Van Hervey Bay naar Rockhampton

In afwachting vancycloon Ului zijn wij nog steeds in Rockhampton en hebben dus alle tijd om de auto te wassen en verhaaltjes op internet te zetten. Ook hebben we watfoto's van Fraser Island toegevoegd.

Geschreven op 17 maart

Zondag was het dan echt zover; Fraser Island, één van de uitstapjes waar we al even naar uitgekeken hebben. 's Ochtends stonden we als gewoonlijk vroeg op. Na het ontbijt werden alle spullen klaargelegd die we naar het eiland mee wilden nemen, dit bleek best veel te zijn aangezien we misschien ook wilden gaan kamperen. Rond half 8 reden we naar het verhuurbedrijf. Hier bleken we nog steeds de enigen te zijn voor de ‘group selfdrive tour'. Dus niet omgeboekt en lekker met zijn tweeën met de ‘groep' mee. Deze toer is zo'n 130 dollar goedkoper terwijl je er extra een accommodatie bij krijgt en de auto niet met een volle tankt terug hoeft in te leveren. We hadden hiermee ook de vrijheid om of te gaan kamperen of in de accommodatie van het verhuurbedrijf te gaan slapen. Voordat de papieren werden ingevuld keken we een instructievideo. De spullen werden van onze bolide omgepakt in een Suzuki Jimny; de smart onder de fourweeldrives. We waren klaar om te gaan. De rit naar de boot was nog zo'n 20 minuten en de overtocht met de kleine ferry 40 minuten. Fraser Island is het grootste zandeiland ter wereld. Het is zo'n 130 km lang en 15 km breed. Er zijn geen verharde wegen en daarom werd zodra we op het eiland aankwamen de 4WD ingeschakeld. We keken nog even op de plattegrond en reden daarna naar central station dat ongeveer midden op het eiland ligt. Hier maakten we een korte wandeling langs een riviertje en door het enige regenwoud ter wereld dat op een zandbodem groeit. Alles is hier zand: de bodem van de kraakheldere riviertjes, de grond, de wegen en de parkeerplaatsen voor de 4WD's. We wisselden van chauffeur en Marieke reed verder over de steeds slechter wordende weg richting Lake Birrabeen. Hier maakten we kennis met de meren waar Fraser Island bekent om staat. Water zo helder als kraanwater en hagelwitte zandstranden. Uiteraard namen we een lekkere duik. Robert reed daarna verder naar het oceaanstrand dat aan de oostkant van het eiland ligt. Hier sloegen we linksaf en reden naar het 20 km verderop geleden Happy Valley: een klein plaatsje met verschillende accommodaties voor toeristen en - uiteraard - alleen zandwegen. We parkeerden de auto bij de Creature Comfort Lodge en namen onze kamer in beslag. Simpele maar nette kamer met gedeelde badkamer en buiten een gezamenlijke keuken. We borrelde met bier en een toastje en aten daarna simpel maar gezellig in een restaurantje even verderop. Zoals gewoonlijk vroeg gaan slapen en de volgende ochtend vroeg opgestaan.

In verband met de getijden konden we maandag pas vanaf 10 uur 's ochtends op het strand rijden. Daarom maakten we eerst een ommetje door het binnenland. We stopte onderweg twee keer bij een meertje. In één van de meertjes zagen we een stuk of 15 schildpadden. Verder maakten we een kleine wandeling naar een uitzichtpunt bij een zandverstuiving. De kilometers op Fraser zijn lang (gemiddeld reden we zo'n 15 km per uur door het binnenland) en daarom kwamen we later dan verwacht terug op het strand aan. We sloegen linksaf en maakten een korte stop bij de Pinnacles waar de duinen achter het strand uit verschillende kleuren zand bestaan. Daarna reden we door naar Indian Head. Hier liepen we naar boven vanaf waar we een mooi uitzicht hadden over de zee en het eiland. Helaas was het er wel een beetje te druk met mensen. Na de lunch werd de auto in ‘low gear' gezet om het laatste stukje te overbruggen. Het zand was hier enorm mul maar nadat we het voor de derde keer met meer vaart probeerden kwamen we ook hier met onze kleine auto doorheen. We kwamen uit bij Waddy Point waar je in een aantal poelen tussen de rotsen kan zwemmen. Deze zogenaamde Champagne Pools vullen zich met vloed, zodat je er met eb in kan zwemmen. Zwemmen in de oceaan is hier overigens ‘not done' in verband met haaien. Toen we uitgezwommen waren reden we over het strand helemaal terug naar Happy Valley met onderweg een aantal stops. De eerste was bij een scheepswrak dat sinds 1935 op het strand van Fraser ligt. Ook stopten we ergens om een wandelingetje te maken naar een grote zandverstuiving. Toen we hier uitgespeeld waren reden we naar onze laatste stop: Eli Creek. Deze moest eerst overgestoken worden met de auto. Daarna liepen we een stukje door de beek en weer terug. Ook hier weer kraakhelder water en schoon zand. We vonden het wel lekker om in het hostel te slapen: echte bedden, een douche, een bank en licht. Dus besloten we hier ook de tweede nacht te slapen. We waren beide moe van het drukke maar leuke programma die dag.

De volgende dag ging de wekker nog wat vroeger dan normaal: om tien voor vijf. We wilden namelijk voor 6 uur al een stuk over het strand naar het zuiden gereden zijn. Deden we dit niet dan zouden we tot 10 uur in verband met vloed vastzitten en dat vonden we zonde van de laatste dag Fraser. Bij Eurong gingen we rechtsaf het strand af richting Lake McKenzie, het bekendste meer van het eiland. Hier kwamen we iets voor half 8 als eerst aan en dat zou tot 9 uur zo blijven. We ontbeten bij het meer en namen een duik. Nog een mooier meer dan het meer waar we de eerste dag in gezwommen hadden. Onvoorstelbaar helder water en wit strand. Toen het rond 10 uur drukker begon te worden was het voor ons tijd om verder te gaan. Helaas bleek Lake Wabby - dat aan één kant grenst aan een zandverstuiving - te ver rijden te zijn. Daarom reden we nog even naar het meer waar we de eerste dag in gezwommen hadden om vervolgens weer naar de boot te gaan. Op de ferry genoten we nog even na van de fantastische trip naar Fraser. De unieke natuur op het eiland, het zwemmen in de mooie meren en het rijden met de 4WD hadden we allemaal erg leuk gevonden. Terug op het vaste land leverden we de auto weer in en sliepen we op dezelfde camping als drie nachten er voor.

Geschreven op 20 maart

Afgelopen woensdag namen we 's ochtends even de tijd voor een aantal huishoudelijke klusjes. Er werd onder andere een was gedaan en de uitgezochte foto's werden op een cd-rom gebrand zodat er op het fototoestel weer ruimte gemaakt kon worden om nieuwe foto's te maken. Ook werd het vorige reisverhaal die ochtend geschreven. Rond 11 uur de auto ingestapt en richting Bundaberg gereden. We hadden gelezen dat er vlakbij Bundaberg een strand is waar schilpadden hun eieren leggen. Ondanks dat het seizoen hiervoor bijna ten einde loopt bleken we toch nog een redelijke kans te hebben om wat te zien. Dus schreven we ons in Bundaberg bij het visitors centre hiervoor in. Van de campingbeheerder in Hervey Bay hadden we begrepen dat er een cycloon voor de kust van Australië ligt. Hij kon ons echter niet echt duidelijke informatie geven en daarom deden we hier in het visitors centre ook even navraag naar. De cycloon bleek nog redelijk ver weg te zijn en daarom was nog niet te zeggen waar en wanneer hij precies aan land zou komen. Wel waren er al een aantal eilanden voor de kust geëvacueerd. Dit moesten we dus even goed in de gaten gaan houden. Hopelijk zou het onze plannen voor de komende tijd niet te veel in de war gooien. Na ons bezoek aan het visitors centre lunchten we in een parkje vlakbij om daarna nog even langs de Mac te rijden om te internetten. Er werden wat mails verstuurd en we keken nog even naar de cycloon en zijn verwachtte route. Omdat we ons pas om 7 uur hoefden te melden bij het schildpaddenstrand reden we naar een plaatsje aan zee om daar de middag door te brengen. We lazen beiden ons boek en reden aan het eind van de middag naar Mon Repos waar we 's avonds schildpadden hoopten te zien. Op de parkeerplaats kookten we een voedzame pastamaaltijd en rond half zeven sloten we aan in de rij bij het visitors centre. In totaal waren er zo'n 90 mensen. De eerst 60 die geboekt hadden vormden groep één en wij maakten met de overige aanwezigen deel uit van de tweede groep. Op het strand waren verschillende rangers de wacht aan het houden, zodra ze iets zouden zien mocht de eerste groep samen met één van de rangers het strand op. Zou er dan nog iets te zien zijn dan zou ook de tweede groep het stand op mogen. Tot die tijd moesten we ons vermaken in het visitors centre. Dit zou tot middernacht kunnen duren. In het visitors centre lazen we onder andere over de levenscyclus van de verschillende soorten schilpadden die op het strand van Mon Repos hun eieren leggen. Van november tot en met februari komen de schilpadden verschillende keren naar het strand om hun eieren te leggen. Deze eieren komen vervolgens tussen januari en maart uit. We konden dus geen schilpadden zien die hun eieren komen leggen maar wel de nesten die uitkomen. We bleken gelukt te hebben; we waren nog geen half uur binnen en de eerste groep werd het strand al opgeroepen. Dit betekende dat wij de volgende groep waren die aan de beurt waren. En ook wij hadden geluk. Niet veel later - toen één van de rangers net een presentatie was begonnen - was er ook voor de tweede groep een nest gevonden dat bijna uit zou komen. Onder leiding van een ranger liepen we vervolgens over het strand naar de plek waar het nest gevonden was. Aan een zachte plek in het zand kunnen de rangers voelen dat de kleine schilpadden vlak onder het zand zitten. Ze zijn op dat moment al drie dagen door het zand naar boven aan het kruipen en aan het wachten tot ze voelen dat het zand afkoelt. Dit betekent dat het nacht is en dus relatief veilig is voor de beestjes naar de zee te lopen. Even later zagen we het zand bewegen en nog geen paar minuten later krioelde het van de kleine schilpadjes die allemaal naar boven kwamen kruipen. Heel apart om dit zo in één keer te zien gebeuren. De schilpadjes, zo'n vijf centimeter groot, werden allemaal in een netje gezet om vervolgens allemaal tegelijk te worden vrijgelaten. Marieke mocht - samen met nog een aantal anderen - de schilpadden de weg naar zee wijzen door met een zaklamp te schijnen. De kleine beestjes lopen namelijk instinctief naar de lichtste plek toe; normaalgesproken de witte schuimkoppen van de golven in de zee. Een paar grote golven namen vervolgens alle schildpadjes mee de zee in om pas weer over ruim 30 jaar voor de eerste keer weer naar precies hetzelfde strand terug te komen om zelf voor nageslacht te zorgen. Als ze het tenminste overleven, want slechts één van de 1000 kleine schildpadjes maakt het tot een volwassen exemplaar. Toen alle schildpadden weg waren konden we nog zien hoe de ranger het nest opengroef in de naam der wetenschap. Er bleken 98 schilpadden te zijn uitgekomen en zo'n 20 eieren niet uitgekomen te zijn. Ook werd er nog één levende schildpad in het nest gevonden die nog naar de zee werd gebracht. Fantastisch om dit een keer te zien! Op te terugweg naar het visitors centre zagen we verschillende nesten die een tijdje geleden al uitgekomen waren. We reden vervolgens naar een rest area vlakbij Bundaberg om de nacht door te brengen.

Donderdagochtend de auto ingepakt. Daarna moest er even goed nagedacht worden over het plan voor de komende dagen. De cycloon die voor de kust ligt maakte dit echter niet makkelijk. Er is tussen hier en Townsville - dat 1000 km verderop ligt - niet zo veel te doen op de Whitsundays na. Deze eilandengroep is zeker één van de highlights van Queensland en willen we dus zeker niet missen. In één keer doorrijden naar Townsville in verband met de cycloon wilden we dus niet. We moesten echter ook rekening houden met het aantal weken dat we nog over hebben en met de auto die we voor het einde van maart over willen schrijven naar Queensland, omdat we anders wegenbelasting in Western Australia moeten gaan betalen. Ook moet de auto dan nog gekeurd worden en om te voorkomen dat hij nog een tweede keer gekeurd moet worden voordat we hem verkopen mogen we dan nog maar 2000 km rijden. Veel te veel dingen om rekening mee te houden dus. Uiteindelijk besloten om vandaag toch een stuk naar het noorden te gaan rijden. En omdat we niet alleen wilden rijden zouden we in Agnes Water gaan surfen met ons board. Dit is de laatste plaats waar dat kan (ten noorden van dat plaatsje zijn geen golven vanwege het rif dat voor de kust ligt). Door slecht weer en het gebrek aan goede golven hadden we ons board nog maar één keer gebruikt. Toen we in het plaatsje aankwamen stond er echter een bord dat het verboden was om te zwemmen. Ondanks dat er allemaal mensen in het water lagen lieten wij ons hier toch maar door tegenhouden en reden vervolgens door naar het noorden over de Bruce Highway. In Rockhampton stopten we nog even bij de Mac voor een update wat betreft de cycloon. Dit bleek goed te zijn, want het gebied te noorden van Rockhampton viel in een gebied waar al gewaarschuwd werd voor harde wind binnen 48 uur. Er waren vervolgens twee opties: of in één keer 1000 km doorrijden naar het noorden of in Rockhampton wachten tot de cycloon voorbij getrokken was. We kozen voor het laatste. We hadden allebei even moeite met de gedachte dat we misschien wel drie of vier dagen vast zouden zitten in een gebied waar voor ons weinig te doen of te zien is. We wilden zo graag verder naar de Whitsundays. We gingen nog even langs bij het waardeloze visitors centre waar een vragenlijst grotendeels voor ons werd ingevuld. Wie weet kan dit de dienstverlening in de toekomst verbeteren.... Wel wezen ze ons op een hotel waar je ook heel goedkoop kan kamperen. Daar vervolgens naar toe gereden. Het bleek een vervallen hotel te zijn waar je je zo 50 jaar terug in de tijd voelt. We vonden het eigenlijk wel leuk en we konden er voor 5 dollar(!) kamperen op een grasveldje achter het hotel.

Gisterenochtend vermaakten we ons tot 10 uur rond de auto, voornamelijk met het lezen van een boek. Daarna naar de Mac gereden voor een cycloonupdate. Helaas bleek de cycloon niet van richting te zijn veranderd. Naar verwachting komt hij zondagochtend aan land, recht over de Whitsundays. We zaten dus echt voor de komende drie dagen nog vast in Rockhampton dat zich de ‘beefcapital' van Australië noemt en waar ongeveer net zoveel voor toeristen te doen is als in Tilburg. Nouja, we moesten er maar het beste van maken. We begonnen in de botanische tuin waar ook een kleine, gratis dierentuin was. We besloten de dierentuin als eerste te bekijken waar we ons bijna de rest van de dag konden vermaken. Vooral de chimpansees waren erg vermakelijk. Tussendoor aten we lekkere scones met een kopje thee en koffie en deden we grote boodschappen. 's Avonds aten we heerlijke hapjes. Er was een huisgemaakte aardappelsalade, een Griekse salade (ook huisgemaakt) met stokbrood en kruidenboter en gehaktballetjes met een dipsausje. Ook dronken we er lekker een wijntje bij uit het vier literpak dat we die middag hadden gekocht. De eerst dag hadden we ons in ieder geval heel prima vermaakt, nog twee te gaan...

Reacties

Reacties

Hettie

Zo is het toch geen straf om even een paar dagen rustig aan te moeten doen?
Strakjes veel plezier bij de Whitsundays!
Wat is er trouwens verkeerd aan Tilburg?
Liefs,
Hettie

Age Huitema

Hallo Marieke en Robert,

Het verhaal van Fraser Island doet me haast denken aan Robinson Crusoe.
Prachtig hoor!
En dan die mooie biologieles over de het schildpadden.

Groet,

Age Huitema

Kim

Frasier in een paradijs X

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!