Van Beaudesert naar Hervey Bay

We gaan morgenvoor 3 dagen naar Fraser Island. Hieronder weer een nieuw verhaaltje voor jullie en misschien belangrijker: de foto's! Havefun!

Geschreven op 11 maart

Het Border Ranges National Park in New South Wales loopt door in het Lamington National Park in Queensland. Carl en Helga hadden ons belooft dat het Lamington National Park de mooiste van de twee is en ook de Lonely noemt het één van de highlights van Queensland. Om er te komen moesten we eerst de bergen uit rijden in de richting van Beaudesert. Vanaf daar vervolgden we onze weg via Canungra naar Green Mountains in het Lamington National Park. Een bergrit met ongelofelijk veel bochten. Vooral het laatste stuk dat door het regenwoud leidde vonden we allebei erg mooi. In Green Mountains dat op bijna 1000 meter hoogte ligt zochten we de camping van het nationale park op. Ook gingen we even bij het informatiecentrum langs om wat informatie over wandelingen te halen. Daar zagen we dat het weer morgen redelijk goed moet zijn, om vervolgens weer om te slaan. Door alle regen hadden we al lang geen kleren gewassen en daar moest het echt een keer van gaan komen. Na even dubben uiteindelijk besloten om de gok te wagen en te gaan wassen. In een kleine wasbak wasten we vervolgens onze kleren met warm water die we uit de douches haalden. Daarna werd de was opgehangen aan de waslijn die we onder ons zijl hadden gespannen. En nu maar afwachten. Ondanks de regen vervolgens toch een wandeling door het regenwoud gaan maken. Veel wandelingen werden afgeraden vanwege te hoog water in veel beken, maar we vonden toch een mooi stuk dat we op en neer konden lopen. Het café waar we nog even binnen liepen - om te kijken of we daar 's avonds konden eten - bleek voor diner gesloten te zijn. Het restaurant durfden we in ons kloffie niet eens naar binnen. De wandeling begon met een ‘tree top walk'; een verhoogt wandelpad dat uit negen overspanningen bestond waarbij je over het regenwoud heen kon kijken. Daarna namen we nog even een kijkje in de aangelegde tuinen en lieten vervolgens alle Japanners achter ons om echt het regenwoud in te duiken. Alweer een mooie wandeling die ons naar een rivier leidde waar we rechtsomkeer maakten. Terug bij de auto bleek Marieke als winnaar uit de bus te zijn gekomen: zij had namelijk vijf bloedzuigers gevonden er Robert maar vier. Dit viel helemaal niet tegen, we waren namelijk bang dat we er veel meer zouden gaan tegenkomen. 's Avonds brachten we het grootste gedeelte van de avond op de voorstoelen in de auto door. Marieke nam een warme douche, we rekende uit dat dit twee en een halve week geleden was. Wat een luxe! En dat niet eens op een echte camping maar gewoon in een nationaal park voor maar 5 dollar per persoon per nacht.

Robert ging de volgende ochtend ook een lekkere douche nemen. Verder hingen we de was in de zon, het leek namelijk mooi weer te gaan worden die dag. Zouden we een goede keuze gemaakt hebben om te gaan wassen? Omdat we nog niet uitgekeken waren in het regenwoud werd er ook die dag een wandeling gemaakt. Eigenwijs als we zijn wilden we toch één van de wandelingen maken die afgeraden werd. Overigens werden bijna alle wandelingen afgeraden en was er anders weinig keus dan de wandeling van gister nog een keer op nieuw te maken. De wandeling die dag liep verder het dal in langs een aantal riviertjes en watervallen. Onderweg kwamen we een aantal fel blauwe, soort van grote garnalen tegen. Ook zagen we twee grote pikzwarte salamander-achtige beesten. Onderweg moesten de schoenen uit toen we één van de riviertjes moesten oversteken. Wederom een mooi wandeling door het dichte regenwoud. Bij terugkomst aten we onze boterhammen op bij de picknicktafels en liepen daarna terug naar de camping. Daar zagen we tot onze vreugde dat de was zo goed als droog was. Vrij snel daarna was de was opgevouwen, de auto ingepakt en waren we klaar om te vertrekken. Om de volgende dag gelijk Brisbane in te kunnen was het plan om vlak voor Brisbane ergens vrij te kamperen. Het bleek niet makkelijk om een plek te vinden omdat bij een aantal rest areas en parkjes een bordje stond dat je er niet mocht kamperen. Na even zoeken kwamen we uit op de parkeerplaats van een state forest waar we geen bordje zagen. Mooi plekje om te overnachten, niet ver van het centrum van Brisbane. 's Avonds keek Marieke voor het eerst één van de twee films die op de laptop staan en las Robert zijn boek. We gingen zoals gewoonlijk op tijd slapen. ‘s Nachts werd Marieke wakker van iemand die vroeg of we de gordijntjes open wilden doen om even te praten. Dus Robert werd snel wakker gemaakt en toen bleek dat het politie was deden we ons gordijn open. Heel vriendelijke agenten die op patrouille waren. Blijkbaar wordt er op deze parkeerplaats drugs gedeald en wordt er 's nachts door de politie gecontroleerd. Voor Marieke haar gemoedsrust voegde de agent er ook nog even aan toe dat hij vond dat we niet het beste plekje hadden opgezocht om 's nachts te slapen. Overigens wist hij na enig nadenken geen betere plek voor ons. Daar lig je dan. Toen de agenten weggingen zagen we dat het al 2 uur 's nachts was en omdat om 5 uur onze wekker al weer zou gaan zijn we maar gewoon blijven staan.

Gisterochtend bleek vooral Marieke niet lekker meer geslapen te hebben. We stonden snel op en reden naar een Mc Donalds om op internet het adres te zoeken van een overheidsinstantie. We wilden namelijk alvast informatie inwinnen over de verkoop van onze auto. Hierna reden we verder richting Brisbane. Het bleek lastig te zijn een parkeerplek te vinden, maar uiteindelijk één gevonden op een uurtje loopafstand van het centrum. De wandeling naar het centrum was bijna alles wat we van Brisbane zouden zien. Bij de overheidsinstantie vroegen we informatie over het verkopen van onze auto. Waarschijnlijk is het voor ons het verstandigst om de auto over te laten schrijven van Western Australia naar Queensland. Hiervoor moet de auto - anders dan in Western Australia - een soort van APK keuring krijgen. Zodra de auto is goedgekeurd blijkt het omzetten zo gebeurt. Ook moeten we dan rego betalen die uit een soort van wegenbelasting en WA-verzekering bestaat. De auto hoeft dan 6 maanden lang niet meer gekeurd te worden en dat moet een groot voordeel zijn met het verkopen. Terug naar de auto pakten we de bus. Hier aangekomen smeerden we boterhammen die we in een parkje opaten en daarna reden we door het centrum naar het noorden. We waren op weg naar de Australia Zoo, maar zouden eerst nog even onderweg het Glass House Mountain National Park bezoeken. Dit nationale park bestaat uit verschillende opvallende bergtoppen die ontstaan zijn uit geërodeerde vulkanen. We waren lui en deden niet veel meer dan bij twee uitkijkpunten stoppen. Vervolgens was het tijd om een slaapplek op te zoeken. We kozen een camping in een state forest. Deze camping moest je echter van te voren telefonisch of via internet boeken. Een verschrikkelijk systeem, voor ons althans. We hebben namelijk meestal geen bereik met onze mobiel en al helemaal geen internet onderweg. Daarom reden we door naar een rest area langs de Bruce Highway die niet veel verderop lag. Deze was drukbezocht en een mooi plekje om te overnachten. Na een wijntje en een goed gesprek ons bed opgezocht.

Deze morgen kon Marieke uitslapen, we gingen namelijk naar de dierentuin die pas om 9 uur open ging. Robert vermaakte zich 's ochtends met het schrijven van het eerste gedeelte van dit stukje en de afwas. Na een harde regenbui reden we naar de dierentuin in de hoop dat het snel zou opklaren. In de Australia Zoo vermaakten we ons prima tot sluitingstijd. De dierentuin had bijna alleen maar Australische dieren. We zagen onder andere een dierenshow waarbij krokodillen werden gevoerd à la Steve Irwin:, voor z'n overlijden samen met zijn vrouw eigenaar van de dierentuin. Verder konden er koala's en kangoeroes geaaid worden en zagen we veel dieren die we in het wild al gezien hebben of misschien nog gaan zien. Erg leuk dus. We hadden echt het gevoel een dagje uit te zijn. Nu staan we weer op dezelfde rest area als gisteravond en het is hier alleen nog maar drukker.

Geschreven op 13 maart

Gisterochtend het mooie plekje verlaten om naar de Sunshine Coast te rijden. Ook al regende het nog steeds, toch wilden we dit niet net zoals de Gold Coast over gaan slaan. We reden eerst naar het vlakbij gelegen Caloundra. Door harde wind, de grijze zee en weinig mensen maakte het een verlaten indruk. Dit had uiteraard met het weer te maken. We reden dus maar snel verder. In Maloolaba deden we boodschappen en daarna zaten we in de auto ons plan voor de rest van de dag uit te stippelen. Door het slechte weer was er aan de kust niet zoveel te doen, maar aan de andere kant wilden we het ook niet helemaal links laten liggen. Uiteindelijk maar besloten om in eerste instantie een kijkje in Underwater World te nemen, het grootste aquarium van Queensland. Hier hebben we ons goed vermaakt en om 2 uur reden we in de richting van Noosa Heads. Het was inmiddels wat beter weer geworden zodat we in Noosa even rond geslenterd hebben. Marieke zag een leuk jurkje, maar liet dit hangen (spijt, spijt, spijt...). Eerder dan verwacht gingen we bij een informatiecentrum wat informatie over Fraser Island inwinnen. De prijzen vielen niet mee en echt veel wijzer waren we er niet van geworden. We vonden allebei dat Noosa een leuk en gezellig badplaatsje is. Bij het gebrek aan goed weer toch maar verder gereden. Bij een rest area langs de doorgaande weg de auto geparkeerd, op een campingveld achter een benzinestation. Ondanks dat het langs de snelweg lag zeer mooie overnachtingsplaats.

Na een goede nachtrust ging om half 6 's ochtends de wekker weer. Ondanks dat we de dag ervoor geen goed gevoel aan alle folders over Fraser Island overgehouden hadden, toch besloten richting Hervey Bay te rijden. Dit is de ‘place to be' als je naar Fraser Island wilt. We begonnen onze zoektocht bij het informatiecentrum en werden daar alweer niet veel wijzer. Vervolgens in het stadje zelf verder gaan kijken. Aan het eind van de ochtend hadden we een hand vol folders, maar nog steeds geen keuze kunnen maken. We twijfelden vooral tussen een tour en het zelf huren van een 4WD. Dit is echter allebei best wel duur, vooral vergeleken met hoe we de afgelopen maanden gereisd hebben. Toch wilden we Fraser Island niet overslaan. Daarom vervolgens alle boekingsoffices links laten liggen en rechtstreeks naar twee autoverhuurbedrijven gereden. Bij het eerste bedrijf waar we langs gingen konden we zowel zelf een 4WD huren als met een kleine groep mee gaan. Bij de laatste optie schrijf je je in en ga je met maximaal 8 personen in een 4WD het eiland op. Voor deze tour had nog niemand zich ingeschreven, want ons wel aansprak. Je rijdt zelf en er gaat geen gids mee bij beide opties. Voor het eerst hadden we ergens een goed gevoel over, maar wilden toch nog even de prijzen vergelijken en reden daarom naar een ander bedrijf dat duurder bleek te zijn. Daarom maar terug gereden naar het andere verhuurbedrijf. Hier uiteindelijk de groepstour geboekt. Omdat we er niet zoveel voor voelen om met allemaal andere backpackers te gaan namen we de mogelijkheid om, zodra andere mensen de tour ook boeken, onszelf over te boeken naar een eigen 4WD. Voordeel van de tour is dat hij iets goedkoper is, de benzine inbegrepen is en je overnacht in een appartement. Nadat dit allemaal was uitgezocht en geregeld hadden we er heel veel zin in. We zochten een camping op en gingen daarna boodschappen doen. Morgen gaan we weg, we hebben er zin in.

Van Kempsey naar Beaudesert

We reden door een plaatsje met eenMac envoelden ons dus verplicht om de reisverhalen weer even op de site tezetten. Bij deze dus.Volgende keer komen er weer foto's.

Geschreven op 04 maart

Het was één maart, het einde van de Australische zomer en daarmee ook het einde van het mooie weer. Het regende die ochtend. Daarom begonnen we de dag met twee spelletjes dammen. Robert verdiepte zich in de Lonely Planet en vond uit dat er nog veel te veel te doen was onderweg naar Queensland. Tijd om te vertrekken dus. In de regen werd de auto ingepakt en daarna zetten we koers richting het gebeid dat New England heet en een stukje landinwaarts ligt. In een stadje onderweg vulden we de tank en parkeerden we de auto even bij de McDonnalds om te internetbankieren en de site te updaten. In Kempsey sloegen we vervolgens linksaf de bergen in. Apart vonden we het allebei dat zodra je van de hoofdweg afslaat naar het binnenland dat je gelijk het gevoel hebt in de middle of nowhere te zijn. In de buurt van het gehucht Georges Junction zagen we een grasveld met prullebakken en wc's. Er stond nergens aangegeven dat het een kampeerplaats was, maar dat kon natuurlijk niet missen. Erg mooie plek in een dal tussen de bergen met een bergrivier. De koeien liepen los door de bergen, het leek Zwitserland wel.

Toen we de volgende ochtend wakker werden besloten we niet gelijk te vertrekken. Omdat het droog was kaakten we een kampvuur bij de rivier en lazen hier de gister gekochte krant. Hierin lazen we over de aardbeving in Chili en de tsunami waarschuwing. Raar dat we er nu achterkomen dat dit serieuzer was dan dat we hadden begrepen. Ook hadden we gelezen dat er voor komende week alleen regen wordt voorspelt. Hopelijk valt dit mee. Aan het einde van de ochtend toch verder gaan rijden. Erg mooie weg, helaas was het weer gaan regenen en reden we door de wolken. Aan het einde van de weg was een mooie waterval, de Willombi Falls. Ondanks de regen toch een kleine wandeling gemaakt. Daarna verder gereden naar het New England National Park. Hier op een kampeerplaats uitgekomen vlak voor het nationale park. Robert probeerde tevergeefs wat warmte te maken met een vuurtje, maar alles was te nat en het wilde daarom niet blijven branden. Met als gevolg dat hij goed nat en koud was geworden. We werden uitgenodigd door een Australische visser voor een kop thee. Enorme rotzooi in zijn tent en beetje rare kerel, maar wel aardig. Na het eten snel ons bed ingekropen om op te warmen.

Gisterochtend toen we wakker werden regende het nog altijd. Daarom begon de dag met wat gymnastiek oefeningen. Namelijk het ompakken van de spullen van de voorstoelen naar het bed zonder de auto uit te komen. Hierna reden we het nationale park in, waar we een wandeling maakte door het regenwoud. Helaas geen uitzicht maar wel heel mooi regenwoud. Door het gebrek aan goede regenkleding nat geworden. Op het startpunt van de wandeling was een mooi huisje met openhaard en brandhout. Hier wilden we wel even opwarmen. Al snel kwam een ouder Duits echtpaar ons vergezellen. Zij hebben de hele wereld al over gereisd en waren onder andere al 11 keer een half jaar in Australië geweest. Erg sportieve reizigers. Doordat het erg gezellig was en bleef regenen hier de rest van de dag gezeten. 's Avonds ook met z'n vieren gegeten. Tegen het donker de auto weer op dezelfde plek geparkeerd om te slapen. Het is nu donderdagochtend en hebben net een kop thee gedronken bij het Duitse stel. Omdat het nog steeds regent hopen we dat we met onze auto nog door de floodway aan het begin van de weg komen. We zullen zien.

Geschreven op 07 maart

Donderdagochtend verlieten we het natte New England National Park. Aan de Floodway onderweg konden we goed zien dat het geregend had, maar we konden er met onze auto nog goed doorheen. De eerste stop die dag was aan de andere kant van de Waterfall Way: het Cathedral National Park. Dit nationale park lag vlakbij de regenwouden, maar was weer totaal anders: vlak en duidelijk droger. We maakten een wandeling waarbij we onder andere één van de rotsformaties opklommen waar het nationale park bekend om staan. Na deze wandeling vervolgden we de Waterfall Way in oostelijke richting. In Dorrigo werd een kleine boodschap gedaan en daarna was het nog maar een klein stukje naar het Dorrigo National Park. Eerst keken we even rond in het vistors centre om er vervolgens te voet op uit te trekken. We schuilden nog even voor een bui en genoten daarna van het mooie en dichtbegroeide regenwoud. Zo mooi hadden we het nog niet gezien. Ongelooflijk diverse begroeiing. Ook zagen we een Lyrebird. Daarnaast maakten we - het Duitse stel Carl en Helga hadden ons er al voor gewaarschuwd - kennis met de bloedzuiger. Halverwege ontdekten we er een paar op onze schoenen en sokken. Een echte natuurliefhebber die voorbij kwam liet ons zien hoe je jezelf weer ontdoet van deze beestjes. Later die wandeling zouden we er nog meer tegen komen. Ook kwamen we - hoe toevallig - Carl en Helga tegen die die dag twee lekke banden hadden gehad. Na het bezoek aan het nationale park reden we naar een gratis kampeerplaats in de buurt van Thora waar Carl en Helga ons op hadden gewezen. Zij zouden hier ook gaan overnachten. 's Avonds nog even bij de Duitse avonturiers gebuurt en daarna ons bed ingekropen.

Vrijdag leek het beter weer te zijn al was de voorspelling dat het nog wel even zou blijven regenen. We gingen bij Carl en Helga gedag zeggen, zij zouden in Coffs Harbour blijven hangen en zette vervolgens zelf koers richting de kust. In Coffs Harbour liet Robert zijn haren knippen en werden er weer uitgebreid boodschappen gedaan. In een parkje aten we daarna lekkere wraps met sla, tomaat, bacon van de barbecue en mayonaise om het geheel af te maken. Druiven toe, je hoort ons niet klagen. We liepen na de lunch even langs de waterrand en kwamen op de terugweg Carl en Helga weer tegen. Zij hadden hun banden alweer gerepareerd en zouden vanavond ook naar het Yuraygir National Park gaan. Ze wezen ons op een plek om te slapen net buiten het nationale park. Voordat we die kant op reden nog even een duik in de zee genomen. De weg het nationale park in was, zoals meestal, een onverharde. De behoorlijke beek die overgestoken moest worden zorgde bij Marieke voor de nodige spanning. Ze dreigde zelfs bij Robert weg te lopen als het mis zou gaan. Het was dan ook maar goed dat we heel aan de overkant kwamen... Ondanks dat de omschrijving niet geheel overeen kwam dachten we toch het plekje van Carl en Helga gevonden te hebben. Omdat zij er nog niet waren, en wel eerder vertrokken waren, toch maar op de bushcamping in het nationale park overnacht. Een dure maar wel mooi camping. Het eten kwam 's avonds van de barbecue (lees kampvuur) en dat was weer verwennerij.

Gisterochtend te voet het nationale park gaan verkennen. Eerst door de duinen, daarna over het strand. Uiteindelijk bij de monding van een riviertje best een tijdje gezeten. Doordat de zon half door de wolken toch nog best fel was waren we allebei een beetje verbrand. Dit was ons in Australië voorlopig nog niet overkomen. We smeren ons dan ook nog steeds regelmatig in met factor 30. Op het strand kwamen we het Duitse koppel weer tegen. Ze zouden ons die avond helpen ‘hun' spot te vinden. Terug bij de auto dronken we een colaatje. Die middag verder lekker lui geweest. Nog even bij de zee inham gekeken waar we duizenden kleine blauwe krabben langs de waterkant zagen lopen. Wanneer je te dicht bij kwam groeven ze zich in het zand in. Grappig om te zien. Na de borrel reden we achter Carl en Helga aan naar het gratis kampeerplekje. Het was inderdaad het plekje dat we al eerder gezien hadden. Een mooie strook gras langs een heel klein weggetje, net buiten het nationale park. 's Avonds hier weer heerlijk eten gemaakt en uitgebreid gepraat met de buren. Ontzettend gezellige mensen die al ongelooflijk veel gezien hebben van Australië.

Vanochtend stonden we vroeg op vanwege het drukke dagprogramma. Dit betekend dat om 6 uur de wekker gaat terwijl het buiten net licht begint te worden. We namen deze keer echt afscheid van Carl en Helga en via Grafton naar het noorden. Onderweg belde Marieke naar haar jarige zus, gingen we bij de Mac langs om te internetten en kochten we twee broden. Daarna reden we via Casino en Kyogle naar het Border Ranges National Park. Tevergeefs probeerden we onderweg boeken te ruilen bij een kleine camping/roadhouse. Dit zag er zo leuk uit dat we besloten hier een lunch af te halen. We namen een echte Australische Pie, een sandwich en frietjes. Deze aten we vervolgens op op een overdekt terrasje. De eigenaar was ontzettend vriendelijk en vertelde ons enthousiast over de omgeving. Leuk dit soort ‘onprofessionele' tentjes. Na deze heerlijke verwennerij reden we de Tweed Range Scenic Drive door het Border Ranges National Park. Mooie 40 km lange onverharde weg door het regenwoud. Onderweg twee korte wandelingetjes gemaakt. Bij de eerste wandeling kwamen we een Australiër tegen die net terug kwam van een van de wandelingen. Hij zat onder de bloedzuigers en zei dat hij om de paar honderd meter moest stoppen om ze van zich af te halen. Heerlijk. Dit geloofden we graag. Ook wij kwamen er behoorlijk wat tegen. We hadden inmiddels geleerd dat deze smerige beestjes geen kwaad doen en makkelijk te verwijderen zijn. No worries dus! Vlakbij Mount Lion reden we de regenwouden weer uit en reden we al snel de ‘Sunshine State' in. Queensland dus. Helaas laat de zonneschijn waarschijnlijk nog een aantal dagen op zich wachten. Het is voor ons alweer de laatste staat. De tijd vliegt, maar we hebben het nog steeds erg naar ons zin en gelukkig nog 2 maanden reizen in het vooruitzicht. Nu staan we op een mooie kampeerplaats langs de weg in de bergen. Tot onze verbazing moeten we hier eigenlijk 5 dollar per persoon per nacht betalen, maar de ranger kwam uit zichzelf naar ons toe om te zeggen dat we niks hoeven te betalen omdat het regent. Weer een gratis nachtje dus. Eigenlijk is het hier een uur vroeger dan in New South Wales omdat Queensland geen zomertijd kent. Hierdoor wordt het hier om half 7 al donker en houden wij voorlopig ons ritme uit New South Wales nog even aan.

Van Sydney naar Kempsey

We zitten nu in de regen in het plaatsje Kempsey. Als we het weerbericht in de net gekochte krant mogen geloven blijft het komende week dit weer. Hopelijk gaat dit meevallen. Vanaf Kempsey (waar we alleen even stoppen om te internetten bij de Mac) gaan we weer een stukje het binnenland in naar de regio die New England heet. Veel leesplezier.

Geschreven op 26 februari

Dinsdag gingen we toch echt Sydney verlaten. Maar niet getreurd, want op de vlucht terug naar huis komen we langs Sydney en hebben we 8 uur overstaptijd. We hebben nu al besloten dat we dan nog een keer de stad in te gaan voor een lekkere lunch. Via de tolweg verlieten we Sydney richting het westen. Hierbij moesten we nog een klein ommetje maken, omdat een tweede tolweg niet contant betaald kon worden. In Camden reden we langs een McDonnalds waar we met onze laptop naar binnen zijn gegaan om te internetten. We hadden geen stroom, dus konden we niet op de parkeerplaats in de auto blijven zitten. Hierdoor, heel vervelend, verplicht een kopje koffie gehaald en het er vervolgens uitgebreid van genomen. Na 3,5 uur verlieten we de Mac en hadden we nog niet eens alles gedaan wat we wilden doen. Onder andere door het trage internet. Om de hoek werd het gastankje bijgevuld voordat we verder reden. Uiteindelijk in Glenbrook op een bushcamping beland. De grote bushcamping was erg verlaten en maakte daardoor een ongezellige indruk.

Totdat de volgende ochtend wel 8 bussen hun toeristen dropten om kangoeroes te kijken. Nou ja, wij vonden de eerste kangoeroe die we zagen ook leuk. 's Ochtends bij de auto rondgehangen en na de lunch ingepakt en verder de Blue Mountains in gereden. Bij Wentworth Falls wilden we een bushcamping opzoeken. De onverharde weg was weggespoeld door harde regen. Bij een groot gat in de weg flink zitten twijfelen maar uiteindelijk toch verstandig achteruit teruggereden. We volgden de hoofdweg weer terug een stukje de Blue Mountains uit en vonden een mooie rest area langs de kant van de weg om de nacht door te brengen. Toen we er even later achterkwamen dat de toiletten op slot zaten, regen we vervolgens toch maar weer verder. Het is niet altijd even makkelijk om een slaapplek te vinden. In de buurt van Woodford sloegen we van de hoofdweg af om via een onverharde weg naar Murphys Glen te rijden. Ook deze weg was niet echt in goede staat. Regelmatig ging één van ons tweeën kijken of de onderkant van de auto niet vast kwam te zitten. Terechtgekomen op een mooie bushcamping waar we de avond en nacht doorgebracht hebben. Niet veel gedaan verder die dag.

De dag erna stonden een aantal highlights van de Blue Mountains op het programma. We begonnen met het gebied rondom Wentworth Falls. Hier wandelde we de National Pass wandeling. Aan het begin van de wandeling hadden we vanaf het hoger gelegen bergplateau een mooi uitzicht over het dal beneden. We daalden af door een regenachtig bos en kwamen een aantal watervallen tegen. Daarna volgde het wandelpad een smalle richel langs de klif. We liepen onder verschillende watervallen door en hadden mooi uitzicht. Uiteindelijk uitgekomen bij de Wentworth Falls. Erg mooie waterval maar ook erg veel toeristen. Vanaf daar liep het wandelpad weer omhoog via zeer lange trappen die uit de rotsen gehakt waren. Terug bij de auto aten we onze boterhammen op en reden we verder naar Echo Point. Hier vonden we een toeristisch hoogtepunt, namelijk de Three Sisters. Omdat parkeren hier meer kostte dan in grote steden parkeerden we onze auto honderd meter verderop in een woonwijk. Samen met hordes toeristen de Three Sisters bekeken en daarna via de Giant Staircase (hij was Giant, ruim 900 treden!) het dal ingelopen. Demotiverend aan het wandelen hier is dat je aan het begin van de wandeling een prachtig uitzicht hebt, maar 900 trappen lager veel minder. Omdat we niet gelijk terug omhoog wilden eerst een stuk langs de onderkant van de klif gelopen en een stukje verderop via andere trappen het dal weer uitgeklommen. Dat was een vermoeiend stukje wandelen. In het dorpje nog even ons best gedaan om een boek te ruilen voor Marieke. Toen dit niet wilde lukken een boek gekocht. Daarna reden we naar een bushcamping iets verderop. Na het eten kroop Robert snel z'n bed in omdat hij niet lekker was.

Nu is het vrijdagochtend en voelt Robert zich gelukkig weer beter. Dus gaan we zo weer verder.

Geschreven op 28 februari

Nadat we 's ochtends weer even tijd namen om wat literatuur door te nemen, werd ervoor gekozen via een noordelijker gelegen weg de Blue Mountains weer te verlaten. Mooie route die ons uiteindelijk in Richmond bracht. Hier stopten we voor de eerste keer bij de Aldi en deden onze boodschappen. Bij de Woolworths werden daarna aanvullende boodschappen gedaan totdat onze auto weer helemaal vol zat met lekkernijen. Door de voorsteden van Sydney reden we vervolgens richting de Sydney-Newcastle Freeway naar het noorden. We kwamen uit in het Munmorah State Recreation Area aan de kust. We hadden de bushcamping hier uitgezocht omdat deze een douche zou hebben. Omdat er alleen een koude douche was vonden we de camping aan de dure kant. Wel alweer een heel mooi strand. Vlakbij de camping was een leuke picknickplaats. Hier parkeerden we de auto tot vlak voor het slapen gaan om de kans zo klein mogelijk te maken dat we de ranger zouden tegenkomen die het campinggeld zou komen ophalen. 's Avonds aten we hamburgers van de barbecue, met uitzicht over de verlaten baai en het strand.

De volgende ochtend verlieten we de camping en parkeerden we de auto weer vroeg op de picknickplaats. Doordat we de ranger niet waren tegengekomen was dit de 9e gratis nacht op een rij. We ontbeten op dezelfde picknicktafel als de avond ervoor en maakten daarna een wandeling over het strand. 's Ochtends voor zeven uur hadden zich al de nodige surfers op het strand verzameld. Het leek ons leuk om een bodyboard te gaan kopen waarmee ook wij over de golven kunnen surfen. We zouden er die middag naar gaan kijken. In de Lonely hadden we gelezen dat Newcastle een leuke stad moest zijn. Daarom reden we, nadat we uitgekeken waren op het strand, richting deze stad. We parkeerden onze auto bij het water en liepen daarna een stukje door de winkelstraat. Daar nog geen bodyboard kunnen vinden. Langs de waterkant terug naar de auto gelopen en hier in de schaduw onder een boom onze lunch gegeten. Heerlijke boterhammen met kaas, mayonaise en komkommer. Ook lazen we even een boekje. Daarna besloten we dat het tijd was voor een duik in zee. Het water was heerlijk en de golven hoog. Na een tijdje in de golven te hebben gespeeld gingen we terug naar de auto. Vanaf Newcastle zetten we weer koers in noordelijke richting. We hadden namelijk een mooie bushcamping op het oog in het Wallingat National Park. De bushcampings in nationale parken blijven onze favoriet. Onderweg maakten we nog een stop bij Big W, waar we een bodyboard kochten. We zullen komende weken vooral de kust blijven volgen en dus veel zwemmen. De onverharde weg het nationale park in was weer erg hobbelig, maar bracht ons uiteindelijk wel weer op een bushcamping die helemaal naar wens was. Er mocht zelfs weer een vuurtje gestookt worden. We begonnen de avond met een koud biertje. Daarna stond Robert enige tijd in de ‘keuken' met als resultaat heerlijke hamburgers.

Vanochtend zoals gewoonlijk vroeg uit de veren. Als ontbijt hadden we weer lekkere cornflakes. Een kampvuurtje gebruikten we om water warm te maken om mee af te wassen. Verder werden de financiën van de week ervoor weer op een rijtje gezet. Toen we op het punt stonden om te vertrekken zagen we een lange sliert met rupsen die kop aan staart achter aan het migreren waren. Grappig gezicht. We reden naar het dichtbij gelegen Seal Rocks waar we ons bodyboard wilden gaan uittesten. In het dorpje spraken we een Australiër met Nederlandse roots die ons kon uitleggen waarom het strand afgezet was. Er was een aardbeving in Chili geweest en daarom een tsunami waarschuwing voor onder andere Australië. Hier trok echter niemand zich wat van aan en omdat de Australiër vertelde dat het gevaar waarschijnlijk al geweken was gingen ook wij het strand op. Helaas geen grote golven maar ons prima vermaakt met ons bodyboard in de mooie baai. Tegen het middaguur vertrokken we verder richting het noorden. We maakten een kort uitstapje naar Lake Myall en Cape Hawke waar we naar een uitzichtpunt liepen. Via Taree naar het Crowdy Bay National Park gereden. Alweer een mooie rit. Sinds we in New South Wales zijn zijn de autoritten ook buiten de nationale parken vaak erg mooi. De beboste heuvels en de zee spreken ons erg aan. Ook groeit er hier overal groen gras. Dit was tot een paar weken geleden nog een zeldzaamheid. Verder hebben we vandaag de 20.000 km grens overschreden. In het Crowdy Bay National Park was het even zoeken naar de camping, maar uiteindelijk weer een mooi plekje veroverd. 's Avonds dronken we het laatste biertje op van de flesjes die we in Alice Springs gekocht hadden.

Van Batemans Bay naar Sydney

We hebben net Sydney verlaten en laten jullie weer graag mee genieten van deze mooie stad.

Geschreven op 18 februari

Afgelopen maandag schreven we in ons verhaal dat het de hele ochtend had geregend en dat we ons reisverhaal aan het schrijven waren. We hadden de auto in de regen al ingepakt en waren klaar voor vertrek toen we klaar waren met typen. Het was aan het einde van de ochtend toen we onze weg vervolgden over de spectaculaire McKillops Road richting Bonang. Onderweg konden we goed zien dat het al veel had geregend. Vele plassen en water dat over de weg begon te stromen. Ook was er een instabiele rots op de weg gerold die de weg blokkeerde. Robert kreeg hem maar net in zijn eentje aan de kant. Fantastische weg door de beboste heuvels die de Diddick River stroomopwaarts volgde. Bij Bonang, dorpje dat uit paar huizen bestond, sloegen we linksaf richting New South Wales. De grootte van het stadje Bomgala viel tegen waardoor we tanken en boodschappen doen nog even uitstelde. Omdat er in het Victoriaanse gedeelte van de Snowy Mountains niet veel te wandelen was sloegen we het bergachtige Koscuiszko National Park in New South Wales maar over en reden we weer richting de kust. In het Bournda National Park hadden we een bushcamping op het oog. Onderweg zagen we de eerste ondergelopen weilanden. Aangezien het in iedere staat weer anders werkt met de toegang voor nationale parken en het kamperen daarin gingen we in Merimbula even langs het visitors centre. Helaas werden we daar helemaal niks wijzer van, gewoon maar gaan kijken dus. Wel kon ze ons vertellen dat het na die dag nog maar één dag zou regenen en dat het daarna in ieder geval een week mooi weer zou worden. In het plaatsje kochten we verder koekjes, cola en chips zodat we niet in de regen zouden hoeven te koken maar een vervangende maaltijd zouden hebben. Aangekomen wij het nationale park kwamen we erachter hoe het één en ander werkte met betrekking tot toegangsgeld voor de nationale parken. Die betaalde we vervolgens niet, omdat we waarschijnlijk een toegangspas voor een jaar moeten gaan kopen. En controleren doen ze toch niet. Verder vonden we de camping met zelfs warme douches voor in een park maar duur. 's Avonds aten we de koekjes, cola en chips op, aangevuld met een paar boterhammen. Toen het minder hard ging regenen toch maar even de auto uit geweest en naar het strand gelopen. De grijze zee en de golven deden ons aan de Noordzee denken. 's Avonds om half negen was het voor de eerste keer sinds half zes 's ochtends even droog. Een kwartier later regende het overigens weer. Even een boekje gelezen in bed en daarna gaan slapen.

De dag erna, dat was dinsdag, was het gelukkig droog en zagen we ook weer wat blauwe lucht. Na het ontbijt gingen we douchen om vervolgens een wandeling te gaan maken. Langs de kust liepen we een gedeelte van een langere wandeling. Eerst over het strand, later over de kliffen. Aan het eind van de wandeling op de rosten zitten kijken naar de wilde zee. Mooi gezicht om de hoge golven op de kliffen te zien slaan. Na de wandeling de auto weer gepakt, op naar het volgende nationale park aan de kust. We wilde via Bega rijden om goedkoop te tanken en de auto weer vol te laden met etenswaren. Onderweg kwamen we een bordje tegen ‘road closed', omdat we veel eigenwijze Australiërs door zagen rijden, deden wij dit vervolgens ook maar. Helaas zagen we al snel auto's tegemoetkomen die eerst voor ons uitreden en bleek de weg een stukje verderop helemaal onderwater te staan. Na een omweg van ruim 60 kilometer uiteindelijk toch aangekomen in Bega. Hier deden we uitgebreid boodschappen en zochten we naar betaalbare benzine. Om de één of andere reden is het prijsverschil tussen verschillende benzinestations hier groot en dat heeft ons al een aantal keren het gevoel gegeven ‘te veel' betaald te hebben. Omdat we in deze plaats niks goedkoops zagen slechts 10 liter in de tank gegooid. We wilde naar een bushcamping aan zee maar, omdat deze weg hoogstwaarschijnlijk ook onder water stond eerst een stuk de Princes Highway afgereden. Onderweg konden we goed zien dat er wel heel veel regengevallen was de dag er voor. Ondergelopen weilanden, rivieren vol met weggespoelde bomen en takken en afgesloten wegen. Bij het plaatsje Mystery Bay vonden we een kampeerplaats in het bos vlak achter zee. Hier 's avonds lekker gebarbecued en maakte Robert nog een klein wandelingetje over het strand.

Gisterenochtend vrij snel de auto gepakt en doorgereden naar het noorden. In Narooma werd een stop gemaakt om nieuwe slippers voor Robert te kopen en ansichtkaarten voor Marieke. In de krant zagen we foto's en een artikel over overstromingen in dit gebied. In sommige plaatsen is in 24 uur tijd 270 mm water gevallen! We vervolgde onze weg over de Princes Highway richting Batemans Bay. Een mooie weg door een heuvelachtig landschap met zowel bos als akkerland. Het viel op dat de weilanden hier weer groen zijn en dat spreekt ons wel aan. Dit hebben we nog niet gezien sinds we in Australië zijn, zelfs niet op het relatief natte Tasmanië. In Batamans Bay gooiden we de auto weer helemaal vol met benzine. Ook gingen we langs de Mac om daar op de parkeerplaats gebruik te maken van het gratis internet. Weer een nieuw stukje op de site gezet en mails opgeslagen op stick. Deze werden vervolgens door Marieke in een parkje aan het water voorgelezen onder het genot van onze lunch. We zochten het Booderee National Park uit om te gaan slapen. Na een rit van anderhalf uur kwamen we hier aan. Aan het begin van het nationale park kwamen we een betaalpoortje tegen. En dus was het idyllische idee van overnachten in de natuur bij ons snel vervlogen. Geef ons de parken maar zoals in het oosten/noorden waar je gewoon wat geld in een ‘honesty box' moet doen, of nog liever: de gratis nationale parken. Omdat het visitors center al gesloten was konden we niet meer betalen voor de camping en weten we ook niet wat deze gaat kosten. Maar aangezien er ook hier weer warme douches zijn (die willen we helemaal niet iedere dag) zal het wel aan de prijs zijn. Overigens zijn de kampeerplekjes wel mooi en staan we vlak bij een strand aan de Jervis Bay. 's Avonds zagen we verschillende possums over de camping lopen opzoek naar eten.

Het is nu de volgende ochtend en zitten we aan ons ontbijt.

Geschreven op 21 februari

Ons vorige reisverhaal waren we geëindigd op donderdagochtend in het Booderee National Park. Na het verhaaltje geschreven te hebben de auto ingepakt en naar de ‘day use area' gereden. Marieke kon de verleiding van het mooie strand niet weerstaan en trok haar bikini aan terwijl Robert nog steeds niet genoeg had van het wandelen. Eerst maakte hij een wandelingetje door het binnenland van het nationale park en daarna langs zee. Rond lunchtijd voegden we ons weer samen op het strand. Hier werd Marieke tot aan haar hoofd ingegraven in het zand, bouwde Robert een zandkasteel en werd er gezwommen. Toen we aan het eind van de dag uitgespeeld waren namen we een lekkere douche en werden de kippenvleugeltjes op de barbecue gelegd. Samen met aardappelsalade en roergebakken groenten was het weer een heerlijke maaltijd. We wilden ons een tweede dure nacht besparen en reden tegen donker het nationale park uit op zoek naar een slaapplaats. Deze vonden we in Nowra langs de kant van de Princes Highway. Op deze rest area stonden nog twee andere stationauto's waar mensen in aan het slapen waren. Een ideaal plekje om de nacht door te brengen.

Vrijdagochtend maakte Robert de worstjes op voor bij het ontbijt en gebruikten we de laatste melk voor de cornflakes. Er werd een telefoontje naar Nederland gepleegd en daarna naar familie van Marieke die in Australië wonen. We spraken af om daar zondag langs te gaan. Na de telefoontjes reden we richting Kangaroo Valley. Een pittoresk plaatsje in de heuvels. Er was een agrarisch festival aan de gang. Grappig om te zien, vooral de koeien die klaar stonden om gekeurd te worden. Na een kort wandelingetje door het dorpje een klein café ingedoken voor koffie/thee en scones. Lekker Engels. Na dit aangename tussendoortje de weg vervolgd richting de Fitzroy Falls. Bij het visitors centre vonden we een handig foldertje over campings op nationale parken in New South Wales en kochten we een toegangspas voor de nationale parken. De 81 meter hoge waterval en het uitzicht over de vallei was fantastisch. Het plan was om door het Budderoo National Park terug naar de kust te rijden. Er was echter een ongeluk gebeurd waardoor we door een agent teruggestuurd werden. Hierdoor de hoofdweg gevolgd richting Wollongong. Hele mooie, erg bochtige bergweg. Wollongong lieten we links liggen en we reden verder naar Thirroul, dat aan de kust ligt. Hier trokken we onze zwemkleding aan en gingen we in de hoge golven spelen. We vermaakten ons prima. Toen we uitgezwommen waren parkeerden we de auto in een parkje waar we gekookt en gegeten hebben. Robert bereidde 's avonds het bezoek aan Sydney de volgende dag voor door de Lonely Planet door te lezen en Marieke deed zich tegoed aan haar mooie leesboek. Toen het tijd was om te slapen parkeerden we de auto langs het spoor in het dorpje om daar de nacht door te brengen.

De volgende ochtend heel vroeg opgestaan, want we gingen naar Sydney! Voor 7 uur waren we onderweg en volgden we de Princes Highway verder richting Sydney. We waren opzoek naar een voorstad waar we de auto konden parkeren en met de trein het centrum in konden gaan. Het zoeken naar zo'n plek bleek makkelijk en parkeerden de auto vlakbij het station in Penshurst. We kochten een kaartje en voor half 10 zaten we in de trein. Om 10 uur liepen we door Sydney. We begonnen met een wandeling langs Darling Harbour richting de vismarkt. We waren meteen verkocht, wat een gezellige stad. Bij de vismarkt liepen we eerst een rondje en kon Robert het daarna niet laten om zijn maag te verwennen met lekkere vis die vervolgens voor de helft door Marieke werd opgegeten. Was wat dat leuk en niet normaal hoeveel vis er over de toonbank ging. Vanaf de vismarkt liepen we naar het centrum en vervolgens via Hyde Park richting Sydney Harbour. Hier vonden we het Opera House en de Sydney Harbour Bridge. Fantastisch! We liepen rondom het Opera House vanaf waar we een mooi uitzicht hadden over de haven. Daarna liepen we langs het water naar Circular Quay waar alle ferry's vertrekken. Hier pakten we de Lonely erbij om de rest van de dag in te vullen. Het was ondertussen al drie uur en we besloten even naar de winkelstraat te lopen en daar rond te kijken. Daarna kwamen we terug bij de haven omdat we met de ferry naar Watsons Bay wilden om daar aan zee te gaan eten. De laatste ferry ging echter al om 7 uur 's avonds terug dus dat feest ging helaas niet door. Dit maakte vervolgens de keuze om toch naar Darling Harbour te gaan om te eten makkelijk. Uiteindelijk vonden we hier een café op een A-locatie maar wel met maaltijden van allemaal onder de 10 dollar. Heel gezellig een paar biertjes gedronken en frietjes met een sandwich gegeten. Toen we terug naar de trein liepen was het helemaal donker geworden en waren we allebei doodop. Op het station in Penshurst gingen we even naar de wc en vervolgens doken we snel onze auto in die we naast het spoor geparkeerd hadden.

Geschreven op 23 februari

Zondag voor de tweede dag Sydney in geweest. Hier hadden we allebei weer veel zin in. Eerst even in de supermarkt naast het station Belgische chocolaatjes gekocht om mee te nemen naar de familie van Marieke waar we die dag op bezoek zouden gaan. Daarna de trein vanaf Penshurst weer het centrum in gepakt. Vanaf het centrum richting de wijk Glebe gelopen en het juiste adres opgezocht. De kleine straat bleek moeilijk te vinden maar uiteindelijk toch nog ruim op tijd daar aangekomen. Apart om in Australië familie op te zoeken die je nog nooit gezien hebt, maar wel heel gezellig. We werden verwend met een lekkere lunch en rond half 4 trokken we er weer alleen op uit. Via Darling Harbour liepen we naar de ferries en kochten een kaartje naar Manly. De overtocht duurde een half uur en was heel leuk. Manly ligt op een smalle strook land tussen Sydney Harbour en de oceaan in. Een badplaats druk bezocht door mensen die in Sydney wonen. We liepen eerst een rondje en kochten voor Marieke een sarong. Het was ondertussen etenstijd en het plan was om fish & chips af te halen. Dit was echter prijzig en kon waarschijnlijk niet tippen aan de heerlijke fish & chips op Tasmanië. Daarom besloten we om een lekkere maaltijd uit de supermarkt te halen. Ook kochten we bij de drankenhandel een paar biertjes. Vervolgens liepen we naar het strand, dat al een stuk rustiger was geworden, om daar onze wraps in elkaar te zetten. Heerlijk gegeten met uitzicht op de haven waar alle bootjes lagen. Wat is het hier leuk! Om 9 uur namen we de ferrie weer terug naar Circular Quay. Toen we bijna terug in het centrum waren moest de ferrie wachten op een vertrekkend cruiseschip. Fantastisch om in het donker in de haven aan te komen met uitzicht over het verlichte Opera House, de Harbour Bridge en de Skyline van Sydney. Het was weer een leuke dag en tijd om naar ‘huis' te gaan. Deze avond parkeerden we de auto twee straten verderop aan de rand van een parkje.

Maandagochtend hadden we nog steeds niet genoeg van Sydney en gingen dus voor een derde keer de stad in. Eerst liepen we de Harbour Bridge op vanaf waar we een mooi uitzicht hadden. Daarna bij een supermarkt lunch gehaald en in Hyde Park opgegeten. Daarna werd er voor Marieke een hippe zwembroek gekocht. Het was al een paar dagen erg warm. Daarom was het extra lekker om die middag te gaan zwemen. We namen de ferrie naar Watsons Bay. Pas toen we op de boot zaten kwamen we er achter dat er geen ferrie meer terug was vanaf Watsons Bay. Hierdoor een halte eerder uitgestapt en daar een verfrissende duik in zee genomen. Aan het einde van de middag namen we de ferrie weer terug en haalden we eten bij de McDonnalds. Dit gingen we op een bankje aan de haven opeten. Daar vervolgens een hele poos gezeten en gekeken naar alle boten en ferries. We raakten niet uitgekeken. We sloten onze trip in Syndey af met een ijsje bij Darling Harbour. De drie-daagse citytrip had ervoor gezorgd dat we allebei helemaal op waren. 's Avonds weer geslapen in de auto bij Penshurst.

Het is inmiddels dinsdag en we zijn onderweg naar de Blue Mountains

Van Melbourne naar Batemans Bay

Omdat we het jullie natuurlijk niet konden aandoen om weer 2,5 week op een updatete moeten wachten hierbij weer twee reisverhalen. Have fun!Oh ja, de foto's volgen later.

Geschreven op 12 februari

Na een goede overtocht weer aangekomen in Melbourne. Op de boot waren we de kaart vergeten mee te nemen dus moesten we last minute nog even kijken waar we die avond zouden gaan slapen. We besloten naar Kurt Kiln Park te rijden. Dit bleek achteraf geen goed idee te zijn want het was nog een lange rit. Ook hadden we er niet echt rekening mee gehouden dat het een hele tijd zou duren voordat we Melbourne uit zouden zijn. Nadat we ergens onderweg gegeten hadden in het donker uiteindelijk toch de camping gevonden waar we naar opzoek waren. Het was hier verrassend druk met een hele groep schoolkinderen. Het was al laat en dus zijn we meteen gaan slapen.

Toen we de volgende ochtend wakker werden zagen we pas echt goed waar we de avond daarvoor onze auto hadden weggezet. We stonden midden in een bos. Er was hier niet echt veel te doen voor ons, wat we overigens ook niet verwacht hadden, en daarom zaten we halverwege de ochtend weer in de auto. Via een mooie weg door de heuvels reden we naar Pakenham, om daarna verder te rijden via Koo-Wee-Rup naar de South Gipsland Highway. In Leongatha werd het hoogtijd om een internetgelegenheid op te zoeken. Eerst probeerden we het bij de bibliotheek, maar daar bleek geen plek te zijn. Daarom op aanraden van de bibliothecaressen onze auto geparkeerd bij de MacDonnalds. Daar gebruik gemaakt van de gratis internet faciliteiten. Helaas hadden we niet genoeg tijd om alles te doen wat we wilden, omdat de batterij van de computer ver leeg was. Wel ideaal dat we bij MacDonnalds gratis op internet kunnen. Dat gaan we vaker doen. Bij de Safeway werden vervolgens lekkernijen ingeslagen waarna we weer verder konden rijden. We wilden de dag erna het Wilsons Promontory National Park bezoeken. Om entree geld te besparen sliepen we vlakvoor het nationale park in het plaatsje Yanakie. In dit kleine plaatsje was een parkje/speeltuin waar je kon overnachten. Voordat we ons kamp opsloegen reden we langs een caravan park om boeken om te ruilen. We vonden een Engels en zelfs een Nederlands boek. Vooral Robert vindt het fijn dat hij weer een keer geen Engels boek hoeft te lezen. Terug bij het parkje borrelden we met wijn, brie en chips en gebruikten de laptop - die tijdens de rit weer gedeeltelijk opgeladen was - om e-mails te typen. 's Avonds lekker gebarbecued.

Woensdagochtend klommen we de auto weer uit en maakten we ons klaar voor een kort ritje dat ons naar het nationale park zou brengen. Aan het entreegeld dat we moesten betalen en de camping met wel 450 plekken konden we goed merken dat het een druk bezocht park was. We besloten alleen entree te betalen en pas bij de camping te kijken of we daar wilden blijven slapen. De camping bleek er heel leuk uit te zien en dus betaalden we voor één nacht en zochten een mooi plekje uit. Het mooie weer werd gebruikt om te wassen en de was in de zon te laten opdrogen. Verder liepen we die middag naar een baai verderop en namen we een duik in de zee toen we terugkwamen. Het water was heerlijk en de zee kraakhelder. 's Avonds weer gebarbecued en toen het donker werd een strandwandeling gemaakt. Toen we hier van terugkwamen zagen we een brutale Wombat die opzoek was naar eten. We leggen de afvalzak 's avonds altijd onder het afwasteiltje met daarop een watertank. Dit om te voorkomen dat beesten er een rotzooi van maken. Toch had dit dier het voor elkaar gekregen de afvalzak onder het teiltje vandaan te halen. Ook had hij de koelbox - die met een klem dichtzit - weten open te krijgen. Gelukkig waren we net op tijd en heeft ie niks opgegeten. Wel moesten we de rotzooi opruimen. We vonden het wel leuk om een Wombat te zien, we hadden dit nachtdier namelijk nog niet eerder gespot. Dit beest is misschien nog wel het beste te omschrijven als een hele grote cavia.

Gisterenochtend bij de auto lekker gelezen. 's Middags een klein wandelingetje gemaakt. Toen we terugkwamen hadden we het idee dat het weer om zou slaan. De bui kwam echter verrassend snel en precies op het moment dat we de auto wilden inpakken. In afwachting van het weer eerst maar een douche genomen. Toen het eruit zag dat het niet zou gaan stoppen met regenen toch maar de auto ingepakt in de stromende regen. Met als resultaat dat we allebei zeiknat waren. Nadat we alles hadden ingepakt de auto naar de parkeerplaats gereden en binnen blijven wachten tot we konden koken. Toen het al wat droger was gekookt en gegeten en daarna doorgereden naar Yanakie waar we weer op de zelfde plek wilden slapen als twee dagen daarvoor. Onderweg noodweer gehad maar goed aangekomen.

Vanochtend vroeg opgestaan en als eerste naar Yarram gereden om daar de getypte e-mails te versturen. Nu gaan we zo lekker lunchen en daarna weer verder met onze reis.

Geschreven op 15 februari

Omdat er niet echt iets te doen was voor ons in de omgeving zochten we een leuke plek op, die op de route lag, om te slapen. Vlakbij Seaspray in de duinen een mooie kampeerplaats gevonden. Het weer was nog steeds niet fantastisch dus hingen we snel het zeil op zodat we droog konden zitten. 's Avonds ons laatste barbecuevlees opgegeten en na een gezellige avond gaan slapen.

De volgende morgen bij het strand gekeken. We konden natuurlijk niet vlak aan zee kamperen zonder de zee gezien te hebben. Het 150 km lange strand was mooi maar niet heel bijzonder. Daarna de auto ingepakt en via Sale, waar we wat boodschappen deden, doorgereden over de Gippsland Highway. Vanwege het grote aantal kilometers omrijden lieten we het grootste gedeelte van het Alpine National Park links liggen. Wel wilden we dit gedeelte niet helemaal overslaan vanwege de hoge bergen. Daarom reden we via Buchan de bergen in. Eerst werd in Buchan nog even wat informatie opgehaald en maakten we onverwachts een kleine wandeling. Deze wandeling werd aangeraden door de vrouw bij het visitors centre, maar wij konden er niet warm of koud van worden. Wel maakte Marieke er een gezellige wandeling van door de hele weg te zingen. Maar goed dat we alleen waren... Na deze onderbreking en de lunch reden we verder naar het noorden. Het was lekker weer dus reden we met de ramen open. Een grote sprinkhaan die naar binnen vloog en bij Marieke op schoot kwam zitten zorgde voor de nodige paniek. Er zaten er echt honderden op de weg. Misschien toch de airco maar aanzetten? Even verderop sloegen we linksaf naar de Limestone Black Mountain Road. Deze onverharde weg bracht ons helemaal het Alpine National Park in waar we vlakbij de Playgrounds een mooie bushcamping vonden. Onderweg zagen we vele kangaroes. Het grondzeil werd weer opgehangen tegen de regen en er werd een vuurtje gemaakt.

Toen we wakker werden kregen we een behoorlijke bui over ons heen. Even deze afgewacht en daarna ontbijt gemaakt en snel de auto ingepakt. We vonden het jammer en verbaasden ons erover dat er zo goed als geen wandelingen waren. Ook omdat het geen weer was om de bergen in te gaan besloten we terug te rijden het Alpine National Park weer uit. Ook vandaag weer laaghangende wolken waardoor we geen berg hebben gezien. Aan de andere kant van de doorgaande weg het Snowy River National Park ingereden over de McKillops Road. Twee keer een korte stop gemaakt bij de Little River Falls en de Little River Gorge. Hierna reden we richting McKillops Bridge. Doordat de wolken wegtrokken hadden we een aantal keren ontzettend mooi uitzicht over de groene heuvels en de Snowy River. Zeer spectaculaire smalle onverharde weg die het Snowy River dal inging. Uiteindelijk uitgekomen bij de mooie oude brug. Hier vlakbij was een camping waar we wilden overnachten. De grote bushcamping was helemaal verlaten. Alweer moest het grondzeil opgehangen worden tegen de regen. En weer werd er een kampvuurtje gemaakt. De rest van de middag en avond brachten we vooral lezend door. Ook brachten we een bezoekje aan de rivier. Omdat het snel donker werd, ook door het slechte weer, doken we vroeg de auto in om daar nog even verder te lezen.

Nu zitten we in de auto om dit verhaaltje te typen en gaan we zo Victoria verlaten om New South Wales in te rijden. Het is half 12 en nog steeds niet droog geweest.

Van Melbourne naar Tasmanië en weer terug

Het is alweer even geleden dat we op internet hebben gezeten en dus onze site hebben geüpdatet. Maar wij hebben weer braaf iedere 3 à 4 dagen een reisverhaal geschreven, dus hierbij weer het nodige leesvoer. Het is een lang stuk dus ga er lekker voor zitten.

Geschreven op 25 januari

We komen er net achter dat het al weer vier dagen geleden is dat we geschreven hebben. De tijd gaat veel te snel. Goed nadenken dus wat we allemaal ook weer hebben gedaan. Donderdag nadat we ons reisverhaal weer hadden bijgewerkt was het tijd om naar de Beauchamp Falls te lopen. Een van de mooiere wandelingen tot nu toe door het regenwoud. Toen we terugkwamen bij de auto een lekker koud colaatje gedronken en de auto ingestapt om door te rijden naar de Stepherson Falls. We wilden hier over een onverharde weg naartoe rijden, omdat dit leuk rijdt en het veel korter was. Helaas kwamen we op de verkeerde plek uit. Dit kwam doordat er een brug was afgesloten. We wilden niet terug rijden en besloten daarom via de andere kant om te rijden. Dit was een behoorlijk ommetje over onverharde wegen. Wel heel mooi overigens. Toen we het rijden even beu waren langs de kant van de weg geluncht. Ondanks het gemis van een goede kaart hadden we toch het gevoel helemaal goed te rijden. Helaas toch niet bij de Stepherson Falls uitgekomen. We hadden geen zin meer om verder te zoeken en zijn doorgereden. Onderweg reden we langs de Sabine Falls die we als vervanging wilden gaan opzoeken. De wandeling naar de Sabine Falls bleek een behoorlijk lange te zijn, maar moest nog goed te doen zijn voor het einde van de dag. Het pad was echter weinig belopen met veel overhangende begroeiing waardoor je niet goed kon zien waar je je voeten wegzette. Doordat bij Marieke de angst voor slangen en nog goed in zit zijn we uiteindelijk na een half uur omgedraaid. Toen over een onverharde weg teruggereden naar de Great Ocean Road, waar we linksaf sloegen. Onderweg een aantal stops gemaakt langs de oceaan. Bij één van de stops een paar spelletjes gedamd. Vervolgens zijn we op weg gegaan naar een slaapplaats. We wilden niet te ver rijden omdat we anders vandaag de hele Great Ocean Road al gezien hadden. We stopten bij Wye River waar we een bushcamping opzochten. Wye River bleek een erg toeristisch plaatsje te zijn met volgepakte campings. Door de hulp van een mevrouw bij de kiosk uiteindelijk de bushcamping snel gevonden. Deze lag iets verderop langs de Great Ocean Road een stukje de bergen in, in het bos. Tot ons genoegen stonden hier maar een paar mensen. Ons grondzeil weer opgehangen vanwege dreigende regenbuien en daarna gekookt. Terwijl Robert een boekje zat te lezen heeft Marieke haar tijd gebruikt om uitgebreid e-mails te typen voor familie en vrienden.

De volgende ochtend liet Robert Marieke nog lekker even in bed liggen aangezien ze de avond ervoor niet zo lekker was. Dit bleek goed te zijn want na het ontbijt ging het al een stuk beter en zijn we vertrokken. Het stuk naar Lorne was wat ons betreft het mooiste stuk van de Great Ocean Road. De weg kronkelt hier aan de voet van de heuvels en langs de oceaan. Weer een aantal stops gemaakt. Een rondje gelopen door het leuke plaatsje Lorne. Daarna naar de Erskine Falls gereden. Waarschijnlijk doordat deze waterval net 200 meter lopen was van de parkeerplaats was het hier ons een beetje te druk met mensen. Na een kort uitstapje dus weer verder gereden. Toen Robert de heuvel op een beetje meer gas gaf roken we duidelijk uitlaatgassen. Ook begint de uitlaat steeds meer te ronken. Ook hadden we al eerder gezien dat de uitlaat op een paar plekken doorgeroest was. Dit was toen we de auto kochten waarschijnlijk ook al, maar toen hoorden we nog geen raar geluid. Omdat dit vooral Robert niet lekker zat maar besloten om snel door te rijden richting Geelong om daar een garage op te zoeken. Dit hadden we eigenlijk zaterdag in Melbourne willen doen, maar het leek ons toch verstandiger om hier een dag extra voor te nemen omdat we bang waren dat er onderdelen besteld moesten worden en we zondag al naar Tasmanië gingen. In Geelong aangekomen bleek het lastig te zijn om een garage te vinden die tijd had. Nadat we bij vijf garages weg waren gestuurd zakte ons de moed in de schoenen. Dit hadden we niet verwacht, omdat we tot die tijd altijd gelijk terecht konden bij een garage. Uiteindelijk in een telefoonboek een advertentie tegen gekomen van een bedrijf dat gespecialiseerd is in uitlaten en waar geen afspraak voor nodig was. We hebben toch maar even gebeld en konden direct langskomen. Na een half uurtje wachten stond onze auto op de brug en bleek de uitlaat nodig aan vervanging toe te zijn. Dit grapje ging ons 240 dollar kosten, maar 20 minuten later stond de auto weer met een nieuwe uitlaat op de stoep. Helaas deed deze garage geen service beurten, die we ook graag hadden willen laten doen. Toch nog maar een poging gewaagd en bij het afrekenen gevraagd of ze daar iemand wisten die vandaag nog tijd zou hebben (het was inmiddels al drie uur). Eén telefoontje naar een garage om de hoek bleek voldoende te zijn. Helemaal gelukkig gingen we snel naar die garage toe. Terwijl wij in de wachtkamer zaten werd de auto nagekeken. Even schrikken was het toen de monteur ons kwam vertellen dat de bougies vervangen moesten worden. We dachten dat dit 180 dollar zou gaan kosten. Later bleek dit inclusief de service beurt te zijn. Niks aan de hand dus. Overigens zijn de servicebeurten hier duidelijk goedkoper dan in het noorden. Dit scheelt bijna 100 dollar. De auto bleek weer prima in orde te zijn, dus wij konden weer met een gerust hart verder. We waren allebei erg blij dat we dit uiteindelijk toch vandaag allemaal nog geregeld kregen. Via de M1 naar Werribee South gereden in de hoop een mooi plekje aan het water te vinden waar we gratis konden slapen. Dit was snel gevonden en er waren zelfs elektrische barbecues en wc's in de buurt. Na een uitgebreid avondmaal heerlijk een biertje gedronken op het strand. Het was trouwens een warme dag vandaag waardoor het zelfs 's avonds nog lekker was in een T-shirt.

Eergisteren begon de dag voor Robert met gebakken worstjes en toast. We hadden namelijk nog worstjes over maar konden deze niet meer bewaren tot vanavond want het ijs was op. Geen straf. Marieke liet deze vette hap op de vroege ochtend graag aan zich voorbij gaan. Op onze fantastische kaart zochten we een camping vlak voor Melbourne op, waar we al vroeg 's ochtends aankwamen. Dit bleek geen probleem te zijn en nadat we een plekje hadden uitgezocht gingen we snel een was doen. Dit was hard nodig. Daarna met de auto naar het treinstation gereden vanuit waar we naar Melbourne gingen. Net zoals in Adelaide bleek dit makkelijk te gaan. In Melbourne aangekomen zijn we eerst naar het postkantoor gegaan om het pakketje af te halen dat voor Marieke klaar lag. Daarna snel een internetcafé gevonden waar we op ons gemak weer alle leuke reacties lazen, een nieuw verhaaltje en nieuwe foto's op de website zetten en ons e-mail lazen. Ook hebben we hier het e-ticket voor de boot naar Tasmanië geprint. Nadat we klaarwaren hebben we ergens een bankje in de stad opgezocht om onze gesmeerde boterhammen op te eten. In de Lonely Planet hadden we gelezen dat er in het centrum een grote kaarten winkel zou moeten zitten. Zouden we hier dan eindelijk gedetailleerde kaarten kunnen vinden? Nadat we hem niet konden vinden in de straat waar hij zou moeten zitten navraag gedaan en erachter gekomen dat deze winkel verhuisd was naar één van de voorsteden van Melbourne. Gelukkig bleek hij dicht bij een treinstation te liggen, en omdat we toch een dagkaartje hadden voor de trein besloten we de tijd te nemen en er toch naartoe te gaan. Na 20 minuten in de trein te hebben gezeten aangekomen bij de winkel die leeggeruimd werd op dat moment. Teleurgesteld weer teruggegaan naar het centrum waar we nog even verder hebben gezocht naar kaarten. Helaas nergens wat kunnen vinden dus hebben we de strijd opgegeven. Aan het einde van de middag terechtgekomen op een druk plein waar onder andere de Australian Open op een groot scherm werd uitgezonden. Toen kwamen we er pas achter dat dit grote tennisevenement op dit moment plaatsvindt op nog geen kilometer afstand. We besloten lekkere frietjes te halen en dit op het plein in de zon op te eten. Toen onze buikjes gevuld waren pakten we de trein en daarna onze auto weer terug naar de camping. Hier bleek de was zo goed als droog te zijn. De wekker werd de volgende ochtend vroeg gezet om op tijd naar de boot te gaan.

's Ochtends te vroeg van de wekker wakker geworden maar wel enthousiast dat we naar Tasmanië gingen. Snel het ochtend ritueel gedaan en naar de boot gereden. Ondanks dat deze slecht aangegeven stond toch snel de pier gevonden die zo goed als in het centrum ligt. Toen we onze auto in het ruim van de boot hadden gereden een mooi plekje uitgezocht waar we de dag konden doorbrengen. We hadden mooi uitzicht over zee. De eerste twee uur had de boot nodig om vanuit Melbourne Port Phillip Bay uit te varen. De zee was hier nog lekker rustig. Toen de boot de volle zee opvoer kon je merken dat hij begon te deinen op de golven. Gelukkig heeft Marieke hier de hele reis geen last van gehad. Onderweg ons vermaakt met tennis kijken, boekje lezen, buiten kijken en een dutje. Ook werd er een toegangspas gekocht voor de nationale parken op Tasmanië. Na 10 uur varen uiteindelijk aangekomen op Tasmanië waar we eerst even in de rij hebben gestaan voor een kleine controle. Het is namelijk verboden om groenten en fruit mee te nemen naar Tasmanië. Daarna waren we echt op Tasmanië. Gelijk doorgereden naar het dichtstbijzijnde nationale park, Narawntapu National Park waar we een mooi plekje hebben uitgezocht. Het was inmiddels al 9 uur toen we gingen eten. 's Avonds moe ons bed ingekropen.

Inmiddels is het de volgende ochtend en gaan we snel stoppen met schrijven en Tasmanië verkennen. Het is namelijk veel te mooi weer om stil te zitten.

Geschreven op 27 januari

Maandag aan het einde van de ochtend eerst naar het visitors centre in het nationale park gereden om braaf onze camping fee te betalen. Daar werd ook een mooie wandeling voor die dag uitgezocht. Nadat we onze boterhammen hadden gesmeerd zijn we op weg gegaan. Het eerste stuk van de wandeling liep door het bos langs een meer achter de duinen. Onderweg kwamen we een aantal kleine kangaroes tegen. Het tweede stuk van de wandeling liep door de duinen en over het strand. Toen we langs het strand liepen kwamen we honderden kleine krabbetjes tegen die zich voor ons ingroeven in het zand. Ook zagen we twee half dode, behoorlijk grote zeesterren aangespoeld op het strand liggen. Waarschijnlijk mocht onze reddingspoging niet baten, maar ze lagen wel weer in de zee. Toen we een stuk de duinen in liepen zagen we trouwens veel spinnen en alweer een slangetje. We kijken hier al bijna niet meer van op. Volgens onze telling was dit de achtste slang die we in Australië hebben gezien. We durven het bijna niet te vertellen, maar op het einde van de wandeling hebben we ons vermaakt met het graven van een riviertje in het zand. Robert was niet te stoppen... Een uur of vijf later waren we weer terug bij de auto. Omdat het de volgende dag Australia Day was wilden we in Hobart zijn om te kijken of het gevierd werd. Dit maakte onze route niet heel handig, maar zeker omdat we oud en nieuw ook al in de bush gevierd hebben leek het ons leuk om deze dag tussen de Australiërs door te brengen. Via Lauceston en de Midland Highway reden we een stuk naar het zuiden. Ter hoogte van Tunbridge sloegen we rechtsaf om bij Lake Sorell op een bushcamping te overnachten. Hier kwamen we pas rond een uur of negen aan dus zijn we snel begonnen met koken. Nog even onszelf opgewarmd bij het vuurtje van onze Australische campingburen en daarna gaan slapen.

De volgende ochtend was Robert al vroeg in de weer terwijl Marieke geen zin had om op te staan. We hadden de avond er voor besloten deze ochtend de tijd te nemen om ons even in te lezen in Tasmanië. Robert kon het natuurlijk niet weerstaan een vuurtje te stoken en was dus al vroeg opzoek gegaan naar brandhout in het bos. Ook werd er een praatje gemaakt met de buurman die Robert uitgebreid vertelde wat we moeten doen op Tasmanië. Nadat Marieke ook de auto was uitgekomen hebben we ons de hele ochtend vermaakt met de lonely planet, de kaart, foldertjes en de krant. Verder best lang gezellig gepraat met de buren. Na de lunch zijn we richting Hobart gereden. De rit ernaar toe deed Robert denken aan het Lake District in Engeland. In Hobart aangekomen bleek er niks te doen te zijn. De buurman op de camping had ons al gewaarschuwd dat Australia Day op Tasmanië niet uitgebreid gevierd wordt. Toch was het een teleurstelling, zeker omdat we al bijna naar de andere kant van het eiland waren gereden. Misschien was het wel hierdoor dat we die middag allebei last hadden van een reisdip. Waarschijnlijk waren we ook vermoeid door al het reizen en dat is misschien ook wel niet zo gek. Terug bij de auto de moed weer verzameld en doorgereden naar Judbury. Onderweg langs de kant van de weg gegeten. Het was namelijk al weer later op de avond. Het kleine plaatjes Judbury lag in de heuvels en had een parkje met wc's, barbecues en picknicktafels waar je kon overnachten.

Vanochtend wilden we over de onverharde weg verder rijden richting Hartz Mountains National Park toen we erachter kwamen dat we geen brood meer hadden. Hierdoor moesten we een ommetje maken naar Geeveston om boodschappen te doen. Vanuit daar alsnog naar Hartz Mountains National Park gereden dat onderdeel is van het World Heritage gebied van Tasmanië. Dit grote gebied - dat uit verschillende aaneengesloten nationale parken bestaat - ligt in het zuidwesten van Tasmanië. In deze hoek van Tasmanië valt de meeste regen, vandaag was echter een stralende dag met temperaturen van net iets boven de 20 graden.

Vanaf de parkeerplaats wilden we naar Hartz Peak wandelen. Dit was echt een ongelooflijk mooie wandeling/klim door het hooggebergte landschap naar de top van een berg. Heel mooi wandelpad, mooie begroeiing en mooie meertjes. Weer een totaal nieuw landschap. Lastig om uit te leggen, maar geloof ons, het was echt heel mooi. Uiteindelijk op de top hadden we een fantastisch uitzicht over het zuidwesten van Tasmanië. Vier uur later waren we weer terug bij de auto en gingen we op weg naar Port Huon waar we eerder vandaag een campingplek waren tegengekomen. Na een lekkere barbecue met huisgemaakte aardappelsalade in de auto dit verhaaltje gaan typen. Nu gaan we lekker relaxen.

Geschreven op 30 januari

De nachten zijn koud daardoor was het de volgende ochtend ook weer lastig om op te staan. De opzichter van deze gemeentelijke campingplaats was niet langs geweest en daardoor was dit al onze vierde gratis nacht slapen op Tasmanië. Nadat de auto was ingepakt naar het zuiden gaan rijden via Dover naar Cockle Creek. Een mooie route door de beboste heuvels met regelmatig uitzicht op diverse baaien. Voordat we in Cockle Creek de geplande wandeling opzochten kwamen we al langs een aantal hele mooie kampeerplekjes. Dat zou wel goed komen die avond. Bij een klein informatiecentrum naar binnen gelopen waar Marieke de ranger vroeg naar de aanwezigheid van slangen. Ondanks dat de ranger vertelde dat er genoeg slangen zaten kon hij Marieke toch redelijk geruststellen zodat wij aan de wandeling konden beginnen. Op de planning stond een wandeling van 15,4 km naar South Cape Bay. De wandeling begon door een dicht bos, vervolgens over een boardwalk over het moeras en daarna door het regenwoud. Onderweg zagen we een slang maar dat is al bijna geen bijzonderheid meer. Wel blijft het voor Marieke schrikken. Vlak voordat we bij zee aankwamen hoorde we de oceaangolven al omslaan voor de kust. Met uitzicht over de mooie baai werden onze boterhammen opgegeten en hadden we als toetje koekjes meegenomen. Éénmaal terug in Cockle Creek nog even het visitors centre binnengelopen om een foldertje mee te nemen over slangen dat we die ochtend al gezien hadden. Onze gespotte slang bleek een Tiger Snake te zijn. Samen met nog een andere slang die op Tasmanië voorkomt behoort deze tot de gevaarlijkste tien ter wereld volgens de folder. Het blijft uitkijken hier dus. Overigens kwamen we er hier ook achter dat het slangetje die we in het Narawntapu National hadden gezien waarschijnlijk een hagedis was die zijn poten onder zijn lijf kan verstoppen en als een slang kan voortbewegen. Er komen op Tasmanië namelijk maar drie verschillende soorten slangen voor die geen van alle zo klein zijn als die wij gezien hadden. Na het bezoek aan het kleine visitors centre een mooi plekje opgezocht om te overnachten. En die vonden we. Mooi beschut aan de rand van het bos met uitzicht op zee. Ook mochten er kampvuren gemaakt worden, waarmee vooral Robert blij gemaakt kan worden.

De volgende ochtend, dat was afgelopen vrijdag, werden we vroeg in de ochtend wakker van lichte regen. Hierdoor maar even langer in bed gelegen en gelukkig was het snel weer droog. We vonden ons campingplaatsje zo mooi dat we besloten hier nog even van te genieten. Na het ontbijt ging Robert al snel op zoek naar genoeg brandhout voor een ochtendvuurtje. Verder vermaakten we ons met Marieke haar haren wassen, dammen en het lezen van onze boeken. Om er toch nog een actieve dag van te maken werd halverwege de middag ons kamp opgebroken en besloten we een wandeling te maken. Deze wandeling bracht ons langs de kust, over rotsen en strand naar Fishers Point. Onderweg zagen we slang nummer 9 en 10, beide waarschijnlijk weer Tiger Snakes. Rond een uur of vijf kwamen we terug bij de auto en besloten we een picknickplekje op te zoeken om te koken. Helaas geen feestmaal die avond, maar de pasta is ook lekker. Hierna doorgereden naar Franklin waar we twee dagen daarvoor al een kampeerplaats hadden gezien. Toen we lekker in ons bed lagen in de auto werden we opgeschrikt door de opzichter die op ons raam aan het bonken was. Dit was één van de eerste keren dat er daadwerkelijk iemand geld kwam innen. Maar van 8 dollar worden we niet arm en de faciliteiten zijn iedere keer goed, dus daar hoor je ons niet over klagen.

Weer een koude nacht gehad, zo koud dat we vanavond misschien wel een extra slaapzak tevoorschijn gaan halen. In recordtempo ingepakt - we hadden nauwelijks ontbijt - en op weg gegaan richting Hobart. Het was namelijk zaterdag en Marieke vond het leuk om in Hobart naar de markt te gaan. Ook volgens de lonely planet een ‘must do'. Ondanks de koude nacht was het vandaag alweer ontzettend lekker weer, veel zon. De markt was erg leuk. We vonden er een nieuwe goedkope zonnebril voor Robert (de vorige had ie stuk gemaakt). Ook kochten we ansichtkaarten zodat Marieke een aantal mensen blij kan maken. Als aanvulling op ons ontbijt kochten we 4 warme donuts en een blikje cola. Toen we in het park in de zon aan het genieten waren van deze donuts bleken deze dingen helemaal niet droog te hoeven zijn. In tegenstelling tot afgelopen dinsdag was het gezellig druk in het stadje. Hierdoor onze wandeling langs de haven een herkansing gegeven. Daarna teruggegaan naar de markt omdat we hier groenten wilden kopen. Helaas werd bijna alles in te grote hoeveelheden verkocht, daarom teruggegaan naar de auto en in Sorell boodschappen gedaan. Onderweg hadden we bij een grote outdoorwinkel voor Marieke gekeken naar gaiters. Dit zijn beschermhoezen voor om je onderbenen die je moeten beschermen tegen een eventuele slangenbeet. Hier zie je in de bush wel meer mensen mee lopen. Ze hadden weinig keus dus besloten we verder te gaan kijken. Na de boodschappen in de auto geladen te hebben, dit is soms een behoorlijk gepuzzel, doorgereden naar het Tasman Peninsula. We wilden overnachten bij Fortescue Bay, een buschcamping waar ze een douche hadden, maar deze bleek vol te zitten. Niet een echte bushcamping dus. Toen besloten we naar Lime Bay Nature Reserve te rijden, de enige andere bushcamping op het peninsula. Daar een mooi plekje gevonden. Ons multifunctionele grondzeil werd deze keer opgehangen als windscherm. Werkt perfect. Het eten 's avonds was weer verrukkelijk. Ook was het zateragavond en dus weer tijd om te kijken hoeveel we afgelopen week hebben uitgegeven. We bleken bijna de helft van ons weekbudget over te hebben. We kunnen duidelijk merken dat we minder rijden en veel minder geld uitgeven aan benzine. Hierdoor houden we afgelopen weken iedere keer best veel geld over. We hebben een aantal leuke dingen in ons hoofd waarmee we onze reis in Queensland willen eindigen. Dit kan mooi met het ‘gespaarde' geld. Nu zitten we het verhaaltje te typen en nog even en dan gaan we lekker slapen.

Geschreven op 1 februari

Gisterenochtend begon de dag met het uitvoeren van huishoudelijke taken. Het leek erop dat het een prachtige dag zou worden, dus was het tijd om onze enige lange broek die we bij ons hebben te wassen samen met nog wat andere kleding. Deze werd op de camping opgehangen en daar achtergelaten, die avond kwam het namelijk toch goed uit om weer op dezelfde camping te slapen. Na het wassen vrij snel op pad gegaan richting Port Arthur. De trekpleister van dit dorpje is vooral een historisch gedeelte met ruïns. Vroeg werd het schiereiland namelijk gebruikt als plaats waar Europese gedetineerde naartoe werden gebracht. We hadden gedacht hiervan wel wat te kunnen zien, maar je bleek het oude gedeelte alleen in te kunnen na het betalen van intree. Even getwijfeld maar uiteindelijk maar door gereden naar Remarkable cave waar we een mooi uitzicht over zee hadden met prachtig weer. Daarna verder gegaan naar Fortescue bay waar we een wandeling wilde gaan maken. Eerst werden daar onze magen gevuld met heerlijke broodjes met kaas, tomaat, komkommer en mayonaise. De twee à drie dagen dat het ijs in onze koelbox het volhoudt is het altijd verwennerij. De wandeling liep vanaf de baai naar de op twee uur wandelafstand gelegen Cape Hauy. Het was inmiddels flink gaan waaien en ook waren er wat wolken komen opzetten. Maar koud was het gelukkig nog zeker niet. Het eindpunt van het wandelpad was een hoge klif vanaf waar we aan bijna alle kanten uitzicht hadden over de oceaan. De wolken en de harde wind maakte het hier spookachtig. Tegen half zes kwamen we weer terug aan bij de auto en hadden we wel een koude cola en een barbecue verdient. Eerst gingen we nog even langs de ranger om twee douchemunten te kopen. We hadden onszelf namelijk al een week niet meer kunnen douchen, dus dat werd tijd. Ook zag het er niet naar uit dat we komende dagen op een ‘gewone' camping zouden staan. Na onze lekkere barbecue een heerlijke douche genomen. Vergeten we bijna nog te vertellen dat tijdens het eten een nieuwsgierige kangaroe zo dicht bij kwam dat Marieke hem had kunnen aaien. Tegen het donken kwamen we aan op onze camping bij Lime Bay. Toen we bijna op de camping waren begon het te regenen, waardoor we vreesden voor onze was. Gelukkig bleek dit mee te vallen. 's Avonds een koud biertje gedronken uit onze eski.

Vanochtend begon de dag rustig aan. Marieke bleef nog even in bed liggen terwijl Robert er alweer om half zeven uit was. Het was prachtig weer dus genoten we 's ochtends op de camping nog even van het zonnetje. Robert verraste Marieke met het voorstel om toch de Historic Site bij Port Arthur te bezoeken. Na wat wikken en wegen dit uiteindelijk toch niet gedaan. Toen we aan het einde van de ochtend wegreden als vervanging een stop gemaakt bij de Coal Mines Historic Site. Hier waren ruïnes te zien van een kolenmijn waar vroeger gevangenen aan het werk werden gezet. We zagen onder andere een ziekenhuis, barakken, een mijnschacht en isoleercellen. Na dit cultureel uitstapje verder gereden naar de oostkust van het schiereiland. Hier bezochten we het toeristische Tasman Arch en liepen we van Devils Kitchen naar Waterfall Bay. We zagen vooral hoge kliffen van meer 100 meter uit de zee rijzen. Op een aantal plekken waren er interessante rotsformaties met tunnels, bogen en grotten. Onderweg (net zoals gisteren) alweer een slang gespot. We kunnen bijna niet meer een stukje wandelen zonder ze tegen te komen. We eindigde met het blowhole dat zijn naam geen eer aan deed. Waarschijnlijk vanwege eb, verkeerde stroming en te weinig wind. Wel zagen vanaf de achterkant van de tunnel zeewater wild de blowhole instromen. Toen we uitgekeken waren de auto weer ingestapt en naar Dunalley gereden waar we inmiddels langs de weg op een rest area staan. Er staat hier geen bordjes dat we hier niet mogen kamperen en dus gaan we er maar vanuit dat het mag.

Geschreven op 6 februari

Nadat we afgelopen maandagavond ons reisverhaal weer geüpdatet hadden kwam er een Belgische backpacker naar ons toe. Hij wees ons op een veldje naast een café waar je gratis mocht overnachten. Gezellig even gepraat en daarna onze auto dus maar verkast.

De volgende ochtend - dat was dus dinsdag - vroeg de wekker gezet, we hadden namelijk een druk programma voor die dag. Het plan was om een tweedaagse wandeling te gaan maken. Eerst reden we terug naar Sorell, dat op de route lag, om daar boodschappen te doen. Fijne dat alle grote supermarkten om zes of om zeven uur 's ochtends al open gaan. En dat overigens vaak ook nog zeven dagen in de week tot negen uur 's avonds. Omdat we toch voor Marieke de gaiters wilde gaan kopen maakte we vervolgens een ommetje naar Cambridge. Hier kwamen we om acht uur 's ochtends aan. Omdat de winkel pas om negen uur open ging gebruikte we onze tijd om onze backpacks in de pakken voor de tweedaagse tocht. Om negen uur waren de backpacks ingepakt en kochten wij voor Marieke haar gaiters. Vervolgens snel doorgereden naar Coles Bay, grotendeels over de Tasman Highway. Twee uur later aangekomen bij het visitors centre, nog even wat informatie over de bushcampings in het nationale park gevraagd. Onze auto werd geparkeerd bij het startpunt van de wandeling waar we ook nog even geluncht hebben. Hier zagen we weer hele tamme kangaroes die zich zelfs lieten aaien. Waarschijnlijk worden ze door toeristen gevoerd - uiteraard werken wij hier niet aan mee. Om één uur begonnen we aan de 30 km lange wandeling waar we twee dagen voor zouden uittrekken. De wandeling liep door het Freycinet National park dat bijna alleen te voet te verkennen is. De eerste dag liepen we 13,5 km naar Cooks Beach waar we onze tent zouden opzetten. Vooral doordat we voor twee dagen water moesten meenemen viel het gewicht van de backpack een beetje tegen. Wel genoten we natuurlijk van de mooie wandeling langs de Great Oyster Bay om uiteindelijk in Cooks Beach uit te komen. Hier was een bushcamping aan zee waar je uiteraard alleen wandelend kon komen. Nadat de tent was opgezet was het tijd om te ontspannen. We aten boterhammen met kaas en komkommer, omdat hier geen kampvuren gemaakt mochten worden. Ook hebben wij geen draagbare gaspitjes bij ons hier. Na de wandeling smaakte deze boterhammen, waarbij we ook nog mayonaise hadden, helemaal niet verkeerd. 's Avonds sliepen we in de tent. Het viel ons op dat we hier veel meer ruimte hebben dan in de auto, maar lang niet zo'n goed matras.

De tweede dag van de wandeling zou een stuk zwaarder worden. Dit traject was 16,5 km lang en er moest onder andere een berg van bijna 600 meter opgeklommen worden. Toen de tent afgebroken was en alles weer in de backpacks zat viel ons het gewicht reuze mee. Vooral doordat we al een gedeelte van het water en eten opgemaakt hadden waren we wat gewicht kwijtgeraakt. Helaas was het vandaag bewolkt en werden we op de top van de berg niet beloont met een mooi uitzicht. Ook was het niet echt weer om lekker te gaan zitten en dus liepen we 5,5 uur aan een stuk door totdat we bij Wineglass Bay uitkwamen. Het weer was aan deze kant van de berg beter en dus gingen we heerlijk op het strand zitten eten. Het strand van Wineglass Bay is overigens onlangs door een Amerikaans tijdschrift uitgeroepen tot één van de tien mooiste stranden ter wereld. Dit kunnen we ons wel voorstellen. Vanaf deze lunchplek was het nog zo'n anderhalf uur lopen terug naar de auto. Eerst liepen we naar de andere kant van het strand om vervolgens weer een kleine bergrug over te steken. Toen we na de wandeling in de supermarkt een grote fles cola haalden zijn de caissière dat we die zeker verdiend hadden. Snel doorgereden naar een bushcamping die vlakbij lag waar we een mooi plekje aan zee uitzochten. Toen we de auto aan het uitpakken waren kwam de buurman met een gebakken visje aanzetten. Dit en later ook de cola lieten wij ons goed smaken. 's Avonds nog even met de buren gebuurt en redelijk op tijd gaan slapen.

Donderdagochtend genoten van ons mooie plekje aan zee voordat we verder reden richting het westen van Tasmanië. 's Ochtends kwam de buurman nog vertellen dat er bosbranden zijn rondom het Mount Field National Park. Hierdoor was dit nationale park afgesloten want onze keuze makkelijker maakte en we besloten richting het Cradle Mountain Lake St. Clair National Park te rijden. In de buurt van Hamilton zagen we grote rookpluimen aan de horizon. We gingen het nationale park niet meer halen en wilden daarom bij Wayatinah op een bushcamping slapen. Toen we onderweg het gevoel hadden dat we wel heel dicht bij het vuur kwamen maar besloten om te draaien. Uiteindelijk uitgekomen op een rest area bij een waterkrachtcentrale in de heuvels vlakbij Tarraleah. Die avond en nacht goed veel regen gehad.

Gisterochtend doorgereden naar Lake St. Clair. Hier op de camping gaan staan. Robert moest wat energie kwijt en trok er alleen op uit richting Mount Rufus. Terwijl hij de hele middag zoet was met deze wandeling wilde ook Marieke al het moois niet aan zich laten ontsnappen en maakte een wandeling naar Platypus Bay. Net zoals Robert probeerde ook Marieke Platypussen te spotten, zonder succes. In de avond gezelschap gekregen van een Koreaan die ons blij maakte met een lekker biertje. De avond zitten kletsen, bij het meer gekeken en toen gaan slapen.

Het is nu de volgende ochtend en we zitten lekker in het zonnetje aan de rand van het meer dit verhaaltje te typen. Het is hier heel stil en de meren met de groene heuvels op de achtergrond doen ons aan Canada denken. In tegenstelling tot gisteren lijkt het vandaag een prachtige dag te worden. Tijd voor actie dus.

Geschreven op 8 februari

En tijd voor actie was het zeker... De auto werd routinematig en in speertempo ingepakt en daarna naar de parkeerplaats vlakbij de camping gereden. Dit was het startpunt van diverse wandelingen in het Nationale Park. Omdat het prachtig weer was wilde we graag naar een bergtop lopen en kozen we voor één van de langere wandelingen; Mount Little Hugel. De eerste twee uur liep het redelijk makkelijke wandelpad omhoog naar twee kleine meertjes op zo'n 950 meter hoogte. Vanaf daar moest er echt geklommen worden om bovenop de steile, rotsachtige bergtop te komen. Een spectaculaire beklimming met uiteindelijk een even zo'n spectaculair uitzicht over de beboste dalen en ruige bergtoppen in de omgeving. Ook konden we Lake St Clair goed zien liggen. Volgens Marieke het mooiste uitzicht dat ze ooit gezien had. Nadat we onze boterhammen opgegeten hadden weer via dezelfde weg terug naar beneden gelopen. Overigens kwamen we in totaal maar liefst zes slangen tegen tijdens deze wandeling. Maar bushwalker Marieke is met haar gaiters niet meer te stoppen. Terug aangekomen bij de auto onze verdere reisplannen op Tasmanië omgegooid. Het plan was om naar Queenstown te gaan om daar boodschappen te doen en te overnachten in de buurt. Zo konden we de volgende dag nog een aantal korte wandelingen maken in de omgeving. We hadden echter niet meer zoveel tijd (maandag zouden we met de boot over gaan) en hadden nogal wat kilometers te maken. Hierdoor werd het plan gewijzigd en reden we uiteindelijk richting de Highland Lakes, dit lag ongeveer op de route naar de boot. Door het gebrek aan een fatsoenlijke supermarkt een kleine boodschap gedaan bij een benzinestation. Ook werd daar een kleine hoeveelheid (dure) benzine getankt. Uiteindelijk bij Little Pine Lagoon op een bushcamping gaan staan. Hier kregen we 's avonds gezelschap van een Nederlands stel dat negen maanden aan het rondreizen is en onder andere twee weken Tasmanië aandoet. Toen we het koud kregen ons bed in gekropen.

Toen we gisterenochtend wakker werden was duidelijk dat het 's nachts echt koud was geweest. Er lag zelfs ijs op de auto. Ook was het meer helemaal aan het dampen door de kou, een mooi gezicht met de laagstaande zon. Het was duidelijk dat we hier hoog zaten. Nadat Robert even zoet was geweest met kaart en Lonely Planet had hij een mooi dagprogramma in elkaar gezet. Marieke hoefde niet eens overgehaald te worden en was gelijk enthousiast om te vertrekken. De auto was weer vlug ingepakt en nadat we het Nederlandse stel een goed reis hadden gewenst waren we klaar voor vertrek. Via de (onverharde!) A5 reden we naar een meertje dat op ruim 1200 meter hoogte lag. Hier het korte stuk gelopen vanaf de weg naar het meer. Onderweg lazen we braaf de informatieborden en werden we wijzer van de bijzondere Pine Tree die hier groeit en soms wel 1000 jaar oud is. Door het mooie hooglandschap reden we vervolgens verder naar de Liffey Falls, het laatste stuk over een smal, onverhard weggetje. We liepen nog geen minuut toen we alweer een slang zagen die lekker lag op te warmen in de zon op het wandelpad. Hij bleef liggen (dit doen ze meestal niet) zodat we er een aantal foto's van konden maken. Mooie waterval in het regenwoudachtige bos. Verder niet veel bijzonders. Na de lunch reden we verder naar Pinguin dat vlakbij Devonport ligt. Hier is een grote markt op zondag. Helaas was deze al uitgestorven toen wij aankwamen en dus snel verder gereden naar onze volgende stop; Ulverstone. Het was er voorlopig nog niet van gekomen om een keer fish and chips te eten op Tasmanië en dat was wel het plan. Eerst werd er in het park een potje gedamd en gelezen, totdat onze magen begonnen te knorren. Op aanraden van de Lonely naar Pedro's Take Away gegaan en daar vervolgens op een picknicktafel, in de zon aan het water lekker gegeten. Kan niet beter. Als afsluiter aten we nog schepijs van Tasmanische bodem. Na deze feestmaaltijd reden we naar Devonport. Hier parkeerde we de auto langs de riviermonding om te kijken naar de Spirit of Tasmania die vertrok voor de avondovertocht naar Melbourne. Mooi gezicht. Om deze culinaire avond helemaal compleet te maken was er voor beide een glaasje wijn en een stukje brie. 's Avonds sliepen we met nog wel 30 andere kampeerders op de parkeerplaats van de plaatselijke sportvereniging die als kampeerplaats dienst doet.

Vanochtend was de rit naar de boot nog geen vijf minuten en dat was natuurlijk ideaal. Nu zitten we op de boot en vermaken we ons prima met: naar buiten kijken, lezen, foto's uitzoeken en dit reisverhaal schrijven.

Van Port Arthur naar Melbourne

Net met veel plezier weer al jullie reacties gelezen. Bedankt! Wij zijn nu in Melbourne en vertrekken morgen met de boot naar Tasmanie voor 2 weken.

Geschreven op 15 januari

Met veel regen en wind werden we de volgende ochtend wakker. Het is dat we het weerbericht in de krant hadden gelezen anders waren we helemaal overvallen door de omslag in het weer. Was het de dag ervoor nog tegen de 40 graden, nu was het koud. Het ochtendritueel met ontbijten, auto inpakken etc. ging moeizaam door de regen en harde wind. Na het inpakken maar snel gaan rijden over de Princes Highway naar het zuiden. Omdat we niet weer de hele dag in de auto wilden zitten, de auto geparkeerd zo'n 40 km verderop in het Coorong National Park in afwachting van beter weer. Daar een muziekje aangezet en in de auto gaan dammen. Aan het einde van de ochtend werd het droog en hebben we een kleine wandeling gemaakt door het park. Niet bijzonder maar wel leuk nationaal park met duinen en veel water. Na de lunch zijn we doorgereden naar Kingston South East. Hier hebben we een paar kleine boodschappen gedaan en de bibliotheek opgezocht voor internet. Hier hadden we allebei de beschikking over een computer zodat we rustig konden internetten. Onder andere werd de boot naar Tasmanië geboekt op de 24e van januari. Hier hebben we allebei veel zin in. Na het internetten was de dag al weer een end voorbij en zijn we gestrand in het Little Dip Conservation Park bij Robe. Die avond verder weinig bijzonderheden. Wel trokken we voor het eerst sinds weken weer een vest en lange broek aan. Ook zagen we een mooie zonsondergang.

De dag erna wilden we door de duinen naar het strand wandelen. Tot onze verbazing lag er achter de duinen geen strand maar kliffen. Mooie kust met een wilde oceaan en ruige kliffen. Voorproefje voor de Great Ocean Road die we volgende week zullen gaan rijden. Daarna werd de auto weer ingepakt om verder te rijden richting Mount Gambier. De eerste stop was in Southend bij het Canunda National Park. Eerst een stuk gewandeld over de rotsen langs zee. Daarna de auto een stukje verderop geparkeerd en ook hier een wandeling gemaakt. Beide mooie wandelingen. De rit naar Mount Gabier heeft Marieke slapend doorgebracht. Mount Gambier is gebouwd naast een uitgewerkte vulkaan. In de drie kraters rond de stad zitten diepe meren. Eerst reden we naar het Blue Lake. De bijna onnatuurlijke blauwe kleur van dit diepe meer is spectaculair. De andere twee meren zijn hierdoor in een keer een stuk minder indrukwekkend. We liepen nog omhoog naar een uitzichtpunt waar je goed de kraters in het vlakke landschap kon zien. Het was weer tijd voor een barbecue, dus zijn we naar de supermarkt gereden voor de ingrediënten. Ook tankten we en lieten we de gasfles bijvullen. Omdat het inmiddels al 6 uur was besloten we niet meer verder te rijden en in Mount Gambier een camping op te zoeken. De meestal dure Big 4 camping lieten we links liggen en kwamen vervolgens uit bij Pine Country Caravanpark. 's Avonds weer een heerlijke hamburger gegeten naar Robert's recept. 's Avonds toen we aan het lezen waren streken er honderden papagaai-achtige vogels neer rondom de camping. Wat een lawaai kunnen die beesten maken! Doordat het 's avonds lekker koel (koud) is, is het heerlijk om 's avonds onder de deken te kruipen. Hier moesten we een paar dagen geleden niet aan denken.

Gisterochtend was het tijd om na het ontbijt een keer de auto te wassen. Het rode Australische woestijnstof zat echt overal. Eerst hebben we een doekje rondom de binnenkant van de deuren gehaald. Ook werd het interieur van de auto meegenomen en vervolgens wasten we de auto aan de buitenkant. Toen konden we eindelijk weer zien hoe mooi onze auto is. Omdat we in twee maanden tijd behoorlijk wat rotzooi naar binnen hadden gehaald besloten we even langs het tankstation te rijden om de auto ook te stofzuigen. Heerlijk hoe schoon hij daarna weer was. Aan het eind van de ochtend onze weg vervolgd richting Nelson. Hierbij hebben we South Australia verlaten en reden we Victoria in. In Nelson hebben we heerlijke broodjes met kaas, tomaat en mayonaise gegeten en bij het visitors centre wat informatie gehaald over twee nationale parken in de buurt. Uiteindelijk het Lower Glenelg National Park ingereden. Mooi groen nationaal park met veel bos en een rivier die er doorheen stroomt. Zouden we de droogte nu dan echt uitgereden zijn? Tot onze verbazing stonden drie bushcampings zo goed als vol. Ook moesten deze dure bushcampings van te voren geboekt en betaald worden bij het visitors centre in Nelson. Onhandig systeem volgens ons, omdat we niet van te voren weten waar we blijven hangen om te slapen. Hopelijk is dit niet overal in Victoria zo. Uiteindelijk doorgereden richting Dartmoor en daar op een veld terechtgekomen waar je als kampeerder gratis mag overnachten. Waarschijnlijk een voorziening van de gemeente. We staan hier aan een watertje tussen de bomen. Een leuke plek om te overnachten.

Geschreven op 18 januari

Vrijdagochtend begon de dag met het schrijven van het vorige verhaaltje. Daarna terug gereden naar het Lower Glenelg NP waar we nog niet uitgekeken waren. Er lopen weinig wandelingen door het nationale park op één lange wandeling van 240 km na. We besloten hier een klein stukje van te lopen. We parkeerde onze auto bij een picknickplaats waar de wandeling langskwam. Omdat we geen eindpunt hadden besloten we tot twaalf uur te lopen en dan om te draaien. Het was een mooi en makkelijk wandelpad door een bos met dichte onderbegroeiing. We waren lekker aan het wandelen totdat we iets in de struiken hoorden. We dachten dat het een kangaroe was, dus bleven we naar de struiken kijken terwijl we doorliepen. Plotseling werden we opgeschrikt door een slang waar Robert bijna op ging staan en vervolgens voor Marieke haar voeten wegkroop de bosjes in. Behoorlijk schrikken. Het ging allemaal zo snel dat we gelijk erna eigenlijk nog niet eens wisten wat er precies gebeurd was. Vooral het idee dat we zo dicht bij een slang waren dat hij ons makkelijk had kunnen bijten vinden we allebei niet echt een relaxt idee. Uiteraard wel gewoon doorgelopen. Helemaal rustig liepen we niet en we scanden de grond voor onze voeten continu. Toen het twaalf uur was zijn we omgedraaid. Op de terugweg zag Marieke nog een slang. Ondanks dat de schrik er nog goed inzat en we dus goed aan het opletten waren, was Robert al voorbij deze slang gelopen die naast het wandelpad lag. Marieke bleef aan de andere kant staan terwijl de slang het wandelpad over kroop en aan de andere kant in de bosjes verdween. Zouden hier echt zoveel slangen zitten of was dit toeval? Toen we terug waren bij de auto hebben we een picknicktafel uitgezocht om aan te eten. Nog even bij het steigertje naar de mooie rivier gekeken en daarna doorgereden naar Cape Bridgewater. Hier maakten we een wandeling over de klif langs de kust, de hoogste in Victoria. Onderweg spotte Marieke nog een Echidna, een soort van grote egel met een lange snuit. Wat het precies is weten we niet. Ook hadden we een mooi uitzicht over de blauwe oceaan en het strand bij het kleine badplaatsje. De wandeling bracht ons naar een zeehondenkolonie. Toen we terugkwamen bij de auto was het al eind van de middag en besloten we eerst een barbecue op te zoeken omdat we nog niet wisten waar we zouden slapen. We kwamen uit bij een parkje aan zee in Portland. Leuk dat je gewoon op de gok naar een plaatsje toe kan rijden en zeker weet dat ze wel ergens een barbecue plaats hebben. Hier alweer heerlijke hamburgers gebakken. Na het eten zijn we opzoek gegaan naar een plekje om te slapen. We hebben nog steeds geen gedetailleerde kaart kunnen vinden en doen het daarom nog maar even met de grote kaart van Australië. In Narrawong stond een bushcamping aangegeven op de kaart. Hier naartoe gereden en na even zoeken uitgekomen op een veld in de bossen waar je gratis kon kamperen. Voorlopig vonden we dit soort campings alleen in nationale parken maar nu al twee nachten achter elkaar daarbuiten. We hopen dat we zo vaker kunnen kamperen in Victoria. 's Avonds een klein kampvuurtje gemaakt en het laatste ijs in onze koelbox gebruikt voor een ijskoud biertje.

De volgende dag in de kou opgestaan. Minimale temperatuur 's nachts ligt hier maar net boven de 10 graden. Gelijk na het ontbijt ingepakt en doorgereden richting het Grampians National Park. Via Mount Eccles National Park gereden, vooral vanwege de koala's die er volgens de lonely planet zouden moeten zitten. Verrassend leuk en mooi Nationaal Park. De eerste koala werd ons aangewezen door een vrouw op de parkeerplaats. Hij zat hoog in de boom en je zag hem niet heel goed. Toen zijn we een korte wandeling gaan maken rondom het meer, dat ontstaan is in de krater van een uitgewerkte vulkaan. Tijdens de wandeling veel omhoog gekeken opzoek naar koala's, maar ze zijn lastig te spotten. We hadden de moed al bijna opgegeven en waren blij dat we de koala op de parkeerplaats hadden gezien toen Marieke toch nog een koala spotte. Doordat de boom waarin de koala zat duidelijk lager stond dan wij konden we de koala goed zien. Volgens Marieke echt heel schattig! Ondertussen was het al weer tijd om te eten en in het gezelschap van een heleboel kleurige vogeltjes hebben we onze boterhammen opgegeten. Daarna de auto weer gepakt om verder te rijden naar Grampians National Park. In Hamilton maakten we een stop bij het visitors centre om na te vragen hoe het werkt met de bushcampings in de Grampians. Weer een onhandig systeem waarbij je van te voren telefonisch met je creditcard moet betalen. Toen we belden bleken we ook de volgende dag in het nationale park bij het visitors centre te kunnen betalen. Uiteindelijk gestrand bij de Jimmy Creek bushcamping, waar we al redelijk vroeg aan kwamen. Eerst dus allebei onze leesboeken tevoorschijn gehaald. 's Avonds weer lekker pasta gegeten en uiteraard weer een vuurtje gestookt. Toen Marieke Robert midden in de nacht in zijn dromen stoorde voor een nachtelijke wandeling naar de wc kwamen we in het donker twee stoeiende kangaroe's tegen. Is het toch nog de moeite waard om midden in de nacht je bed uit te gaan.

Gisteren na het ontbijt, ondanks het slechte weer, toch eerst naar Mount William gereden en deze opgelopen. Dit klinkt spectaculairder dan het is, want we kwamen met de auto al bijna helemaal bovenaan. Op de top een koude harde wind en regenwolken. Toch een mooi uitzicht over het nationale park en omgeving. Vervolgens zijn we naar het visitors centre in Hall's Gap gegaan om de camping te betalen. Er was een groot cultureel centrum met informatie over de geschiedenis van de aboriginals, maar helaas weinig informatie over de vele wandelingen in het nationale park. We besloten verder te rijden naar de Wonderland Range in het nationale park om daar wat te wandelen. Eerst een kort stukje gelopen naar een waterval die helaas niet kon tippen aan die in het Litchfield National Park. Onze weg vervolgd over een langere wandeling die ons via de Kings Canyon naar de Pinnacle leidde. Hier wederom een mooi uitzicht. Vervolgens een stuk door het park gereden en nog een korte stop gemaakt bij een uitzichtpunt voordat we een camping opzochten. Hier hebben we weer lekker een vuurtje gemaakt om warm te blijven, een boekje gelezen en pasta gegeten. Nu zitten we voor een ochtend kampvuurtje dit verhaaltje te schrijven en gaan we straks het noorden van dit nationale park bekijken.

Geschreven op 21 januari

Nadat we 's ochtends lekker opgewarmd waren bij ons kampvuur verder gegaan om de Gramphians te ontdekken. Eerst reden we naar de vlakbij gelegen Mackenzie Falls waar we na een afdaling bij de mooie waterval kwamen. Vanaf hier reden we over een mooie bergachtige weg naar de Beehive Falls. Eerst bij de auto boterhammen gesmeerd en deze in een zakje meegenomen. Daarna naar de waterval gelopen die droog bleek te staan. Hier hebben we wel lekker op de rotsen onze boterhammen opgegeten. Hierna het nationale park uitgereden via de Western Highway, op weg naar de Great Ocean Road. We wilde naar Lake Bolac rijden om daar te overnachten. Hier aangekomen bleek het meer niet veel meer te zijn dan een ondergelopen graanveld en de kampeerplaats al jaren niet gebruikt. Omdat we het een beetje een ongezellige bedoeling vonden maar doorgereden naar Peterborough. Het begin van het mooie gedeelte van de Great Ocean Road. Omdat er aan het begin van de Great Ocean Road geen bushcampings waren en we niet gehaast verder wilden rijden maar een camping opgezocht. Deze bleek zelfs duurder dan de camping bij Ayers Rock, maar we hadden weinig keus. Het was koud 's avonds dus na een lange warme douche vroeg gaan slapen.

De volgende dag begonnen we aan de Great Ocean Road. Hier keken we allebei wel naar uit. Gelukkig leek het vandaag wat warmer dan de dagen ervoor al was het wel bewolkt. Eerst een aantal korte stops gemaakt bij onder andere The Bay of Islands, The Grotto, The London Bridge en The Arch. Stuk voor stuk mooie uitzichtpunten over de oceaan vanaf de kliffen. In Port Cambell aangekomen gingen we bij het visitors centre langs. In tegenstelling tot de informatie die we hebben over de bushcampings hier bleken deze gratis te zijn en hoeven ze hier niet van te voren gereserveerd te worden. Zo zien wij het graag... Daarna doorgereden naar Loch Arch Gorge. Hier was het zo mooi dat we ons hier wel drie uur vermaakten. Het meertje tussen de kliffen, die door middel van een honderd meter lange tunnel aan de oceaan verbonden zat, was bij ons favoriet. Je zag de golven door de tunnel in het meertje uitkomen. Onze volgende stop was de 12 Apostles, waarschijnlijk het icoon van de Great Ocean Road. Dit was goed te zien want het leek de Efteling wel. Grote parkeerplaats en veel toeristen. De 12 Apostles vonden we minder indrukwekkend dan wat we hadden gezien bij Loch Arch Gorge. Door een navigatiefout zagen we een stuk van de Great Ocean Road dubbel voordat we bij Wreck Beach uitkwamen. Of dit aan onze navigatietalenten ligt of aan het ontbreken van een gedetailleerde kaart zullen we in het midden laten. Het laatste stuk naar Wreck Beach werden de 4WD kwaliteiten van onze Falcon getest. Gelukkig doet ie 't prima. Mooi strand en lekker stil. Hier best een stukje over het strand gelopen. Op de terugweg door de jungle kwamen we (alweer) een slang tegen. Een kleintje dit keer. Bij Johanna Beach zochten we vervolgens een camping op. Het was ondertussen al half 7 's avonds. Wat hebben we weer veel gezien die dag. We besloten snel te gaan koken, want we wilden 's avonds naar Melba Gully. Hier moeten in het donker Glow Worms zitten. Deze larven geven 's avonds licht. Hiervoor moesten we wel in het donker een stuk het regenwoud in. We namen onze gaslamp en zaklamp mee en gingen op weg. Na een stukje wandelen deden we onze lamp uit en zagen we inderdaad tientallen lichtjes om ons heen. Leken een soort van sterren. Echt heel leuk om te zien. Voor de beeldvorming, het leek wel een beetje op lichtjes in de tussenstukken van de Droomvlucht in de Efteling. Ook de tocht door het donkere bos met onze lamp was erg sprookjesachtig. Op de camping aangekomen snel gaan slapen.

Gisteren eerst naar Apollo Bay gereden. Het was hoogtijd om te tanken en boodschappen te doen. Bij het postkantoor hielp een aardige vrouw ons met het pakketje dat we in Melbourne op het postkantoor moeten ophalen. Deze is zaterdags dicht en wordt nu als het goed is doorgestuurd naar een andere vestiging van het postkantoor dat wel open is op zaterdag. Hierna in het park op het gras in de zon zitten eten. Heerlijk weer was het vandaag. Vervolgens alle kaarten en folders erbij gepakt om uit te zoeken waar we hierna naartoe zouden gaan. Het werd Shelly Beach. Door het - wat ze hier noemen - cool weather rainforest naar het strand gelopen. Hier lekker gezeten en een stukje over het strand gelopen. Na dit uitstapje reden we over een hele mooie weg naar Hopetown Falls. Ook hier weer een stukje gewandeld om vervolgens bij een mooie waterval uit te komen. In de buurt van Beauchamp Falls wilden we vervolgens gaan overnachten. 's Avonds stond er op het menu een broodje met barbecue worstjes en gebakken ui. Uiteraard met mayonaise en ketchup. Daarbij roergebakken groenten en een tomaten-komkommersalade en chips. Bij het kampvuur en onder het grondzeil dat we opgehangen hadden bleven we 's avonds lekker warm. Het was namelijk gaan regenen.

Van Alice Springs naar Port Arthur

Hier weer het volgende verhaaltje. Hopelijk zijn jullie nog niet uitgelezen, want wij blijven leuke dingen meemaken... Veel plezier!!

Geschreven op 05 januari

De nacht van één op twee januari ook weer heerlijk buiten geslapen op de camping in de West MacDonnell Ranges. Later zouden we horen dat de minimum temperatuur die nacht 27 graden was! Tijdens het ontbijt waren de vliegen weer verschrikkelijk. Na het ontbijt ingepakt en al redelijk snel de camping verlaten. Voordat we de West MacDonnell Ranges gingen verlaten eerst nog even naar Simpsons Gap geweest. Een hele korte wandeling gemaakt naar een rotswand waar Rock Wallabies zaten. In eerste instantie lieten ze zichzelf niet zien en keken we bij de waterhole. Op de terugweg viel ons oog op een Rock Wallaby die over de rotsen aan het springen was. Heel klein zwart beestje en heel erg schattig. We zijn even blijven kijken en later zagen we er eentje naar beneden komen, waarschijnlijk om water te gaan drinken. Omdat wij er stonden had hij niet het lef om helemaal naar beneden te komen, maar zo konden we hem wel goed zien. Daarna doorgereden naar Alice Springs, dat nog maar een half uurtje rijden was. Hier hebben we uitgebreid op internet gezeten en hierna zijn we doorgereden richting Ayers Rock en The Olgas. Eerst de Stuart Highway naar het zuiden gepakt en vervolgens de Lasseter Highway naar het westen. Je ziet hier altijd veel aangereden beesten langs de kant van de weg liggen. Die dag kwamen we zelfs een aangereden paard tegen op de weg! Uiteindelijk in Curtin Springs bij een roadhouse op een gratis camping geslapen. Toen we daar 's avonds op ons gemakje naast de auto zaten en alle deuren en de kofferbak open hadden staan om de auto door te laten luchten, hoorden we opeens iets uit de auto vallen. Tot onze verbazing had een emu een heel brood uit de auto weten te halen, dat bovenop de plank lag. Het beest was zo brutaal en tam dat ie moeilijk weg te jagen was. In tegenstelling tot de avonden ervoor koelde het die avond heerlijk af. 's Avonds dus alweer heerlijk geslapen. De volgende ochtend vroeg opgestaan en in record tempo de auto ingepakt. We hadden allebei namelijk ontzettend veel zin om door te rijden naar Ayers Rock. Ongeveer 40 km van te voren zagen we de enorme rots al aan de horizon verschijnen. Op het enige resort bij Ayers Rock aangekomen hebben we direct ingecheckt voor een campingplaatsje. Nog steeds ongeduldig zijn we meteen het park ingereden en hebben we de dure entree betaald. De Lonely Planet omschrijft het moment als volgt: 'No matter how many times you've seen it on postcards, nothing prepares you for the hulk on the horizon - so solitary and prodigious'. De rots is 348 meter hoger dan het omliggende landschap en 3,6 km breed. Zeker spectaculair om er voor de eerste keer naar toe te rijden. Allereerst de auto geparkeerd aan de voet van de rots voor de base walk. Deze 10 kilometer lange wandeling voerde ons helemaal om de rots heen. Ook al weer zoiets moois. Na de wandeling begon het warm te worden en zijn we terug gegaan naar de camping. Hier hebben we lekker bij het zwembad gezeten. 's Avonds zijn we vroeg gaan slapen.

De volgende ochtend ook weer vroeg opgestaan (05.30) en richting The Olgas gereden. Zo 's ochtends vroeg is het nog heerlijk koel (bijna koud) en kan er dus gewandeld worden. De Olgas liggen 50 km van Ayers Rock af en bestaan uit hetzelfde gesteente, alleen zijn dit ‘bulten' in plaats van één groot blok. We begonnen met de 7,4 km lange Valley of the Winds wandeling, die vanaf 11 uur 's ochtends gesloten wordt in verband met de warmte. Tijdens deze wandeling liep je tussen de verschillende bulten door en had je vanaf de valleien mooie kijk op de rotswanden aan beide zijden. Misschien nog wel mooier dan de wandeling rond Ayers Rock. Hierna de auto gepakt en naar Walpa Gorge gereden. Ook hier nog een korte wandeling gemaakt. Aan het einde van de ochtend zijn we teruggereden naar het resort waar we in de supermarkt eerst brood kochten. Toen op de camping nog een extra nacht gereserveerd en vervolgens lekker gaan eten. Het heetste moment van de dag vervolgens doorgebracht bij het zwembad. Voor de afwisseling dit keer in plaats van een spelletje stratego gedamd met behulp van het spellenbord van Yvonne. Hoe toepasselijk is de achtergrond van dit dambord een foto van Ayers Rock!! Doordat Robert met 4-2 van Marieke verloren had zal hij nog fanatieker moeten worden... Aan het einde van de middag zijn we teruggereden naar Ayers Rock waar we nog twee kleine wandelingen wilden maken die we de dag ervoor hadden overgeslagen. Hierna zijn we doorgereden naar de sunset viewing parking waar we de zonsondergang gingen bekijken. Eerst op de parkeerplaats een hapje gegeten. Handig als je alle spullen in de auto bij je hebt. Het uitzicht was fantastisch. Voor zonsondergang wordt de rots steeds roder van kleur. Doordat we verschillende foto's hebben gemaakt kon je goed het verschil zien. Toen de rots helemaal in de duisternis gehuld was teruggereden naar de camping. Hier een biertje gedronken die we die middag koud hadden gelegd in de koelkast van de camp kitchen. Ook de cheese en union chips erbij smaakte goed. Deze avond zijn we nog eerder gaan slapen want de wekker stond op kwart voor 5. Robert wilde namelijk Ayers Rock beklimmen en deze sluit in de zomer al om 8 uur 's ochtends vanwege de warmte. Marieke vond de steile wand iets te spannend en voelde iets meer mee met de aboriginals die eigenlijk liever niet hebben dat je de rots op klimt. Die ochtend snel de auto ingepakt. Het was pas kwart voor 5, maar we waren lang niet de enigen die wakker waren. Het plan was dat Marieke Robert bij de rots onderaan de klim zou afzetten om vervolgens zelf aan de andere kant de zonsopkomst te gaan bekijken en Robert later die ochtend weer op te gaan halen. Dit feest ging helaas niet door omdat de wandeling vandaag ook vòòr acht uur was afgesloten. We hadden het idee dat iedere mogelijkheid wordt aangegrepen om de klim af te sluiten. Kleine teleurstelling dus. Toen we naar de andere kant van de rots wilden rijden om daar de zonsopgang te gaan bekijken zag Marieke een kameel langs de kant van de weg. Mooi plaatje om deze kameel onderaan Ayers Rock te zien lopen. Vervolgens de auto geparkeerd langs de kant van de weg en de zonsopgang bekeken. We vonden beide de zonsondergang de avond ervoor mooier. Het was pas 6 uur 's ochtends toen we weer terugreden naar de camping. Even alle watertanken weer gevuld met drinkwater en toen nog het weerbericht gecheckt op de receptie. Het zou vandaag 39 graden worden, nog 1 graad warmer dan de dag ervoor. Daarna was het tijd om weer verder te reizen. Doordat we al vroeg zijn begonnen met rijden hebben we in totaal alweer zo'n 650 km afgelegd. Eerst via de Lasseter Highway weer naar de Stuart Highway gereden die we vervolgens richting het zuiden opdraaiden. Onderweg de grens naar Southern Australia overgestoken waar het volgens ons één uur later is. Dit weten we alleen niet zeker dus moeten we dit morgen nog even gaan bekijken. Inmiddels staan we op een rest area vlak voor Coober Pedy.

Geschreven op 09 januari

Dinsdagavond op de rest area zagen we tot onze verbazing in het donker een fietser aankomen. Deze kwam zijn tentje opzetten op de rest area. Volgens ons moet het echt verschrikkelijk zijn om door dit landschap te fietsen. Ook vroegen wij ons af hoe hij aan genoeg water komt aangezien wij onderweg soms wel ruim 200 km geen watervoorziening tegenkomen. Ook kregen we 's avonds nog bezoek van een auto vol aboriginals. Deze vroegen om een lege waterfles. Op een gegeven moment waren we bang dat ze niet weggingen maar uiteindelijk hebben ze dat toch gedaan. Doordat we niet alleen op de rest area waren vonden we deze ontmoeting niet zo heel erg. Helaas had 's avonds per ongeluk het lampje in de auto aangestaan en enorm veel insecten aangetrokken. Zowel groot als klein. Ook stikte het van de muggen. Toen we in de auto onder het muskietennet lagen zagen en hoorden we overal om ons heen insecten kruipen, springen en zoemen. De volgende ochtend met de nodige muggenbulten wakker geworden. Het was een tijd geleden dat we veel muggen hadden gezien.

Eerst reden we 's ochtends een stuk over de Stuart Highway naar het zuiden waar we bij de Breakaways, vlak voor Coober Pedy, een ommetje maakten. De Breakaways zijn het beste te omschrijven als een heuvelachtig maanlandschap met verschillende kleuren gesteenten, voornamelijk geel en wit. Hier eerst naar een lookout gereden en vanaf de lookout doorgereden over een onverharde weg richting Coober Pedy. Het eerste stuk van deze onverharde weg was, waarschijnlijk, door de naweeën van de tropische cycloon die hier langsgetrokken was gedeeltelijk weggespoeld. Hierdoor moest Marieke een aantal keren de auto uit om te kijken of we met de onderkant van de auto de weg niet zouden raken. Gelukkig ging dit prima. Ook reden we een stuk langs de Dog Fence. Dit is een 5300 km lang hek dat moet voorkomen dat dingo's in bewoond gebied komen. Toen we vlak voor Coober Pedy op een doorgaande onverharde weg kwamen maakte we een beetje snelheid, zodat de auto minder trilde op de ribbels op de weg. Deze ribbels vind je hier overal op doorgaande onverharde wegen. Als je er wat sneller overheen rijdt heb je er minder last van. Terwijl we gezellig aan het praten waren hoorden we ineens een verschrikkelijk geluid van onder de auto. Waarschijnlijk had de onderkant van de auto ergens de weg geraakt. Gelukkig geen schade en konden we rustig verder rijden naar Coober Pedy. Coober Pedy is een mijnstadje waar ze opaal vinden. Veel mensen wonen er onder de grond in oude mijnen. Doordat het stadje zo lelijk is en er ongezellig uitziet maakt dit het wel apart om te zien. We zijn een klein museum in geweest waar ook opaal werd verkocht. Dit museum lag onder de grond. Grappig om te zien en lekker koel binnen. Daarna vrij snel weer doorgereden de Stuart Highway af. Het landschap werd steeds droger en de beplanting steeds schaarser. Duidelijk dat dit één van de droogste gebieden van Australië is. Niet ver voor Port Augusta door een gebied gereden waar vele zoutmeren te vinden zijn. Deze meren stromen slechts een paar keer per eeuw vol waarna ze weer opdrogen en een zoutvlakte achterlaten. Het is zo wit dat het net lijkt of je in de sneeuw staat. In dit gebied ligt ook het grootste zoutmeer ter wereld: Lake Eyre. Om een camping uit te sparen uiteindelijk geslapen op de laatste rest area voor Port Augusta. Toen het donker werd hebben we de lamp uitgezet en hebben we sterren gekeken. Echt ongelooflijk veel sterren. Zelfs de melkweg konden we zien! Raar dat hier 's avonds weer helemaal geen insecten zaten maar dat was natuurlijk wel heel relaxt.

De volgende ochtend in alle vroegte ons bed uitgekropen en ingepakt om door te rijden naar Port Augusta. Daar weer uitgebreid boodschappen gedaan en de auto weer helemaal volgeladen. We waren opzoek naar een goede wegenkaart van South Australia, Victoria en New South Wales maar dit bleek moeilijk te vinden. De gratis kaarten van de RAA, waar we lid van zijn, bleek een goede oplossing. Wel kochten we een boek met daarin de meeste nationale parken van Australië. Met niet alleen handige informatie, maar ook mooie plaatjes. Toen we Port Augusta bijna uit wilden rijden zagen we vanaf de brug een barbecue bij de rivier. In het kleine parkje in de stad lekkere worstjes gebarbecued en samen met gebakken ui op een broodje gedaan. Smullen! Ook nam Robert een heerlijk verfrissende duik in de rivier. 's Middag doorgereden naar Mount Remarkable National Park waar we op een bush camping wilden gaan staan. Hier aangekomen bleek een groot deel van het park afgesloten te zijn in verband met gevaar voor bosbranden. Hierdoor konden we hier bijna niks doen. Omdat we er niet zoveel trek in hadden om wel de volle pond te betalen maar doorgereden. Uiteindelijk op een camping vlak bij Port Pirie geslapen. 's Avonds lekker gebarbecued. Overigens wel leuk om te vertellen dat we dachten dat het hier weer wat natter en dus groener zou zijn, maar dat blijkt niet zo te zijn. Hiervoor moeten we nog verder naar het zuidoosten.

Gisterochtend hebben we het rustig aan gedaan. Vervolgens doorgereden richting het Yorke Peninsula. De eerste stop was in Kadina. Gezellig stadje met wat oude gebouwen. Eerst de bibliotheek opgezocht om op internet te gaan. Hier keken we onder andere naar de prijzen voor een overtocht naar Tasmanië. In eerste instantie schrokken we van de prijzen, maar toen we er later achterkwamen dat er op een aantal dagen ook dagboten varen bleek de prijs mee te vallen. Dit gaan we dus waarschijnlijk doen. Omdat het ondertussen lunchtijd was hebben we in een parkje boterhammen gesmeerd. Hiernaar doorgereden naar Moonta. Omdat hier niet zo heel veel te doen was doorgereden naar Moonta Bay. Hier was een mooi strand. Eerst de pier afgelopen waar we langs een afgezet stuk zee kwamen wat diende als zwembad. We konden het niet weerstaan om een heerlijke duik te nemen in het kristal heldere water. Na lekker afgekoeld te zijn, zijn we de auto weer ingestapt en verder gegaan richting het zuiden waar we bij The Gap op een bushcamping aan zee wilden slapen. Deze camping had helemaal geen schaduw en ongelooflijk veel vliegen. Doordat het nog redelijk vroeg op de dag was en zo tegen de 40 graden, was de combinatie zon, geen schaduw en vele vliegen voor ons reden om door te rijden. In eerste instantie was het plan om helemaal het Yorke Peninsula af te rijden richting het nationale park, maar omdat we het hier niet super mooi vinden hebben we besloten om rechtstreeks naar Adelaide te rijden. Die nacht hebben we een rest area opgezocht in de buurt van Port Wakefield. We hoopten dat hier minder vliegen zouden zitten. Zodra je uit de auto stapt zie je in eerste instantie nog helemaal geen vliegen. Tien seconden later komen de eerste en een halve minuut later zit je helemaal onder. Doordat hier wel veel schaduw was, was het prima uit te houden. Onder andere door de vliegennetjes die we hebben voor over ons hoofd. We maakte hier onder andere een back-up van alle foto's die we tot nu toe hebben gemaakt. Ook zochten we een nieuwe serie foto's uit. Toen de vliegen zo goed als weg waren zijn we begonnen met eten koken. Dit was rond half 9. We lieten de maaltijd ons goed smaken.

Geschreven op 11 januari

De ochtend van 9 januari zijn we richting Port Wakefield gereden. We hadden behoefte aan een ochtend niks doen, maar geen zin in alle vliegen die op de rest area zaten. Daarom de auto geparkeerd in een klein parkje in Port Wakefield. Over het algemeen zitten er in steden en dorpen geen of weinig vliegen. Hier dus ook niet. Op een picknickbankje in de schaduw aan het water de hele ochtend en het begin van de middag doorgebracht. We schreven hier onder andere het vorige verhaaltje, deden een aantal spelletjes dammen en hebben de Lonely Planet door gebladerd zodat we weer goed op de hoogte zijn over wat er in de buurt te doen is. Halverwege de middag zijn we doorgereden richting Adelaide. Omdat we langs de grote weg geen rest area's tegenkwamen op de gok St Kilda ingereden opzoek naar een slaapplek of een verfrissende duik in de zee. Helaas wilde beide niet lukken. Daarom verder gereden richting Adelaide en uiteindelijk uitgekomen op een camping langs de snelweg zo'n 18 km voor het centrum van de stad. Goedkope, leuke camping met zwembad. Uiteraard snel een duik genomen.

De volgende dag werden we voor ons doen laat wakker (half 8). We namen de auto en parkeerde deze bij een treinstation in de buurt. Hier namen we de trein richting het centrum. Eerst een kijkje genomen in de winkelstraat. Hier was nog weinig te doen, omdat de meeste winkels nog gesloten waren. Daarom maakten we eerst de stadswandeling uit de Lonely Planet. Deze bleef hierbij uiteraard wel in de rugzak, omdat we er anders wel heel toeristisch uitzien. Omdat het op onze reis natuurlijk niet mag ontbreken aan een cultureel uitstapje bezochten we het South Australian Museum en The Art Gallary of South Australia. Hier zagen we onder andere Aboriginal kunst. Ook was het binnen heerlijk koel, maar daar kwamen we natuurlijk niet voor... Hierna in de supermarkt een feestmaaltijd voor de lunch gekocht. Deze bestond uit donuts, chocolat chip cookies en een fles koude cola. In de botanische tuin - ook onderdeel van onze stadswandeling - hier heerlijk van genoten. Verrassend leuk was de tentoonstelling in de botanische tuin, die bestond uit een verzameling planten, zaadjes, hout etc. aangelegd door een Europese ontdekkingsreiziger 130 jaar geleden. Bedoeling was om te kijken welke plantsoorten in Australië geïntroduceerd konden worden. Na dit uitstapje in het museum hebben we de wandeling in de botanische tuin afgemaakt. Daarna langs de rivier terug naar het station gelopen en de trein terug gepakt richting de camping. Hier de rest van de middag verkoeling gezocht bij het zwembad. Daarna lekker gedoucht en omgekleed voor een avondje uit. Sinds we in Australië zijn, zijn we nog nooit 's avonds de stad in geweest. Met de auto weer naar het treinstation en weer verder met de trein. In Adelaide een straat opgezocht waar veel restaurantjes zouden moeten zitten. We waren op zoek naar een simpel restaurantje. Helaas vonden we in deze straat niks geschikts. De helft van de straat bestond uit Aziatische restaurants en de andere helft was te duur. We waren bijna bang dat we niks zouden vinden, maar toch nog even verder gezocht. Belandt bij een restaurant waar we uiteindelijk toch weer weg zijn gegaan, omdat we helemaal de enige waren. Overigens kwamen we een aantal thermometers tegen die allemaal 38 of 39 graden aangaven - het was rond half negen 's avonds. Verder gelopen richting de winkelstraat waar ook een aantal restaurants zaten. Hier toch nog een soort van café gevonden in Australische stijl, dat helemaal was wat we zochten. Snel twee colaatjes en hamburgers met frietjes besteld. Heerlijk. Misschien wel leuk om te vermelden - vooral voor de mensen van de Flaas - dat Marieke in de twee maanden dat we in Australië zijn, nog geen frietjes gegeten had. Toen we uitgegeten waren nog wat te drinken besteld waarna gebeurde wat bijna niet mogelijk was. Marieke dacht een oude vriend uit La Roche sur Foron, Frankrijk te herkennen. Hoe ongelofelijk - het bleek hem echt te zijn. Natuurlijk gezellig even blijven kletsen. Helaas moesten we rond half 11 weg, omdat we anders niet meer met de laatste trein bij de auto zouden kunnen komen. Gezellige avond. Omdat het nog steeds erg warm was eerst een koude douche genomen voor het slapen.

Vanochtend met de auto Adelaide ingereden en nog even in het centrum rondgekeken. Daarna vrij snel doorgereden naar Glenelg - de badplaats van Adelaide. Hier lekker in zee gezwommen, geluncht en daarna doorgereden naar de Adelaide Hills. Een berg die mooi uitzicht zou moeten geven over Adelaide was helaas gesloten vanwege brandgevaar. De route er naartoe was wel erg mooi met een aantal pittoreske stadjes. Voor het eerst wisten we niet goed waar we hierna naartoe moesten. Sinds we de outback zijn uitgereden vinden het we het landschap maar een beetje saai. Vooral eindeloze graanvelden. Toen we uiteindelijk besloten hadden om toch nog maar op het Fleurieu Peninsula te gaan kijken, richting het zuiden gaan rijden. De bedoeling was om te overnachten in Kuitpo Forest. Ook hier bleek het hele park gesloten te zijn in verband met het gevaar voor bosbranden. Na deze teleurstelling besloten we om het ook hier voor gezien te houden en door te rijden richting Melbourne. Uiteindelijk uitgekomen op een bushcamping in het Coorong National Park. Hier vinden we het weer erg mooi en staan we in de duinen achter de oceaan. Marieke las voor het eten de Australische krant die we onderweg hadden gekocht. Hierin een aantal opvallende dingen. Zo lazen we dat het gisteren in Adelaide 42 graden was, en dat dit ook voor Australische begrippen erg warm is. Hierdoor is in een aantal gebieden het bosbrandgevaar ‘catastrophic'. Dit verklaard waarom een aantal nationale parken gesloten waren. Wanneer de ‘total fire ban' is afgekondigd mag er zelfs niet gekookt worden op gaspitjes. Omdat er hier alleen een bordje staat dat kampvuren verboden zijn toch gewoon maar gekookt. Hoe moeten we anders eten. Ook lazen we in de krant dat er rond Alice Springs een hoop water gevallen is en de rivier vol water staat, wat ongebruikelijk is. Deze stad ligt midden in de outback en toen wij er een week geleden waren was het er erg droog. Echt bizar. Verder stond er een stukje in de krant over Wicked Campers, een budget camperverhuurbedrijf waar veel backpackers gebruik van maken. Ook wij hebben hier even naar gekeken toen we nog in Nederland waren, maar dit bleek voor een half jaar een veel te dure oplossing. Je ziet ze hier veel rijden en een aantal keren hebben we iemand gesproken die er één gehuurd had. De busjes zijn vaak oud, roestig en hebben soms al 400.000 km gereden. Het stukje in de krant ging over een keuring van de overheid in Queensland waarbij een groot gedeelte van de busjes afgekeurd werd. Wij dus extra blij met onze auto.