het vaste land. We waren het erover eens dat Magnetic Island weer een geslaagd uitstapje was geweest. Even een eilandgevoel krijgen, altijd leuk. Wel hadden we onze auto gemist. Het is zo fijn om altijd al je spullen bij de hand te hebben en vervoer te hebben wanneer jij dat wilt. We parkeerden de auto weer bij de BP even buiten Townsville om de nacht daar door te brengen.
Gisteren pakte alles even compleet anders uit dan de bedoeling was. We wilden een afspraak maken bij een garage om de auto te laten keuren in het plaatsje Ingham voor over een paar dagen. In deze plaats bleek geen bevoegde garage te zijn en daarom werd er voor die ochtend nog een afspraak gemaakt in Townsville. Twintig minuten later lieten we de auto vol vertrouwen achter bij de garage. Nadat we boodschappen hadden gedaan keerden we terug naar het keurstation waar we het slechte nieuws in ontvangst namen. Er bleken zo'n acht punten te zijn waarop onze auto afgekeurd was. Een aantal punten stelde niks voor maar sommige ook wel. In totaal zou het zo'n vijf uur werk zijn; inclusief onderdelen een rekening van bijna 1300 dollar. Een mooie tegenvaller dus. De aardige vrouw op de receptie en de monteur gaven ons nog wat tips. We betaalde voor de keuring zelf en gingen daarna maar weer terug naar onze auto. De keuze om het niet te laten maken was snel gemaakt. Dat is een investering die we er met de verkoop nooit uit zouden halen. Dit betekent dat we onze auto niet kunnen later overzetten naar Queensland. De kans om de auto voor een goede prijs te kunnen verkopen wordt hierdoor duidelijk kleiner. In de auto konden we mooi even schelden op de regels van de overheid. Want waarom moet een auto die vanuit een andere staat overgezet wil worden naar Queensland een strenge keuring krijgen, maar hoeft een auto die in Queensland gekocht is nooit een keuring te krijgen en dus ook aan geen enkele veiligheidsvoorschriften te voldoen. Dit maakt het des te frustrerender dat wij voor 400 dollar de voorruit moeten later vervangen in verband met een sterretje dat niet eens voor het zicht van de bestuurder zit. Ook zouden de koplampen moeten worden gepolijst, omdat deze niet meer fel genoeg schijnen. Achja, vol goede moet maar even uitgezocht hoe nu verder. We probeerden de overheid in Western Australia te bellen voor informatie met betrekking tot het verkopen van de auto op een Western Australia kenteken. Zowel het tegoed op onze mobiel, onze dollarmuntjes en het tegoed op onze telefoonkaart bleek niet voldoende te zijn om de telefonische wachtrij te doorstaan. Daarom maar een nieuwe telefoonkaart gekocht die nog goedkoper bleek te zijn als die we hiervoor kochten. We kunnen hiermee - na een starttarief van 50 dollarcent - voor 2 dollarcent per minuut naar Nederland bellen. Uiteindelijk verlengde we telefonisch de registratie in Western Australia. Hiermee hadden we onze eerst besparing al binnen, want deze bleek voor een half jaar bijna 200 dollar goedkoper dan in Queensland. Ook bleken we de auto gewoon in Queensland te kunnen verkopen onder een Western Austalia kenteken zonder naar Western Australia te hoeven. Mochten we de auto aan een andere backpacker verkopen dan is dat nog een goede optie. Een andere optie die nog steeds open ligt is de auto ongeregistreerd te verkopen aan een dealer. We waren benieuwd wat hij dan op zou brengen en gingen bij een aantal dealers langs. We deden net of we de auto wilde verkopen. De eerste twee dealers zagen geen brood in onze auto en de laatste bood - zoals we al verwachte - een magere 700 dollar voor onze auto. In eerste instantie was het plan om vrij vroeg naar Cairns te gaan en genoeg tijd te nemen om de auto voor een mooie prijs te verkopen. We wilde dan, zodra we de auto verkocht hadden, vanuit Cairns nog wat uitstapjes maken en misschien ook voor een periode een auto huren. We hebben inmiddels besloten om ons verlies maar te nemen en de auto zo lang mogelijk te houden. Daarbij onszelf realiserend dat we weinig voor de auto terugkrijgen. We besparen hiermee het geld dat we anders kwijt waren geweest aan de huur van een auto en accommodatie voor de periode dat we anders zonder auto hadden gezeten. Aan het einde van de middag reden we nog naar het fraai aangelegde zoutwaterzwembad en aten in het eromheen gelegen park. Toen Robert 's avonds eten aan het koken was kreeg hij aanspraak van een Australisch stel. Ze vonden dat we de auto maar mooi ingebouwd hadden. Ze vroegen zelfs of Robert timmerman was. Een schrale troost voor de dag waarop we gehoord hadden onze auto misschien nog maar 700 dollar waard is.
In afwachting van cycloon Ului zijn wij nog steeds in Rockhampton en hebben dus alle tijd om de auto te wassen en verhaaltjes op internet te zetten. Ook hebben we wat foto's van Fraser Island toegevoegd.
Geschreven op 17 maart
Zondag was het dan echt zover; Fraser Island, één van de uitstapjes waar we al even naar uitgekeken hebben. 's Ochtends stonden we als gewoonlijk vroeg op. Na het ontbijt werden alle spullen klaargelegd die we naar het eiland mee wilden nemen, dit bleek best veel te zijn aangezien we misschien ook wilden gaan kamperen. Rond half 8 reden we naar het verhuurbedrijf. Hier bleken we nog steeds de enigen te zijn voor de ‘group selfdrive tour'. Dus niet omgeboekt en lekker met zijn tweeën met de ‘groep' mee. Deze toer is zo'n 130 dollar goedkoper terwijl je er extra een accommodatie bij krijgt en de auto niet met een volle tankt terug hoeft in te leveren. We hadden hiermee ook de vrijheid om of te gaan kamperen of in de accommodatie van het verhuurbedrijf te gaan slapen. Voordat de papieren werden ingevuld keken we een instructievideo. De spullen werden van onze bolide omgepakt in een Suzuki Jimny; de smart onder de fourweeldrives. We waren klaar om te gaan. De rit naar de boot was nog zo'n 20 minuten en de overtocht met de kleine ferry 40 minuten. Fraser Island is het grootste zandeiland ter wereld. Het is zo'n 130 km lang en 15 km breed. Er zijn geen verharde wegen en daarom werd zodra we op het eiland aankwamen de 4WD ingeschakeld. We keken nog even op de plattegrond en reden daarna naar central station dat ongeveer midden op het eiland ligt. Hier maakten we een korte wandeling langs een riviertje en door het enige regenwoud ter wereld dat op een zandbodem groeit. Alles is hier zand: de bodem van de kraakheldere riviertjes, de grond, de wegen en de parkeerplaatsen voor de 4WD's. We wisselden van chauffeur en Marieke reed verder over de steeds slechter wordende weg richting Lake Birrabeen. Hier maakten we kennis met de meren waar Fraser Island bekent om staat. Water zo helder als kraanwater en hagelwitte zandstranden. Uiteraard namen we een lekkere duik. Robert reed daarna verder naar het oceaanstrand dat aan de oostkant van het eiland ligt. Hier sloegen we linksaf en reden naar het 20 km verderop geleden Happy Valley: een klein plaatsje met verschillende accommodaties voor toeristen en - uiteraard - alleen zandwegen. We parkeerden de auto bij de Creature Comfort Lodge en namen onze kamer in beslag. Simpele maar nette kamer met gedeelde badkamer en buiten een gezamenlijke keuken. We borrelde met bier en een toastje en aten daarna simpel maar gezellig in een restaurantje even verderop. Zoals gewoonlijk vroeg gaan slapen en de volgende ochtend vroeg opgestaan.
In verband met de getijden konden we maandag pas vanaf 10 uur 's ochtends op het strand rijden. Daarom maakten we eerst een ommetje door het binnenland. We stopte onderweg twee keer bij een meertje. In één van de meertjes zagen we een stuk of 15 schildpadden. Verder maakten we een kleine wandeling naar een uitzichtpunt bij een zandverstuiving. De kilometers op Fraser zijn lang (gemiddeld reden we zo'n 15 km per uur door het binnenland) en daarom kwamen we later dan verwacht terug op het strand aan. We sloegen linksaf en maakten een korte stop bij de Pinnacles waar de duinen achter het strand uit verschillende kleuren zand bestaan. Daarna reden we door naar Indian Head. Hier liepen we naar boven vanaf waar we een mooi uitzicht hadden over de zee en het eiland. Helaas was het er wel een beetje te druk met mensen. Na de lunch werd de auto in ‘low gear' gezet om het laatste stukje te overbruggen. Het zand was hier enorm mul maar nadat we het voor de derde keer met meer vaart probeerden kwamen we ook hier met onze kleine auto doorheen. We kwamen uit bij Waddy Point waar je in een aantal poelen tussen de rotsen kan zwemmen. Deze zogenaamde Champagne Pools vullen zich met vloed, zodat je er met eb in kan zwemmen. Zwemmen in de oceaan is hier overigens ‘not done' in verband met haaien. Toen we uitgezwommen waren reden we over het strand helemaal terug naar Happy Valley met onderweg een aantal stops. De eerste was bij een scheepswrak dat sinds 1935 op het strand van Fraser ligt. Ook stopten we ergens om een wandelingetje te maken naar een grote zandverstuiving. Toen we hier uitgespeeld waren reden we naar onze laatste stop: Eli Creek. Deze moest eerst overgestoken worden met de auto. Daarna liepen we een stukje door de beek en weer terug. Ook hier weer kraakhelder water en schoon zand. We vonden het wel lekker om in het hostel te slapen: echte bedden, een douche, een bank en licht. Dus besloten we hier ook de tweede nacht te slapen. We waren beide moe van het drukke maar leuke programma die dag.
De volgende dag ging de wekker nog wat vroeger dan normaal: om tien voor vijf. We wilden namelijk voor 6 uur al een stuk over het strand naar het zuiden gereden zijn. Deden we dit niet dan zouden we tot 10 uur in verband met vloed vastzitten en dat vonden we zonde van de laatste dag Fraser. Bij Eurong gingen we rechtsaf het strand af richting Lake McKenzie, het bekendste meer van het eiland. Hier kwamen we iets voor half 8 als eerst aan en dat zou tot 9 uur zo blijven. We ontbeten bij het meer en namen een duik. Nog een mooier meer dan het meer waar we de eerste dag in gezwommen hadden. Onvoorstelbaar helder water en wit strand. Toen het rond 10 uur drukker begon te worden was het voor ons tijd om verder te gaan. Helaas bleek Lake Wabby - dat aan één kant grenst aan een zandverstuiving - te ver rijden te zijn. Daarom reden we nog even naar het meer waar we de eerste dag in gezwommen hadden om vervolgens weer naar de boot te gaan. Op de ferry genoten we nog even na van de fantastische trip naar Fraser. De unieke natuur op het eiland, het zwemmen in de mooie meren en het rijden met de 4WD hadden we allemaal erg leuk gevonden. Terug op het vaste land leverden we de auto weer in en sliepen we op dezelfde camping als drie nachten er voor.
Geschreven op 20 maart
Afgelopen woensdag namen we 's ochtends even de tijd voor een aantal huishoudelijke klusjes. Er werd onder andere een was gedaan en de uitgezochte foto's werden op een cd-rom gebrand zodat er op het fototoestel weer ruimte gemaakt kon worden om nieuwe foto's te maken. Ook werd het vorige reisverhaal die ochtend geschreven. Rond 11 uur de auto ingestapt en richting Bundaberg gereden. We hadden gelezen dat er vlakbij Bundaberg een strand is waar schilpadden hun eieren leggen. Ondanks dat het seizoen hiervoor bijna ten einde loopt bleken we toch nog een redelijke kans te hebben om wat te zien. Dus schreven we ons in Bundaberg bij het visitors centre hiervoor in. Van de campingbeheerder in Hervey Bay hadden we begrepen dat er een cycloon voor de kust van Australië ligt. Hij kon ons echter niet echt duidelijke informatie geven en daarom deden we hier in het visitors centre ook even navraag naar. De cycloon bleek nog redelijk ver weg te zijn en daarom was nog niet te zeggen waar en wanneer hij precies aan land zou komen. Wel waren er al een aantal eilanden voor de kust geëvacueerd. Dit moesten we dus even goed in de gaten gaan houden. Hopelijk zou het onze plannen voor de komende tijd niet te veel in de war gooien. Na ons bezoek aan het visitors centre lunchten we in een parkje vlakbij om daarna nog even langs de Mac te rijden om te internetten. Er werden wat mails verstuurd en we keken nog even naar de cycloon en zijn verwachtte route. Omdat we ons pas om 7 uur hoefden te melden bij het schildpaddenstrand reden we naar een plaatsje aan zee om daar de middag door te brengen. We lazen beiden ons boek en reden aan het eind van de middag naar Mon Repos waar we 's avonds schildpadden hoopten te zien. Op de parkeerplaats kookten we een voedzame pastamaaltijd en rond half zeven sloten we aan in de rij bij het visitors centre. In totaal waren er zo'n 90 mensen. De eerst 60 die geboekt hadden vormden groep één en wij maakten met de overige aanwezigen deel uit van de tweede groep. Op het strand waren verschillende rangers de wacht aan het houden, zodra ze iets zouden zien mocht de eerste groep samen met één van de rangers het strand op. Zou er dan nog iets te zien zijn dan zou ook de tweede groep het stand op mogen. Tot die tijd moesten we ons vermaken in het visitors centre. Dit zou tot middernacht kunnen duren. In het visitors centre lazen we onder andere over de levenscyclus van de verschillende soorten schilpadden die op het strand van Mon Repos hun eieren leggen. Van november tot en met februari komen de schilpadden verschillende keren naar het strand om hun eieren te leggen. Deze eieren komen vervolgens tussen januari en maart uit. We konden dus geen schilpadden zien die hun eieren komen leggen maar wel de nesten die uitkomen. We bleken gelukt te hebben; we waren nog geen half uur binnen en de eerste groep werd het strand al opgeroepen. Dit betekende dat wij de volgende groep waren die aan de beurt waren. En ook wij hadden geluk. Niet veel later - toen één van de rangers net een presentatie was begonnen - was er ook voor de tweede groep een nest gevonden dat bijna uit zou komen. Onder leiding van een ranger liepen we vervolgens over het strand naar de plek waar het nest gevonden was. Aan een zachte plek in het zand kunnen de rangers voelen dat de kleine schilpadden vlak onder het zand zitten. Ze zijn op dat moment al drie dagen door het zand naar boven aan het kruipen en aan het wachten tot ze voelen dat het zand afkoelt. Dit betekent dat het nacht is en dus relatief veilig is voor de beestjes naar de zee te lopen. Even later zagen we het zand bewegen en nog geen paar minuten later krioelde het van de kleine schilpadjes die allemaal naar boven kwamen kruipen. Heel apart om dit zo in één keer te zien gebeuren. De schilpadjes, zo'n vijf centimeter groot, werden allemaal in een netje gezet om vervolgens allemaal tegelijk te worden vrijgelaten. Marieke mocht - samen met nog een aantal anderen - de schilpadden de weg naar zee wijzen door met een zaklamp te schijnen. De kleine beestjes lopen namelijk instinctief naar de lichtste plek toe; normaalgesproken de witte schuimkoppen van de golven in de zee. Een paar grote golven namen vervolgens alle schildpadjes mee de zee in om pas weer over ruim 30 jaar voor de eerste keer weer naar precies hetzelfde strand terug te komen om zelf voor nageslacht te zorgen. Als ze het tenminste overleven, want slechts één van de 1000 kleine schildpadjes maakt het tot een volwassen exemplaar. Toen alle schildpadden weg waren konden we nog zien hoe de ranger het nest opengroef in de naam der wetenschap. Er bleken 98 schilpadden te zijn uitgekomen en zo'n 20 eieren niet uitgekomen te zijn. Ook werd er nog één levende schildpad in het nest gevonden die nog naar de zee werd gebracht. Fantastisch om dit een keer te zien! Op te terugweg naar het visitors centre zagen we verschillende nesten die een tijdje geleden al uitgekomen waren. We reden vervolgens naar een rest area vlakbij Bundaberg om de nacht door te brengen.
Donderdagochtend de auto ingepakt. Daarna moest er even goed nagedacht worden over het plan voor de komende dagen. De cycloon die voor de kust ligt maakte dit echter niet makkelijk. Er is tussen hier en Townsville - dat 1000 km verderop ligt - niet zo veel te doen op de Whitsundays na. Deze eilandengroep is zeker één van de highlights van Queensland en willen we dus zeker niet missen. In één keer doorrijden naar Townsville in verband met de cycloon wilden we dus niet. We moesten echter ook rekening houden met het aantal weken dat we nog over hebben en met de auto die we voor het einde van maart over willen schrijven naar Queensland, omdat we anders wegenbelasting in Western Australia moeten gaan betalen. Ook moet de auto dan nog gekeurd worden en om te voorkomen dat hij nog een tweede keer gekeurd moet worden voordat we hem verkopen mogen we dan nog maar 2000 km rijden. Veel te veel dingen om rekening mee te houden dus. Uiteindelijk besloten om vandaag toch een stuk naar het noorden te gaan rijden. En omdat we niet alleen wilden rijden zouden we in Agnes Water gaan surfen met ons board. Dit is de laatste plaats waar dat kan (ten noorden van dat plaatsje zijn geen golven vanwege het rif dat voor de kust ligt). Door slecht weer en het gebrek aan goede golven hadden we ons board nog maar één keer gebruikt. Toen we in het plaatsje aankwamen stond er echter een bord dat het verboden was om te zwemmen. Ondanks dat er allemaal mensen in het water lagen lieten wij ons hier toch maar door tegenhouden en reden vervolgens door naar het noorden over de Bruce Highway. In Rockhampton stopten we nog even bij de Mac voor een update wat betreft de cycloon. Dit bleek goed te zijn, want het gebied te noorden van Rockhampton viel in een gebied waar al gewaarschuwd werd voor harde wind binnen 48 uur. Er waren vervolgens twee opties: of in één keer 1000 km doorrijden naar het noorden of in Rockhampton wachten tot de cycloon voorbij getrokken was. We kozen voor het laatste. We hadden allebei even moeite met de gedachte dat we misschien wel drie of vier dagen vast zouden zitten in een gebied waar voor ons weinig te doen of te zien is. We wilden zo graag verder naar de Whitsundays. We gingen nog even langs bij het waardeloze visitors centre waar een vragenlijst grotendeels voor ons werd ingevuld. Wie weet kan dit de dienstverlening in de toekomst verbeteren.... Wel wezen ze ons op een hotel waar je ook heel goedkoop kan kamperen. Daar vervolgens naar toe gereden. Het bleek een vervallen hotel te zijn waar je je zo 50 jaar terug in de tijd voelt. We vonden het eigenlijk wel leuk en we konden er voor 5 dollar(!) kamperen op een grasveldje achter het hotel.
Gisterenochtend vermaakten we ons tot 10 uur rond de auto, voornamelijk met het lezen van een boek. Daarna naar de Mac gereden voor een cycloonupdate. Helaas bleek de cycloon niet van richting te zijn veranderd. Naar verwachting komt hij zondagochtend aan land, recht over de Whitsundays. We zaten dus echt voor de komende drie dagen nog vast in Rockhampton dat zich de ‘beefcapital' van Australië noemt en waar ongeveer net zoveel voor toeristen te doen is als in Tilburg. Nouja, we moesten er maar het beste van maken. We begonnen in de botanische tuin waar ook een kleine, gratis dierentuin was. We besloten de dierentuin als eerste te bekijken waar we ons bijna de rest van de dag konden vermaken. Vooral de chimpansees waren erg vermakelijk. Tussendoor aten we lekkere scones met een kopje thee en koffie en deden we grote boodschappen. 's Avonds aten we heerlijke hapjes. Er was een huisgemaakte aardappelsalade, een Griekse salade (ook huisgemaakt) met stokbrood en kruidenboter en gehaktballetjes met een dipsausje. Ook dronken we er lekker een wijntje bij uit het vier literpak dat we die middag hadden gekocht. De eerst dag hadden we ons in ieder geval heel prima vermaakt, nog twee te gaan...
Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.